6 Augustus
2006 | By Jacob Gelt Dekker

Uit de vele
reacties die ik ontvang, blijkt dat de meesten de column
niet gelezen hebben en zich verloren laten gaan in
kreten uit de pers. Bovendien schijnen mensen ook te
lezen wat ze willen lezen, wat niet noodzakelijkerwijs
is wat er geschreven staat. Hierbij nogmaals de tekst in
z'n geheel.
Misdaad en gebrek aan geschoolde werknemers bedreigen
groei toerisme-economie op Curaçao. De luchtvaart heeft
een zeer onzekere toekomst. Curaçaos gloednieuwe
visitekaartje, luchthaven Hato, moet nieuwe
maatschappijen aantrekken, die volle vluchten rijke
toeristen van heinde en verre zullen aanvoeren en een
nieuwe welvaart zullen verzekeren.
Upscale toeristen uit de Verenigde Staten en Europa
moeten Curaçao ontdekken als een nieuwe bestemming met
een rijke schakering luxe hotels, een overvloed aan
natuur, cultuur en vooral aardige, zachte, lieve mensen.
Er is dus nog heel wat te doen. Er zijn immers maar
een paar hotels, die op lange na geen luxe hotels zijn.
Er is ieder jaar ten minste één regeringswisseling, en
een deel van de bevolking is zeer gewelddadig en
misdadig. Het opleidingsniveau laat ook zeer veel te
wensen over.
Een halsstarrige groep nationalisten met sterke
racistische –lees: anti-Macamba- trekken, protesteren
zelfs luid nu de kustwacht met succes drugstransporten
aan banden legt en illegale landingen op stranden steeds
meer onder controle krijgt.
Bovendien, stranden aan toeristen geven is al
helemaal uit den boze. Liever geen werkgelegenheid,
liever armoede en ongebreidelde misdaad, liever alle
investeerders wegjagen, dan zelf, als bevolking, een
kleine bijdrage leveren aan de groei van de
toeristenindustrie op Curaçao, is het motto van de luid
schreeuwende meute, opgehitst door politieke
volksmenners en, ongetwijfeld, misdaadbaronnen, veilig
onzichtbaar, achter de schermen.
Curaçao en de Nederlandse Antillen hebben in haar
regeringen, bestuurscolleges en
volksvertegenwoordigingen, naast een groep zeer
incompetente opportunisten, meer dan eens misdadigers
opgenomen; het is bijna een traditie geworden. Enkele
jaren geleden, overleed nota bene de toenmalige minister
van Justitie, gearresteerd wegens fraude, in een
gevangenis cel. Een hele reeks gedeputeerden, ambtenaren
en volksvertegenwoordigers moesten terecht staan wegens
fraude, corruptie, wapenbezit en misbruik van openbare
gelden voor privé doeleinden.
Misdadigers, zoals gedetineerde Anthony Godett,
piekeren er ook niet over om hun zetel in parlement en
eilandsraad op te geven. Nelson Pierre, een voormalige
drugverslaafde, en befaamd wegens incompetentie, zwaait
zelfs nu de scepter in het Bestuurscollege, evenals zijn
collega, FOL-dissident Rignalt Lak, die stevig in zijn
niet-democratisch verkregen eilandsraadzetel blijft
zitten. Zijn partijgenoot, gedeputeerde toerisme, Gerrit
Schotte, een man die niet eens kans zag om de middelbare
school af te maken, moet nu de toekomst van de Curaçaose
economie veilig stellen; de arme man heeft niet het
flauwste benul.
De criminele leiders van de Curaçaose samenleving
hebben aan de bevolking laten zien hoe het moet; de
bevolking volgt gedwee in hun misdadige voetsporen.
Misdaad tiert welig en breekt al jarenlang
wereldrecords. Corruptie is diepgeworteld als deel van
de cultuur. De bevolking is slecht opgeleid en wenst
daar zelf niets aan te doen door bijscholing.
Arbeidsethiek bij velen gaat niet veel verder dan
luiheid, domheid en diefstal van alles wat los en vast
zit.
Er is weinig twijfel aan dat de incompetente kliek
die Curaçao vandaag in haar greep heeft en hun gevolg
niet in staat zijn welvaart en welzijn van Curaçao en
haar bewoners te bevorderen.
