7 January 2006
| By Jacob Gelt Dekker

De
belangen van de Antilliaanse luchtvaart en de
narco-industrie liepen vele jaren parallel. Met de de
faillissementen van ALM, DCA, DCE, Air Holland, wellicht
spoedig Winair en de 100 procent controles op Schiphol,
lijkt daaraan een einde gekomen. Zullen de tentakels van
de drugsbaronnen in de toekomst weer de stuurknuppels in
de cockpits van nieuwe op de Antillen gevestigde
luchtvaartmaatschappijen besturen?
Vanaf ongeveer 1998 kochten tienduizenden
cocaïnecouriers en hun handlangers tickets op de routes
naar Europa en de USA, direct, of indirect via andere
Caribische eilanden of Zuid-Amerika. Tickets werden zo
vaak contant betaald dat de op noodlijdende
boekingskantoren speciaal voor deze klanten open werden
gehouden of zelfs verplaatst naar makkelijk bereikbare
plekken in de stad. Er was niemand bij de
luchtvaartmaatschappijen, hun agenten, banken en
overheden, die niet wist wat er speelde. Iedereen kneep
een oogje toe, en lachte breed, gelukkig over de
onverwachte winsten. “Iedereen heeft zijn neus in het
witte poeder”, liet een vooraanstaande bankier zich eens
op een onbewaakt moment ontvallen.
Justitie werd gedwongen in te grijpen, vooral onder
druk van de internationale gemeenschap. De Forward
Operations Location (FOL) werd met nieuwe geestdrift en
investeringen op Curaçao en Aruba geherhuisvest, na
decennia in de Panama zone een slapend bestaan te hebben
geleid. Enorme AWACS radartoestellen met rond de klok
surveillance van het luchtruim tussen cocaïne
producerende landen als Venezuela en Colombia, deden
spoedig de luchtdroppingen van duizenden kilo's cocaine
stoppen, om plaats te maken voor een uitgebreid
smokkelsysteem over zee, vaak op de meest ingenieuze
manieren.
Luchthaven Hato (Curaçao) werd voorzien van een
screening team die de cocaïnebokken van de schapen
diende te scheiden. Jaarlijks werden ongeveer 10.000
luchtreizigers geweigerd, maar minstens evenveel
bolletjesslikkers werden wel doorgelaten. Spoedig zaten
poepcellen op Schiphol vol en puilde de Bon Futuro
gevangenis uit. De situatie leek onhoudbaar te worden.
Justitie zat met de handen in het haar. Het duurde niet
lang of slechts couriers met meer dan 2000 gram werden
nog aangehouden, de rest mocht weer naar huis met een
dagvaarding of kreeg een voorwaardelijke straf.
Het Hato-drugsteam kreeg het ook hard te verduren.
Bedreigingen van huis en have, beschietingen op de
werkplek en dikke pakken geld voor omkoping rukten het
team, inclusief snuffelhonden, spoedig aan stukken. De
bodyscanner, nota bene neergezet voor diegenen die hun
onschuld ter plekke wensten te bewijzen, moest ook weg.
De toenmalige FOL-minister van Justitie, Ben Komproe,
blijkbaar door de narco-industrie zwaar onder druk
gezet, bond daartoe zelfs de strijd aan met het Openbaar
Ministerie.
Het ministerie van Luchtvaart en het departement van
de Luchtvaartdienst, destijds ook al onder beheer van
een FOL-minister (Salas) deden niets, alhoewel
tientallen luchtreizigers op de Atlantische overtocht om
het leven kwamen. De veiligheid van alle passagiers was
voortdurend in gevaar door de toenemende agressie van de
narco-couriers.
Air marshals aan boord maakten weinig of geen
verschil. Het was nimmer aanleiding voor de minister van
Luchtvaart een AOC in te trekken of zelfs maar een
waarschuwing te doen uitgaan. De belangen van de
nationale luchtvaart en die van de narco-industrie
liepen daarvoor teveel parallel. In hoeverre het
ministerie ook onder invloed van de drugsbaronnen stond
of nog staat is nooit onderzocht, maar het is wel een
zeer voor de handliggende verdenking. De strijd leek
geheel beslecht in het voordeel van de narco-industrie.
Toch liep het nog verkeerd af voor de narco-heren.
Een reeks van onvoorziene gebeurtenissen waarvan slechts
enkele in het geheugen bleven hangen, vormde de
aanleiding. De moord van een Air France-stationmanager
in Haïti, door de DCA-stationchef aldaar vanwege een
cocaïne-ripdeal, was voor DCA-tsaar Mario Evertsz, die
er toch al zeer gekleurd op stond, het definitieve begin
van een onherroepelijk einde. De aanhouding van een Air
Holland-vlucht op St. Maarten vol bolita-couriers en nog
vele kilo's extra cocaïne in de laadruimte vormde de
volgende trigger. Daarna werd een van de op Bonaire
gevestigde aandeelhouders van Air Holland in
Zuid-Amerika gearresteerd. Spoedig bleek dat de discount
luchtvaartmaatschappij, als witwasmachine, reeds lang
vele tientallen miljoenen dollars cocaïnegeld had
verslonden. De failliete Air Holland-resten, reeds
overgenomen door een andere op Bonaire gevestigde
zakenman met behulp van enkele Hollandse vrienden, waren
reeds omgezet in Dutch Caribbean Excel (DCE), dat
spoedig ook ten onder ging aan het oude cocaïneschandaal
van Air Holland. Slechts het schamele restant van
BonairExel, nu omgedoopt in BonairExpress, overleefde
ter nauwernood. Vandaag is BonairExpress zonder enige
twijfel de slechtste luchtvaartmaatschappij die de
Antillen ooit heeft gehad, een maatschappij met totale
minachting voor dienstregelingen, passagiers, financiële
afspraken en gemaakte zakelijke verplichtingen, zoals
bijvoorbeeld tegenover Winair.
