Van Wikipedia

Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat op dit moment
uit de landen Nederland, Nederlandse Antillen en Aruba.
Dit artikel behandelt de staatkundige hervormingen die
aan het einde van 2008 in het Koninkrijk der Nederlanden
zullen worden voltrokken. De afgelopen jaren is gebleken
dat de huidige staatkundige stand van zaken binnen het
koninkrijk niet bevredigend is. Hiertoe wordt het
Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden herzien.
Voorgeschiedenis
[bewerk] Volksraadplegingen Om een goed beeld
te krijgen van de staatkundige wensen van de Antillen
werden op alle eilanden volksraadplegingen gehouden. In
2000 gaf het eilandgebied Sint Maarten (het zuidelijke,
Nederlandse deel van het eiland Sint-Maarten) al te
kennen een status aparte zoals Aruba te prefereren. Op
10 september 2004 stemde 59,5% van de bevolking van
Bonaire voor het opheffen van de Antillen en voor
directe banden met Nederland. Het eilandgebied Saba
stemde voor dezelfde directe relatie op 1 oktober 2004.
De bevolking van Curaçao stemde op 8 april 2005 voor een
status aparte en Sint-Eustatius stemde, op dezelfde dag,
voor een Antillen 'nieuwe stijl'.
Advies van de werkgroep BFV Ter gelegenheid van het
50-jarig bestaan van het Koninkrijksstatuut werd in 2004
de werkgroep Bestuurlijke en Financiële verhoudingen
Nederlandse Antillen (BFV) in het leven geroepen, die
als doel had de huidige staatkundige structuur van het
koninkrijk te analyseren en aanbevelingen te doen over
mogelijke toekomstige staatkundige hervormingen. De
werkgroep werd voorgezeten door Edsel Jesurun,
oud-gevolmachtigd minister van de Nederlandse
Antillen.[2] De kern van het advies van de werkgroep
bestond uit het opheffen van het land Nederlandse
Antillen, het toekennen van de status van land aan de
eilandgebieden Curaçao en Sint-Maarten en om van
Bonaire, Saba en Sint-Eustatius zogenaamde
Koninkrijkseilanden te maken. Dit advies kwam overeen
met de wensen van de eilanden die uit de verschillende
volksraadplegingen naar voren kwamen. Naast dit advies
deed de werkgroep ook aanbevelingen ten aanzien van de
versterking van de bestuurskracht, de oplossing van de
schuldenlast en mogelijke nieuwe taken voor het
Koninkrijk.
Rondetafelconferenties Op 17 september 2005 heeft
Alexander Pechtold, de toenmalige minister voor
Bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties, overleg
gevoerd met alle eilanden van de Antillen over de
toekomstige staatkundige veranderingen. Overeengekomen
werd dat nog voor het einde van dat jaar een
rondetafelconferentie zou worden gehouden. De
conferentie zou niet alleen gaan over staatkundige
veranderingen, maar ook de overheidsfinanciën, economie,
rechtshandhaving en deugdelijk bestuur komen aan de
orde.
Op 21 oktober 2005 werd na een moeizaam verlopen
bestuurlijk overleg tussen Nederland en de Nederlandse
Antillen een Akkoord op Hoofdlijnen gesloten.[3] In dit
akkoord staat onder meer dat de Nederlandse Antillen
zich financieel zullen laten doorlichten door Nederland.
De eerste rondetafelconferentie had plaats op 26
november 2005. Afgesproken werd dat Nederland de
schulden van de Antillen zou gaan oplossen, op
voorwaarde dat de Antillen voor een deugdelijke
begroting zorgen en nieuwe schulden voorkomen. Als
werkdatum voor de nieuwe staatkundige verhoudingen werd
juli 2007 vastgesteld, hoewel minister Pechtold dat veel
te kort dag vond.
Van 27 tot en met 30 maart 2006 zijn tussen minister
Pechtold en de eilandgebieden van de Nederlandse
Antillen en de regeringen van de Nederlandse Antillen en
Aruba bilaterale gesprekken gevoerd. Dit overleg was
bedoeld als opmaat voor een succesvolle volgende
rondetafelconferentie. De gesprekken zijn in april 2006
op ambtelijk niveau voortgezet.
Op 1 juni 2006 heeft premier Emily de Jongh-Elhage
van de Nederlandse Antillen gesproken met
minister-president Balkenende, minister Pechtold en
minister Zalm, waarbij ze het document Partners in het
Koninkrijk ontving. Hierin stelt de Nederlandse regering
wat er wat haar betreft nodig is om het proces van
staatkundige vernieuwing tot een succes te maken. In de
laatste week van juni bracht De Jongh-Elhage een bezoek
aan Nederland om te onderhandelen over de
rondetafelconferentie, die in juli had moeten
plaatsvinden. De val van het tweede kabinet Balkenende
gooide echter roet in het eten.