Het zou me ook niet verbazen wanneer we binnen
afzienbare tijd weer met een reeks corruptie- en
fraudeschandalen geconfronteerd zullen worden.
De randvoorwaarden voor toeristische groei bestaan
dus in onvoldoende mate op Curaçao. Voor de verkiezingen
pochte Asjes, de voormalig gedeputeerde toerisme, dat er
wel 22 hotelprojecten in aanbouw zouden zijn, maar zelfs
als daar de helft van waar zou zijn, is het niets dan
voor de gekhouderij.
De aannemersvereniging heeft vele malen laten weten
dat een nijpend gebrek aan geschoolde bouwvakkers, en de
onwil van Antillianen zich tot bouwvakker te laten
opleiden, import van buitenlandse arbeiders noodzakelijk
maakt. De Curaçaose overheid is niet in staat om tot een
regeling te komen, wat 30.000 illegalen opleverde en een
mank lopende bouwwereld. Er bestaat niet de capaciteit
om de nodige hotels te bouwen, zelfs niet als er
voldoende investeerders zouden zijn. Grote delen van de
bevolking willen niet; ze zijn liever dom, lui,
kwaadaardig, gewelddadig en misdadig.
In de hotelwereld is het al niet veel beter;
Antillianen weigeren horeca opleidingen. Het Amerikaanse
fooienbeloningssysteem, dat loon naar prestatie geeft,
staat ze al helemaal niet aan.
De ramp van de taalachterstand tekent zich iedere dag
schrijnender af. Alsof de schade door de
Papiamentofanatici aangebracht nog niet groot genoeg is,
bant het onderwijs steeds meer Engels, Spaans en
Nederlands als voertaal. De toeristen moeten maar
Papiaments leren, menen de half gekke bestuurders.
Er zouden in de komende jaren ongeveer 2.000
arbeidsplaatsen te vullen zijn in de toeristenindustrie.
Helaas zullen het meeste moeten worden opgevuld door
illegalen uit de Filippijnen of van elders; vele lokalen
werken en studeren liever niet.
Bill Cosby had de moed in de USA, waar in veel
achterstandswijken dezelfde problematiek speelt, om de
mensen te confronteren met de boodschap dat het tijd is
om de handen uit de mouwen te steken en op te houden met
kankeren en geld te verkwisten aan luxe peperdure
sneakers en gouden kettingen. Op Curaçao heeft nog niet
een leider de moed gehad zich in dezelfde bewoordingen
als Cosby uit te drukken. In tegendeel, kankeren en haat
tegen anderen wordt vaak graag aangewakkerd voor
politiek of misdadig gewin.
Uit gesprekken met politici en bestuurders komt
meestal niet meer dan het gejammer van laffe Curaçaose
angsthazen “Het ligt hier allemaal zo heel erg gevoelig,
meneer. Wat u zegt is niet waar. Wij zijn diep beledigd!
U moet te allen tijde rekening houden met de historische
gevoelheden van het volk en U moet respect tonen voor
ons volk.”
Niets is potsierlijker dat deze lieden te horen
spreken over respect, iets wat geen van hen ooit aan een
medemens heeft getoond. De enige mensen in Curaçao die
ons respect door en door verdienen zijn de stabiele
hardwerkende mannen en vrouwen die ondanks alles, jaar
in jaar uit, de maatschappij gaande hebben gehouden.
De voor de gekhouderij van kwaadwillende politici en
criminelen is de grootste bedreiging van de economie en
houdt de armoede stevig in het zadel. Alleen
populistische volksmenners en de misdaadbaronnen spinnen
er garen bij.
Met vallen en opstaan is de nieuwe passagiersterminal
op Hato tot stand gekomen. Met nog veel meer gestuntel
komen er wellicht ooit lokale vliegmaatschappijen in de
lucht, of anders moeten we maar hopen op de
welwillendheid van grote internationale airlines.
Maar of het een en ander zich staande kan houden,
hangt geheel af van opleiding en onderwijs aan de
bevolking en de bereidheid om de misdaad een definitief
halt toe te roepen. Voor alsnog is de kans daarop met de
huidige politiek, zeer klein.
Jacob Gelt Dekker
|