< Back to Dutch & Caribbean News
Corrupt of niet Corrupt

 


                                                                                                                                                   Door: Jacob Gelt Dekker

FOL-Anthony Godett werd schuldig bevonden aan corruptie door de rechter, echter hij stelt nog steeds geheel onschuldig te zijn. Hij zegt, dat “alleen het tekenen van een stukje papier niet kan betekenen dat hij schuldig is aan een misdaad; wellicht aan een onbenullige fout van onnadenkendheid, maar niet aan een kwaadaardige daad met voorbedachten rade.”

PAR- Omyra Leeflang verklaarde ongevraagd voor de rechter dat ze “geen geld had ontvangen van haar broer” in ruil voor de klanten die hij wellicht via haar had verkregen. Voor Leeflang betekent corruptie blijkbaar alleen: omkoping met geld. Leeflang stelt dus dat ze niet corrupt is.

PNP- MAN-PLKP-kopstukken hebben ook steeds volgehouden dat ze niet corrupt zijn, ondanks rechtelijke vonnissen of publieke beschuldigingen door de kiezer.

De ingezonden brieven van boze kiezers, recent in de kranten verschenen, geven zo’n brede variatie van het begrip corruptie weer, dat het overduidelijk is dat er geen eenduidige definitie in omloop is, en zeker niet op de Antillen. Corruptie is even onduidelijk als deugdelijk bestuur, of overheidswillekeur, machtsmisbruik enz. De politicus en ambtenaar, die zich misschien schuldig maakt aan deze zaken, wordt enorme ruimte gegund om zich onder de onduidelijke definities uit te wringen.

In het vonnis van Godett was het opmerkelijk dat ook de rechter voorkeur gaf aan termen als fraude en indirecte omkoping boven corruptie, blijkbaar wordt door rechters als het gaat om corruptie zuiver juridisch geoordeeld en het beestje niet bij de naam genoemd.

Corruptie betekent in oorsprong, in stukken breken. De betekenis in het algemeen van hedendaags gebruik van corruptie komt het sterkst overeen met, het breken van vertrouwen geschonken door kiezers aan politici en ambtenaren of/en breken van hun gelofte of eed aan bijvoorbeeld de grondwet..

Bij corruptie moet in ieder geval ook nog een aspect van te kwader trouw en voorbedachte rade zijn. Een ambtenaar of politicus die door onzorgvuldigheid, domheid, of onwetendheid een fout maakt, is dus niet direct corrupt. Veel van corruptie verdachte politici en ambtenaren beroepen zich dan ook vaak op die verontschuldigingen.

Corruptie houdt in ieder geval ook in, het verlenen of onthouden van een dienst tegen een vorm van betaling in geld, goed of gunst. De meest banale vorm van corruptie is het in ontvangst nemen van geld voor een dienst of behandeling. Ook indirecte omkoping, door bij voorbeeld de pleger te belonen met een baantje, een commissariaat enz. is corruptie.

Het bij voorkeur en voorrang behandelen van vrienden en familie--- nepotisme en “cronyisme”, ook als er geen geld aan te pas komt--- is dus ook corruptie. Het onthouden van overheidsdiensten aan tegenstanders en/of vijanden is dus ook corruptie. Gunsten in het politieke spel mogen bij overheidsdiensten, volgens de grondwet, nooit een rol spelen; clientalisme, positief en negatief, is corruptie. Een ieder heeft recht of gelijke behandeling, of politici je nu leuk vinden of niet.

Het kabinet –Ys meende corruptie van ambtenaren en politici te kunnen bestrijden door

cursussen te geven in normen en waarden, in ethiek. Het lijkt zeer nuttig, maar zal het nu echt de te-kwader-trouw- pleger tegenhouden?  

Politici en ambtenaren die na het doorlopen van die cursus toch nog betrapt werden door de kiezers, beriepen zich op een onschuldig toevallige gelegenheid—opportunisme.  Velen hebben Asjes en Schotte beschuldigd van corruptie door de vette baantjes die voor hen, op ondoorzichtige wijze, bekonkeld waren. Beide heren houden vol dat het slechts een wettige gelegenheid is waarvan ze gebruik wensen te maken. Ze achten zichzelf niet-corrupt, op z’n hoogst opportunistisch.