Atzo Nicolaï, de nieuwe minister voor Bestuurlijke
Vernieuwing en Koninkrijkrelaties, bracht tussen 16 en
24 augustus 2006 zijn eerste officiële werkbezoek aan de
Nederlandse Antillen en Aruba. Op 18 september 2006
publiceerde de Raad van State van het Koninkrijk zijn
voorlichting over de op handen zijnde staatkundige
hervormingen. Op 4 oktober 2006 maakte minister Nicolaï
bekend dat de eilanden Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
(die oorspronkelijk koninkrijkseilanden zouden worden
genoemd) zouden een status als openbaar lichaam krijgen,
vergelijkbaar met die van een Nederlandse gemeente. Het
akkoord hierover werd door deze kleine Antillen en
Nederland ondertekend ter afsluiting van een
minirondetafelconferentie in Den Haag op 11 oktober
2006.
Na nieuwe gesprekken in februari 2007 werd
afgesproken de hervormingen uit te stellen tot het einde
van 2008.
Toekomstige
staatkundige structuur
De toekomstige staatkundige structuur van de Antillen.
Momenteel bestaat het Koninkrijk der Nederlanden uit de
landen Nederland, Nederlandse Antillen en Aruba. Men is
overeengekomen aan het einde van 2008 de Nederlandse
Antillen als land te ontbinden, waarna Curaçao en
Sint-Maarten verder zullen gaan als een nieuw autonoom
land (vergelijkbaar met de status van Aruba) en andere
als openbaar lichaam, een bijzondere gemeente, van
Nederland.
Het eiland Aruba De status aparte van het eiland
staat bij deze hervormingen niet ter discussie, maar
minister Nicolaï stelt in een brief aan de Tweede Kamer
vast dat Aruba steeds meer de samenwerking binnen het
Koninkrijk opzoekt. Minister Nicolaï wil met Aruba
kijken hoe van het momentum gebruik gemaakt kan worden
om de samenwerking tussen de koninkrijksdelen te
intensiveren.
Het eiland Curaçao en het eilandgebied Sint Maarten
Het beoogde eindpunt voor de onderhandelingen met de
eilanden Curaçao en het eilandgebied Sint Maarten is dat
ze aan het einde van 2008 een nieuw land binnen het
Koninkrijk der Nederlanden gaan vormen (een status die
vergelijkbaar is aan de status aparte van Aruba).
De eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius De
eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius krijgen een
status als bijzondere gemeente van Nederland. Dit kan
door ze in te richten als openbaar lichaam in de zin van
artikel 134 van de Nederlandse grondwet. In het verleden
zijn krachtens dit grondwetsartikel onder meer de
Zuidelijk IJsselmeerpolders (OL ZIJP) en de geannexeerde
dorpen Elten en Tudderen bestuurd. Door dit artikel te
gebruiken is op korte termijn een grondwetswijziging
niet noodzakelijk, hoewel de Raad van State van het
Koninkrijk een grondwetswijziging op de lange termijn
wel wenselijk acht.
In de wet die het bestuur van de eilanden regelt, zal
vervolgens worden opgenomen dat de bepalingen inzake
Nederlandse gemeenten van overeenkomstige toepassing
zijn, met inachtneming van de in die wet op te nemen
bijzondere bepalingen. De eilanden krijgen dus net als
Nederlandse gemeenten een burgemeester, wethouders en
een gemeenteraad (hoewel misschien anders te noemen).
Net als in Nederland wordt het bestuurssysteem op de
eilanden dualistisch; de taken van de gemeenteraad en
het college van burgemeester en wethouders worden strikt
gescheiden. Het is de bedoeling dat een groot deel van
de Nederlandse wetgeving op de eilanden gaat gelden.
Omdat dit veel werk kost heeft men gekozen dit
geleidelijk over een langere termijn te doen: na de
statuswijziging zal de Nederlands-Antilliaanse wetgeving
waar wenselijk en/of noodzakelijk, geleidelijk worden
vervangen door Nederlandse wetgeving. Verder is
toegevoegd dat gezien onder meer de bevolkingsomvang van
de drie eilanden, de grote afstand tot Nederland en het
insulaire karakter, van de Nederlandse wetgeving
afwijkende regelingen zullen kunnen worden getroffen. De
bevolking van de eilanden krijgt kiesrecht voor de
Tweede Kamer en het Europees Parlement. Ook komt er een
mogelijkheid om deel te nemen aan de verkiezing van de
Eerste Kamer, die in Nederland door de Provinciale
Staten wordt gekozen. Hoe dit laatste zal moeten
gebeuren is nog niet bekend.
