08 Maart 2006 | Volkskrant by
Marnix de Bruijne

De Nederlands-Ethiopische cameraman Abraham Haile Biru
hield er in zijn opleiding rekening mee dat hij naar Afrika zou
terugkeren. Geen rijders, of dollies. 'Dat heb je daar toch
allemaal niet.'
'Je had
erbij moeten zijn gisteren, bij mijn ontvangst door de
Lions Club Rotterdam. Iedereen in het pak. Ik ook natuurlijk,
om de cheque aan te nemen die ik had gewonnen
Tienduizend euro heb ik gewonnen, voor de filmschool die ik
ga beginnen in Addis Abeba. Vonden ze het beste
projectvoorstel. Dat ik Nederlands sprak, was helemaal
fantastisch.'
De Ethiopische
cameraman Abraham Haile Biru (36), de pet achterstevoren
op de gladgeschoren schedel, vertelt tijdens het
filmfestival in Rotterdam over de lof die hij kreeg
toegezwaaid. Het is geen nieuwe ervaring. In 2002 werd
Haile Biru, nog maar net afgestudeerd aan de
Filmacademie in Amsterdam, uitgeroepen tot beste
cameraman van Afrika op het Fespaco-filmfestival in
Burkina Faso. Dat was voor Abouna (Onze vader) van
regisseur Mahamet-Saleh Haroun. De film werd ook
geselecteerd voor Cannes. Geen wonder dat Haroun hem
vroeg voor zijn volgende project: Daratt (Dry Season),
volgende week te zien op het Amnesty filmfestival in
Amsterdam.
Daratt gaat over
wraak. Een oude man stuurt zijn kleinzoon Atim naar de
Tsjadische hoofdstad N'Djamena om de moordenaar van zijn
vader te doden. Het is 2006, er geldt een amnestie voor
oud-strijders van een lange burgeroorlog, en de
moordenaar, Nassara, is bakker geworden. Hij biedt Atim
een baan aan, die deze accepteert, en raakt gesteld op
zijn nieuwe hulp. Hoewel ogenschijnlijk weinig gebeurt,
is Daratt tot het laatst spannend omdat dan pas blijkt
of Atim zijn opdracht gaat uitvoeren of niet.
De film bevat mooie
beelden van de woestijn en indrukwekkende opnames van
gezichten. 'Er is nauwelijks dialoog. Daarom koos ik
voor veel close-ups, in overleg met Haroun natuurlijk.
Hij geeft mij en de acteurs veel ruimte.' Heel Daratt is
gefilmd in de stijl die bij Haile Biru past: hij houdt
ervan om op een documentaire manier te filmen, maakt
vaak gebruik van een statief en is wars van moderne
cameratrends. Bij hem zul je geen schokkerige, onscherpe
beelden zien, die snelheid moeten suggereren.
Haile Biru's
degelijkheid heeft alles te maken met wat hij als zijn
opdracht ziet: filmen in Afrika naar een hoger plan te
brengen. Hij koos daar al snel voor nadat hij op zijn
zestiende naar Nederland kwam om de dienstplicht in het
toen socialistische Ethiopi� te
ontlopen. Hij kreeg een verblijfsvergunning op
humanitaire gronden, een studiebeurs van de stichting
voor vluchtelingstudenten UAF en vond onderdak in Rhoon,
bij een echtpaar dat hij nu zijn 'tweede ouders' noemt.
In die plaats ontmoette hij mensen 'die verbaasd waren
dat ik als kind niet op blote voeten liep'. Hij zou
filmer worden, besloot hij, om te laten zien hoe Afrika
er ��k uitziet.
Eenmaal op de
Filmacademie in Amsterdam verkoos hij echter camera en
licht boven regie. 'Bij regie komt het aan op ervaring
en fantasie. Maar in Afrika komen die verhalen vanzelf
wel. Waar het in Afrika aan schort is technische
deskundigheid. Op dat vlak heb ik dan ook zo veel
mogelijk willen leren. In vier jaar tijd heb ik geen les
gemist.' Haile Biru legde zich daarbij vooral toe op
'filmen vanuit de beperking'. 'Op de academie was men
wel eens verbaasd dat ik nooit om een rijder, dollie of
grip vroeg, om de camera over een rails te laten rijden.
Dat heb je toch allemaal niet in Afrika, wist ik.'
Het komt Haile Biru
van pas bij het documentaire- en registratiewerk in
Afrika, waaruit het grootste deel van zijn opdrachten
bestaat. En zeker bij het filmen in Tsjaad voor Daratt,
een film die met een klein budget is gemaakt.
Het budget was maar
een van de problemen waarmee de filmploeg kampte in
Tsjaad. Halverwege het draaien kwamen de rebellen van
het Verenigde Front voor Verandering (FUC) plotseling
naar de Tsjadische hoofdstad N'Djamena, in de hoop de
regering van president D�by omver
te werpen. Haile Biru: 'Ineens hoorden we mortieren en
andere beschietingen. Op straat zag je de rebellen
rijden in die Toyota-pickups, in vieze, stoffige kleren.