Het kabinet- de Jongh wordt door velen beschuldigd tot stand te zijn gekomen door corruptie. Minister president, Emily de Jongh zou de steun voor haar kabinet door de FOL van Anthony Godett hebben gekocht in ruil voor zijn baantje als Gedeputeerde en nog wat baantjes voor andere FOL- leden en Godett- familieleden.

De FOL meent daarentegen dat de uitslag van de verkiezingen---verlies van vijf van haar zeven zetels--- gegronde reden was voor de FOL, haar positie ten opzichte van het Slotakkoord en de PAR-PNP coalitie te veranderen. Op z’n hoogst zou de FOL gerechtvaardigde gelegenheidsethiek of opportunisme  te verwijten zijn, maar in geen geval corruptie.

Het bewijzen van te kwader trouw en voorbedachte rade van de zogenaamde corrupte politici blijft het grote struikelblok.

Men kan met enig recht stellen dat een ieder die bereid is een deel van zijn leven op te offeren aan de politiek, wel goed gek moet zijn, immers de beloningen zijn zeer gering in geld en op Curaçao zeker nog minder in aanzien. Iemand die zo idealistisch is, kan dus niet  te kwader trouw zijn  op z’n hoogst dom of onnozel.  Het publiek dat beweert dat er met voorbedachten rade complotten zijn gesmeed door rommelende politici heeft volgens de idealisten-politici te veel televisieseries bekeken en is dus niet goed snik.

Toch neemt dat niet weg dat er bij het publiek zeer weinig vertrouwen bestaat in de zogenaamde goede intenties van politici, om het welzijn en de welvaart van de gemeenschap te dienen. Je hoort veel te vaak dat politici alleen hun eigen belang dienen. 

Het PAR_PNP_FOL-kabinet zou er dan ook zeer goed aan doen om de termen van corruptie helder en duidelijk te formuleren en wettelijk te regelen. Ze zouden niet alleen de gemeenschap daarmee een grote dienst bewijzen, maar ook hun eigen belang zeer dienen. Dit dienen van eigen belang dient zeer te worden aangemoedigd.

 


                                                                                                                                       Door: Norbert George uit 2003

Corruptie, bederf en collusie

Van fouten kan in het geval van het Shell-schandaal (1985) echter niet gesproken
worden. Dit zal duidelijk naar voren komen in het volgende hoofdstuk.
In het geval van het huidige ISLA-schandaal, wat ook beschouwd kan worden als
gevolgschade van de deal uit 1985, is evenmin sprake van fouten. Dit wordt naar
voren gebracht in de hoofdstukken (3 en 4). Op zowel het Shell-schandaal en het ISLA-schandaal zijn de twee andere categorieën – corruptie en collusie – van toepassing, en die zijn specifieker.
Corruptie betekent letterlijk ‘bederf (7)’. Juridisch kan men haar omschrijven als het
misbruik maken van een ambtelijke of politieke positie ten behoeve van zichzelf
of een derde. Dit misbruik dient in strijd te zijn met de wet of de heersende regels,
een delict waarvan het bewijs soms lastig is te leveren.

Collusie kan volgens Van den Heuvel omschreven worden als: “Heimelijke verstandhouding,
met name om het opsporen van strafbare feiten te belemmeren”.
Heimelijke verstandhouding is overigens niet verboden. Ook hier geldt dat het
pas een delict wordt waar het recht wordt geschonden, ofwel waar wetten worden
overtreden (8).

Als tweede betekenis van collusie noemt Van Dale: “De onderlinge samenspanning
tussen ambtenaren om ambtsdelicten te plegen”. Theoretisch kan collusie dus ook slaan op een heimelijke verstandhouding tussen bedrijven onderling, alhoewel dit bij voorkeur wordt aangeduid als “kartel”, ofwel oneerlijke mededinging (9). Als de (Rijks)overheid erbij betrokken is dan resteert de term collusie. Samengevat: wanneer ik het heb over organisatie- en bestuurlijke criminaliteit in
het verdere vervolg van dit boek, dan heb ik het over corruptie en collusie waarbij
overheden betrokken zijn.