In het akkoord dat op 11 oktober 2006 tussen deze
eilanden en Nederland is gesloten staat vastgelegd dat
Nederland erop zal toezien dat de eilanden zich aan
bepaalde financiële eisen houden. De eilanden mogen
bijvoorbeeld geen geld meer lenen. Welke munteenheid op
de eilanden gaat gelden moet nader nog worden beslist.
Minister Nicolaï heeft aangegeven dat de eilanden niet
per se de euro hoeven in te voeren. In het akkoord werd
tevens vastgelegd dat het fiscaal stelsel verder
onderzocht zal worden. Ook zal worden gekeken naar de
vraag of de Nederlandse Belastingdienst de heffing,
inning en controle van belastingen kan overnemen.
Nederland zal in de toekomst verantwoordelijk zijn
voor politie en justitie op de drie eilanden. Minister
Nicolaï heeft in een antwoord op vragen uit de Tweede
Kamer over de hervormingen verklaard dat sociale
voorzieningen als de bijstand op de drie eilanden niet
hetzelfde zullen zijn als in Nederland.
Zowel de provincie Noord-Holland als de provincie
Zeeland heeft voorgesteld dat Bonaire, Saba en
Sint-Eustatius tot de betreffende provincie gaan
behoren. Een ander voorstel is dat de drie eilanden een
aparte provincie gaan vormen.
Rechtspleging De rechtspleging in de Antillen is
volgens alle Koninkrijksdelen gebaat bij het
voortbestaan van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie
van de Nederlandse Antillen en Aruba. Om te voorkomen
dat het Hof met één land wordt geïdentificeerd stelt de
Raad van State voor om het Hof een eigen
rechtspersoonlijkheid en zijn eigen statuten te geven.
Het hebben van een afzonderlijke procureur-generaal
en een hoofdofficier van justitie voor elk Caribisch
land wordt door de Raad van State van het Koninkrijk als
niet efficiënt beschouwd. Daarom stelt de Raad van State
voor om beide ambten voor de nieuw te vormen landen
samen te voegen tot het ambt van "fiscaalgeneraal". Voor
de drie kleine Antillen zou ook een aparte
fiscaalgeneraal aangewezen moeten worden.
De gouverneur en de Raad van Advies De Raad van State
van het Koninkrijk betwijfelt of het wenselijk is om
voor de nieuwe landen afzonderlijk een gouverneur aan te
wijzen. De Raad van State wijst dan ook op de
mogelijkheid dezelfde persoon als gouverneur van zowel
Sint-Maarten als Curaçao te benoemen. Deze persoon zou
dan ook het ambt van Commissaris van de Koningin voor de
drie kleine Antillen moeten vervullen. Het huidige
Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden staat het
benoemen van een persoon voor meer dan één functie niet
in de weg.
Voor de hand ligt dat zowel Sint-Maarten als Aruba
hun eigen Raad van Advies krijgen (vergelijkbaar met de
Nederlandse Raad van State). Potentiële leden voor deze
raden zijn echter dun gezaaid, hetzelfde geldt voor de
ambtelijke ondersteuning. De Raad van State van het
Koninkrijk wijst daarom op de mogelijkheid een
gezamenlijke Raad van Advies voor Sint-Maarten en
Curaçao te behouden die waar nodig vergadert in twee
secties.
Europese Unie De Antillen hebben in de Europese Unie
momenteel de status van landen en gebieden overzee (LGO).
Er bestaat een kans dat in ieder geval bij een deel van
de Antillen (de nieuw te vormen gemeenten Bonaire, Saba
en Sint-Eustatius bijvoorbeeld) de status gewijzigd zal
worden in ultraperifere regio.[8] In het akkoord van de
miniconferentie is vastgelegd dat onderzocht zal worden
wat de mogelijkheden en wat de implicaties zijn van het
verkrijgen van een UPG-status voor de kleine antillen.
De Raad van State van het Koninkrijk heeft in zijn
voorlichting over de op handen zijnde staatkundige
hervormingen laten weten dat hij het onwenselijk acht
dat de drie kleine Antillen hun LGO-status na de
overgangsperiode behouden, omdat dit tot merkwaardige
verschillen binnen één staatsbestel zou leiden.
Voor de toekomstige bijzondere gemeenten lijkt een
UPG-status veel makkelijker haalbaar dan voor de
autonome landen binnen het koninkrijk. Bonaire, Saba en
Sint-Eustatius zullen omdat ze Nederlandse wetgeving
moeten invoeren veel Europese regelgeving al automatisch
overnemen. Aruba, Curaçao en Sint-Maarten zullen het
gehele acquis communautaire van de Europese Unie zelf
moeten invoeren.
|