Antilliaanse studenten in
Utrecht wachten op betere tijden: "Ondanks alles zie ik
het eiland nog steeds als een klein paradijsje"
Om hun jeugdvrienden weer te zien hoeven ze niet eens
terug naar het eiland waar ze zijn geboren. Bijna alle
bekenden van Antilliaanse studenten aan de universiteit
zijn inmiddels ook in Nederland terechtgekomen. Vaak om
een vak te studeren dat zij niet op Curacao konden
volgen, maar ook om de belabberde situatie op de
eilanden te ontvluchten. Een werkloosheidspercentage van
vijftien procent, steeds meer criminaliteit en
drugsgebruik en een overheid die de eindjes nauwelijks
meer aan elkaar kan knopen. De Antillen komen jaarlijks
vele tientallen miljoenen guldens tekort op de begroting
en de nationale schuld bedraagt 3,5 miljard gulden.
Afgelopen juli werd het parlement zelfs tijdelijk
ontbonden om de regering orde op zaken te laten stellen.
Toch spreken de Utrechtse studenten met liefde over hun
eiland. Ze vinden dat de Nederlandse media de Antillen
wel erg negatief in het nieuws brengen. Terug willen ze
allemaal, maar wanneer, dat is de grote vraag. Voorlopig
even afwachten of het beter wordt thuis.
Femke van Zeijl
Esther Petronia (21)
Geboren op Curacao, woonde van haar
veertiende tot haar zestiende al in Nederland. In 1997
kwam zij weer terug om in Utrecht Diergeneeskunde te
gaan studeren, dit jaar stapte zij over naar Algemene
Sociale Wetenschappen: "Ook de middenklasse trekt nu weg"
Toen ik vorig jaar december terug was op
Curacao, merkte ik dat ik mij minder op mijn gemak
voelde op straat dan vroeger. Je hoort zoveel over
criminaliteit, en ook mijn ouders waarschuwden me dat ik
moest uitkijken en extra op moest passen. In de
tweeneenhalve week dat ik er was, is me trouwens niets
overkomen. Mijn ongemakkelijke gevoel was misschien meer
veroorzaakt door alle slechte berichten in de media
hier, dan door hoe het er werkelijk was.
"Ik maak me geen zorgen over thuis, mijn
ouders hebben het nog steeds goed. Wel denken steeds
meer mensen erover om deze kant op te komen, niet alleen
jonge mensen die hier willen studeren, maar ook collegas
van mijn ouders, leraren en zo. Dat is een veeg teken,
dat de middenklasse nu ook steeds meer wegtrekt.
Armoede
"De kloof tussen arm en rijk is op de
Antillen altijd al groot geweest. De mensen die het echt
slecht hebben, ken ik niet. Op de basisschool is er al
een scheiding: arme kinderen gaan naar andere scholen
dan rijke. Het verschil is groot. Leerlingen van scholen
waar de middenklasse naartoe gaat hebben veel meer kans
uiteindelijk naar havo of vwo te gaan. Je rijdt wel eens
langs de armere wijken, je ziet van een afstand de
krotten en half afgebouwde huisjes, maar hebt niet heel
veel met die armoede te maken.
"Met mijn ouders praat ik niet heel veel
over de economische situatie op de Antillen. We chatten
iedere zondag en bellen en e-mailen geregeld. Maar dan
gaat het meer over de mensen die je kent, hoe het met ze
gaat, wie er nu weer heeft besloten naar Nederland te
gaan. Ook mijn broertje van zeventien die nog bij mijn
ouders woont, houdt zich niet erg bezig met de politiek.
Die is lekker vwo aan het doen en geniet van zijn
tienerjaren. Misschien dat hij met uitgaan wel extra
voorzichtig moet zijn, maar zover ik weet is hem nog
nooit iets vervelends overkomen.
Rellen
"Van de week kwam een studiegenoot naar
mij toe, die vroeg of ik het niet vervelend vond dat
Antilliaanse jongeren hier de laatste tijd zo negatief
in het nieuws kwamen. Toen had net dat bericht in de
kranten gestaan over die rellen in Dordrecht. Natuurlijk
vind ik dat vervelend. Ik kan me voorstellen dat mensen
hier nu alleen maar slechte dingen denken over ons. Ze
zouden moeten zien dat er ook een hoop mensen met goede
bedoelingen van de Antillen naar Nederland komen. Mensen
die hier gaan studeren en die het goed doen.