Collusie heeft binnen de context of het veld van de organisatie- en bestuurlijke
(17) criminaliteit, meerdere overeenkomsten met corruptie.
Volgens Van den Heuvel zijn beide geen wettelijke termen maar vormen wel erg
‘inclusieve’ begrippen en het kerndelict is moreel wel heel duidelijk.
Beide staan voor een vermoede pathologie van goede samenwerking op de
grens van publiek/-privaat. Beide zijn typische ‘afglij’ delicten en beide trachten
‘ontdekking van het illegale aspect te voorkomen’. Bij beide ziet men bovendien, bij ontdekking, ook dezelfde soort neutralisatietechnieken: (1) ontkenning, (2) ‘blaming the whistle-blower’ of (3)
‘blaming the messenger (10)’. Er zijn ook verschillen tussen collusie en corruptie. Corruptie omschrijft Van den Heuvel als: “Het misbruik maken op individueel niveau van de eigen positie ten behoeve
van zichzelf of een derde, zonder dat de relevante regels in acht genomen waren”.
Van den Heuvel geeft aan dat Ruimschotel (11) als diepste wezenskenmerk van
corruptie noemt: “Het plegen van verraad aan de eigen organisatie”.
Collusie lijkt de institutionele variant hiervan.

Zij betreft illegaal gedrag van overheidsorganen ten behoeve van zichzelf én van derden. Haar wezenskenmerk is echter niet zozeer verraad – zondigen tegen de moraal van de club – maar veel
meer ‘partijdigheid (12)’. Het gaat om een institutioneel legale samenwerking tussen overheden onderling of overheid en bedrijfsleven, die voor legale doelen tot illegale middelen vervalt, en
dat verheimelijkt (13).

Dat is meteen het verschil met gedogen, wat niet heimelijk gebeurt.
Anders gezegd, collusie waarbij de overheid is betrokken is altijd heimelijk
gedogen met potentieel ernstige gevolgen. Dit lijkt specifiek, maar dat gedogen
kan op allerlei mogelijke illegale praktijken slaan, zowel formeel als materieelrechtelijk
en heeft vrijwel altijd een structureel karakter (14).


Corruptie, bederf en verraad op Curaçao
Waar politiek en bestuur bij herhaling aandacht vragen voor het corruptieprobleem
met zijn sterk individueel accent, dient bij het Shell-schandaal en het ISLAschandaal
de aandacht uit te gaan naar corruptie én vooral collusie met zijn
structureel organisatorisch accent.
Corruptie gedijt met name in zwakke en niet-democratieën – staten waar politieke
macht te koop is – en vraagt als private verrijking om een gesloten infrastructuur,
om foute voorbeelden aan de top en het liefst om onderbetaalde ambtenaren15.
Opzettelijk onderbezette ambtelijke organen zijn dan natuurlijk meegerekend.
Met name Curaçao beschikt over een extra uitermate goed gedijmiddel, te weten:
de financiering en de toegang tot de media is voor Curaçaose politieke partijen in
zijn geheel niet geregeld en wordt evenmin gecontroleerd.
De Nederlandse Antillen – meer specifiek Curaçao – is zowel een corruptieland als
een collusieland.In de volgende hoofdstukken wordt duidelijk gemaakt hoe de kleinschalige
Koninkrijksgemeenschap, woonachtig op Curaçao, schade heeft opgelopen
in 1985 door het Shell-schandaal, mede door toedoen van een medeplichtig
Koninkrijksbestuur. (18)

Tot op de dag van vandaag worden de gevolgen daarvan – gevolgschade –
ondervonden, door een onverminderde organisatie- en bestuurlijke criminaliteit,
corruptie, collusie, overtreding van fundamentele mensenrechten en specifieke
kinderrechten, misdaden tegen de mensheid en meer.

 

Copyright © 2007-08.
All Rights Reserved.