30 September 2006
| By Jacob Gelt Dekker

Michael O'Leary, luchtvaartprijsvechter Ryanair's
topman, stelde al op 21 juli 2004 in een interview in
Die Zeit, dat spoedig tickets helemaal niets meer zullen
kosten.
Van Amsterdam kun je nu al voor Euro
18, - naar Nice, en Euro 35, - naar de zonnekust van
Turkije, echter voor de Antillen moet nog altijd een
stevige prijs betaald worden. Een businessclass
retourticket Amsterdam-Curacao met KLM kan u nog wel
eens op Euro 5099 komen.
Een ieder weet dat tarieven in de
luchtvaart voor de consument een grote
ondoorzichtige soep is, waarbij
menige luchtvaartklant verzucht, ‘de dieven pakken wat
ze krijgen kunnen.''
RMNO ( Duurzame ontwikkeling van
Toerisme advies A.07 ( 2006)) stelde:
“….Tekenend .. is een dilemma
waarin een aantal Caribische eilanden, touroperators en
luchtvaartmaatschappijen elkaar gevangen houden. De CTO
( Caraïbien Tourist Organisation)
verwijt de touroperators toeristische capaciteit
onvoldoende te benutten. Op hun beurt legden de
toeroperators weer de schuld bij de
luchtvaartmaatschappijen, die onvoldoende bestemmingen
in het Caribische gebied hebben en daarnaast ook
onvoldoende vliegtuigstoelen ter beschikking stellen en
als zij extra capaciteit hebben, die capaciteit tegen
veel te hoge prijzen verkopen, gegeven de grote
prijselasticiteit van vakantiereizen in het algemeen en
naar het Caribische gebied in het bijzonder . De
luchtvaartmaatschappijen stellen op hun beurt dat zij
niet van plan zijn verliesgevend te werken( Roel in 't
Veld).”
Prijzen worden gevormd door de markt
van vraag en aanbod, niet door kostprijs, zoals menig
verdwaalde politicus denkt. Onbarmhartige prijsoorlogen
hebben al menige luchtvaartmaatschappij tot
faillissement en liquidatie gedwongen. Toch is er veel
te zeggen voor O'Leary's stelling, immers aldus de guru
“ krijgen wij ( in dit geval de economie van Curaçao)
dan inkomsten van hotels, waarnaar we onze gasten
brengen, uit autoverhuur en van de luchthavens, die blij
zijn dat we daar landen.”
Curaçaose toeristenindustrie heeft
voor het eiland de fatale fout gemaakt om luchtvaart
tarieven hoog te laten en klanten te lokken met discount
hotelkamers. Zelfs Hilton and Marriott prezen hun kamers
aan voor minder dan US $ 80 per dag tijdens het
laagseizoen. Een groot deel van de 'reserveringswaarde'
( het totale bedrag dat de toerist over heeft voor zijn
vakantie), belandt dan ook in de zakken van de
buitenlandse luchtvaartmaatschappijen en niet in de
economie van de Antilliaanse eilanden. Dat is een niet
gewenst effect.
De eilanden willen geld in hun
economie en het is daarom beter bijna-gratis tickets in
combinatie met dure hotelkamers te hebben. Tegenover de
dure hotelkamers moet natuurlijk wel kwaliteit staan.
Dit kan heel goed zoals Frans St. Maarten en Antigua
bewezen hebben.
Nodig is een professioneel
economisch-toerisme beleid van de lokale overheden. De
verantwoordelijke ministers en gedeputeerden dienen
overeenkomsten met de luchtvaartmaatschappijen te maken
voor deze bijna-gratis tickets gesteund door een
garantiefonds dat de vluchten kostendekkend maakt. Dit,
en niet misplaatst nationalisme, is een goede rede voor
het bestaan van een Curaçaose luchtvaartmaatschappij.
Clifton Walle, CTDB directeur, benadrukte recent nog
eens dat politici helaas geen verstand hebben van
luchtvaart, routes of toeristische
ontwikkelingsmechanismen, en dat hun bemoeienis slechts
heeft geleid tot een waar ‘Caribische luchtvaart drama.'
Curaçaose politici spannen met drie failliete nationale
luchtvaartmaatschappijen de kroon van incompetentie,
aldus Walle.
Een eenvoudig rekenvoorbeeld laat het
voordeel zien van het gratis-ticket-instrument.