Ze hadden in vier dagen achthonderd kilometer afgelegd
van Soedan naar de stad. De paniek in de ogen van de
Franse camera-assistent Mathieu Giombini, toen hij de
rebellen zag, zal ik nooit vergeten.'
De ploeg zocht
onderdak in het Centre Cultural de France. Vier dagen
bleven ze binnen, terwijl het leger korte metten maakte
met de rebellen, waarbij honderden doden vielen. Haile
Biru: 'Heb je dat shot gezien van hotel Kempinski, waar
Atim voorbij loopt? Het is het duurste hotel van de
stad, vandaar dat de rebellen dachten dat dit het
parlement was. Ze hebben de gevel helemaal
stukgeschoten. Gelukkig hadden we er al gefilmd. En
Herinner je je de sc�ne waarin
Atim in de kast van de moordenaar van zijn vader al die
geweren vindt? Onze lokale productieleider had een goede
vriend bij het leger, die de wapens had geregeld. De
rebellen hebben zijn wagen beschoten, hij is levend
verbrand. De productieleider kwam het huilend
vertellen.
Het leger won, het
draaien kon weer doorgaan. Maar nog waren de ontberingen
niet voorbij. Voor de begin- en slotsc�ne
in de woestijn ging de ploeg naar Mao, een dorp een dag
rijden van N'Djamena. De vier geplande draaidagen werden
er acht: twee keer verdwaalden ze in de woestijn, op weg
naar de juiste locatie. En een keer viel de
camera-assistant flauw - door zoutgebrek, bleek later.
Hij was een uur bewusteloos. Kwamen ze na de laatste
draaidag terug in N'Djamena, was de avondklok al
anderhalf uur ingegaan en mochten ze de stad niet in.
Opnieuw paniek. Djibril Ibrahim, die Atims grootvader
speelt, is in het dagelijks leven echter een van de
hoogste ambtenaren op het ministerie van Buitenlandse
Zaken. Hij kon de filmploeg langs de militairen
loodsen.
De dag erop
wijzigde Haile Biru zijn ticket om twee dagen eerder
naar Addis Abeba te kunnen vliegen. 'Ik gaf Haroun een
hand en zei: 'Nooit, nooit wil ik weer filmen in Tsjaad.
Ik heb daarna drie maanden niet gewerkt, ik moest echt
bijkomen.'
In Ethiopi�,
waar Haile Biru sinds drie jaar woont, wijdt hij zich
sindsdien weer aan zijn productiebedrijf, waarmee hij op
eigen kosten wekelijks twee uur televisie maakt met
vijftien jongeren die hij zelf heeft opgeleid. In het
ene uur vertellen jonge Ethiopi�rs,
vooral muzikanten, over hun bestaan - Haile Biru: 'Het
land heeft behoefte aan rolmodellen'. In het andere
komen juist gepensioneerden aan het woord. 'Onder het
socialisme hoorde je het niet over jezelf te hebben. Dus
al die mooie verhalen van ouderen zijn onbekend.'
De programma's zijn
populair, maar gemakkelijk is het maken ervan niet. Zo
wil staatszender ETV, die de zendtijd beschikbaar stelt,
de banden drie weken van te voren zien. Enkele
uitzendingen zijn al verboden, omdat een zangeres een te
blote arm had, of omdat iemand kritiek uitte op het
aids-beleid. Haile Biru: 'Toch wil ik doorgaan. De
staatszender zendt alleen vergaderingen van officials
uit of programma's over hoe boeren leven. Maar mensen
willen na een dag hard werken ook ontspanning op tv.
Om de tv-wereld
verder te professionaliseren wil Haile Biru een tv- en
filmschool openen voor 25 tot 30 studenten. Hij gaat
zelf lesgeven, maar hoopt ook leraren van de
Filmacademie te interesseren voor gastdocentschappen.
'Er is in Ethiopi� geen
filmopleiding. Er komen ook geen films uit Ethiopi�,
en voor documentaires of registraties worden altijd
buitenlandse filmploegen ingevlogen.'
Behalve eind vorig
jaar, toen Kofi Anan naar Ethiopi�
kwam op afscheidstournee als VN-baas. 'Wij kregen de
opdracht het concert te zijner ere en andere de
festiviteiten vast te leggen. Dat hebben we gefilmd met
de vijftien jonge mensen met wie ik ook de wekelijkse
tv-programma's maak. Het was het eerste echte
live-optreden op Ethiopische tv, dat ook nog door
Ethiopi�rs zelf was vastgelegd.
Het zag er vrij goed uit, moet ik zeggen. Dat geeft
hoop.'
|