Chavez President Hugo Chavez van Venezuela
nationaliseerde de afgelopen jaren vele grote
veeboerderijen op de grens van Colombia en Venezuela.
Duizenden arme boertjes kregen een stukje land, waarop
ze terstond massaal cocaïne gingen verbouwen. Met vier
oogsten per jaar hopen ook deze armen spoedig aan de
welvaart van de Westerse consumptiemaatschappij mee te
kunnen doen. De aanvoer van cocaïne zal vanuit Venezuela
dan ook sterk toenemen in het komende jaar.
De opening van een route naar Valencia van
BonairExpress, terwijl geen van haar andere routes naar
behoren functioneren, op een moment dat het Venezolaanse
cocaïneaanbod verveelvuldigd is en het Venezolaanse
toerisme een dieptepunt heeft bereikt, moet bij
overheden tenminste achterdocht wekken. De wijze waarop
de minister van Luchtvaart en haar departement zichzelf
en deze dubieuze onderneming de hemel in prijst, doet
die gefundeerde verdenking alleen nog maar versterken.
Nagenoeg alle hoofdrolspellers van topmanagement tot
aandeelhouders in dit omvangrijke luchtvaart-cocaïne
drama ontsprongen de strafrechtelijke dans en glipten
tussen de vingers van justitie door. De heren lijken nu
rustig af te wachten tot de ophef wat is geluwd, zodat
ze daarna weer hun zeer winstgevende slag kunnen slaan.
Het ministerie van Luchtvaart verstrekte het afgelopen
jaar trots wel vier AOC-vergunningen aan maatschappijen
zonder enige luchtvaartervaring, zonder vliegtuigen en
zonder aantoonbaar legaal kapitaal, en lijkt daarmee een
nieuwe generatie potentiële cocaïne couriers een tweede
kans te geven. De onbenulligheid waarmee dit gebeurde is
zo onvoorstelbaar groot dat een ieder zich dient af te
vragen of ook hier de lange tentakels van de
drugsbaronnen aan de touwtjes trekken en wellicht een
doorslaggevende rol hebben gespeeld.
Met de verkiezingen in het directe verschiet en de
klopjacht van enkele jaren geleden nog vers in het
geheugen, lijken de heren drugsbaronnen in veilig
vaarwater; niemand in de politiek heeft trek in nog eens
zo'n cocaïne-luchtvaart razzia.
Iedere verantwoordelijke politicus dient zich te
realiseren dat de schade, aangebracht door jaren van
cocaïnevervoer door Antilliaanse
luchtvaartmaatschappijen, onvoorstelbaar groot is
geweest en nog steeds is. De kosten aan mensenlevens,
van directe en indirecte misdaad, verlies aan reputatie,
ontwrichting van gezag en orde, omkoping op alle niveaus
van overheid, intimidatie en geweldpleging overtreffen
vele malen de korte termijn narco-opbrengsten van een
paar miljard guldens.
Toch ziet het er naar uit dat binnen het huidige
lands- en eilandsbeleid cocaïnetransporten naar en van
Aruba, Bonaire en Curaçao en vervoer met
luchtvaartmaatschappijen van het witte goud naar de USA
en Europa, wederom een nieuwe spectaculiere ontwikkeling
doormaken. Deze maal echter niet met bolita-slikkertjes
en een kilootje verstopt hier of daar. De gezakte prijs
in Europa vereist een aanpak op veel grotere schaal. Een
ieder kan zich verloren laten gaan in bespiegelingen
over de vindingrijkheid van de smokkelaars, immers dat
ze vindingrijk zijn staat vast. En dat ze met hun zeer
lange lijnen hele regeringen naar hun hand kunnen zetten
is een reeds bewezen feit uit ons recente verleden. Een
ieder die in de weg staat kan rekenen op liquidatie. Of
het nu op de Antillen is of in Nederland, blijkt weinig
uit te maken.
ALM, DCA, DCE, Air Holland en Winair bewezen ten
koste van de belastingbetaler dat een Antilliaanse
luchtvaartmaatschappij economisch niet haalbaar is.
Allen werden instrumenten en verlengstukken van de
narco-industrie. Dit is geen wenselijke ontwikkeling.
Opdoeken van het ministerie van Luchtvaart en de daarbij
behorende diensten, verplaatsen van de noodzakelijke
verantwoordelijkheden naar het Koninkrijk of de USA en
uitbesteding van de lijndiensten aan internationale
maatschappijen, is dan ook een gezondere en op de lange
duur een winstgevender optie voor de luchtvaart op de
Nederlandse Antillen.
Jacob Gelt Dekker
|