Wetlease prijs voor een
300-passagiers vliegtuig is ongeveer US $ 5000 per uur.
Een vlucht Amsterdam- Curaçao kost dus ongeveer US $
50,000 of te wel per passagiersstoel US $ 165. Stel de
passagier betaalt US $ 65 en het fonds US $ 100 per
route, of US $ 200 voor een retour. De toerist blijft
een week en betaalt voor zijn hotel US $ 180, in plaats
van de US $ 80 die hij nu betaalt, dus extra op het
eiland uitgegeven door de toerist
US $ 600. Netto blijft er dus
over voor de lokale economie US $ 600. Indien de
economie dus US $ 200 uitgeeft kan het US $ 600
verdienen.
Het lijkt ''too good to be true'',
echter het is precies op deze wijze dat de
toeristenindustrie in Turkije binnen 15 jaar gegroeid is
van minder dan 1 miljoen
(1990) tot 17,5 miljoen ( 2004)
bezoekers, met een jaaropbrengst van US $ 12 miljard.
Jamaica deed iets dergelijks door Air Jamaica's verlies
van US $ 136 miljoen te subsidiëren met US $ 85 miljoen,
die ze geheel uit toeristenbelasting van de dure
hotelkamers terugverdienden.
De vraag is nu, kan de lokale
politiek en economie van Curaçao een dergelijk zeer
stimulerend systeem opzetten en de enorme groeivruchten
ervan plukken? Volgens Walle bestaan politici en
toeristische bedrijfsleven op Curaçao slechts uit
idioten, geleid door duistere politieke motieven.
In mijn vorige column wees ik ook op
het ontbreken van de juiste randvoorwaarden op de
Antillen om de luchtvaart- en toeristenindustrie van
voldoende groei te verzekeren. Vooral mijn opmerkingen
over het gebrek aan deugdelijk bestuur en kundige, niet
corrupte, bestuurders schoot menig politicus in het
verkeerde keelsgat. Heftig emotioneel gekakel brak los,
en menig volksmenner ontpopte zich als felle racist en
fascist die openbare discussie slechts wenst te belonen
met verbanning, boycot en uitsluiting van de dissident.
Blijkbaar paste de aangeboden schoen
deze lieden zeer goed en hadden ze met mijn confrontatie
een levensgroot probleem waarop ze niet anders dan met
hun scheldpartijen konden reageren, zichzelf eens en
voor altijd diskwalificerend voor een gezonde
democratie.
Ondanks al het onnozele gekakel van
deze niet door enige rechtskennis gehinderde
verontwaardigde volksmenners kwam er geen verandering in
het ondeugdelijke bestuur. Curaçao maakte haar vierde
bestuurwisseling door binnen een jaar, en het
amateurisme van bestuurders is gebleken niet eens op het
niveau van studenten stageairs te zijn. Ook het gevoel
voor veiligheid werd weer verder ondermijnd door meer
wrede moorden en demonstrerende, in plaats van
patrouillerende agenten.
Helaas, de bittere waarheid is, dat
er geen deugdelijke leiding van de overheid in de
toeristeneconomie bestaat, dat terwijl Curaçao een rijke
oogst aan home grown intellectuelen en zeer kundige en
ervaren bestuurders heeft; helaas komen zij bijna nooit
echt aan zet.
Het opzetten van een luchtvaartfonds
zoals ik voorstelde en daarmee een dramatische groei van
de economie, heeft alleen kans als de
toeristenorganisaties, zoals de CHATA
(Curaçao Hotel and Toerist
Association) en CTDB ( Curaçao Tourist Development
Board), hiertoe gedelegeerd en gemachtigd zouden worden
met alle nodige financiële garanties.
In het verleden is iets dergelijks
ook gedaan voor bijvoorbeeld de rechtstreekse vluchten
van Continental vanuit New York naar Curaçao.
Een route-development-fund kan dus
wel. Een eensgezinde, gemeenschappelijke grootschalige
aanpak, door de hele industrie, particulieren en
overheid is voorwaarde . Als niet alle neuzen in
dezelfde richting staan, werkt het niet.
Het is van harte te hopen dat de
komende verkiezingen en de verandering van het
staatsbestel een radicale grote schoonmaak zal houden
onder incompetente opportunistische en populistische
politici en ambtenaren, die Curaçao al weer tientallen
jaren in hun alles vernietigende wurggreep gevangen
hebben gehouden.
Jacob Gelt Dekker
|