Ik wil proberen in december weer even
terug te gaan naar Curacao, maar dat hangt ervan af hoe
lang ik vakantie heb. Ik wil mijn ouders graag zien, en
mijn broertje. Bovendien is het daar dan rond de dertig
graden, daar heb ik ook wel zin in.
"Mijn moeder is Nederlandse. In
vergelijking met andere Antillianen voel ik me daardoor
misschien beter thuis hier. Toch blijft Curacao het
eiland waar ik ben geboren en opgegroeid, ik zou best
terug willen. Maar ik weet niet hoe de situatie er zal
zijn als ik ben afgestudeerd. Ik denk dat ik in eerste
instantie hier blijf wonen, want op de Antillen wordt
het waarschijnlijk heel moeilijk voor mij om werk te
vinden. Maar als ik er een goede baan zou kunnen vinden
die mij aanstaat, zou ik zeker gaan. Ik weet ook dat ze
juist mensen zoals ik nodig hebben.
Aldrine Wires (24)
Eerstejaars diergeneeskunde kwam in 1998
van Curacao naar Nederland en stapte dit jaar, eindelijk
ingeloot, over van biologie naar zijn huidige studie:
"Als iedereen na zijn studie hier blijft hangen, wie
gaat dan het eiland weer opbouwen?"
Als het aan mij had gelegen, was ik op
Curacao gebleven, ik hoefde niet zo nodig weg. Maar ik
wist dat het moest, omdat ik in de regio daar niet kon
studeren wat ik wilde. Mijn carrireplanning had ik al
rond voordat ik naar Nederland kwam: ik wil ziekten
bestrijden bij dieren. Bij ons op de Antillen krijgen
veel honden in het regenseizoen parvo, een virus-ziekte.
Ik ben zelf twee honden aan parvo kwijtgeraakt. Dat is
voor mij de reden geweest me met dierengeneeskunde bezig
te houden. Ik wil een bijdrage leveren aan de oplossing
van zulke problemen.
"Ik wil graag terug. Hopelijk is er daar
straks een baan is voor mij. Ik hoef echt niet per se
naar Curacao, een ander eiland vind ik ook prima. Mijn
mentaliteit is anders dan die van de meeste Antilliaanse
studenten, die hier willen blijven. Als iedereen na zijn
studie hier blijft hangen, wie gaat dan het eiland weer
opbouwen? Toen ik dit jaar hielp met de opvang van de
nieuwe Antilliaanse studenten hier in Utrecht, heb ik ze
daar aan herinnerd.
Veel mensen komen hier studeren, krijgen
mooie aanbiedingen en een leuke baan waarmee ze veel
kunnen verdienen. Ze vergeten wie achterblijft op
Curacao. Die mensen denken aan zichzelf, wat heel
menselijk is, hoor, je moet ook kunnen eten. Maar je
moet nooit vergeten waar je vandaan komt. Mijn doel is
alleen hier te studeren. Ik zal zeker niet voor altijd
blijven.
Berichtgeving
"Nederlanders weten maar weinig van de
Antillen, terwijl we toch ook deel uitmaken van het
koninkrijk. Toen ik hier voor het eerst was, vond ik het
echt ongelofelijk dat ze vaak niet eens het verschil
wisten tussen Aruba en Curacao. Terwijl wij op school zo
veel over Nederland hebben geleerd, meer weten over
Nederland dan de Nederlanders zelf, weten zij omgekeerd
bijna niets over ons. Dat vind ik schandalig. Vooral
omdat ik denk dat heel veel van de problemen op de
Antillen ermee te maken hebben dat we in de steek zijn
gelaten door Nederland.
Politiek
"Met vrienden van het eiland praat ik wel
eens over politiek. Wat zijn die mensen in de regering
eigenlijk aan het doen?, vragen we ons af. Ze worden
alleen wakker als het om de salarissen van politici
gaat. Ik vind het prima dat het parlement nu tijdelijk
naar huis is, maar ik vind niet dat ze nou lekker thuis
mogen zitten met hetzelfde salaris. Doe dat dan ook maar
door de helft.
"Ik ben niet zo pessimistisch, maar
mensen moeten wel beseffen dat een verbetering tijd
kost. We moeten met zn allen hard gaan werken totdat het
weer goed gaat, en niet de hoop verliezen. Doordat
mensen het niet meer zien zitten, vertrekken ze naar
Nederland, en dat moeten we juist niet hebben. Als ze me
nodig hebben op de Antillen, dan kom ik graag helpen. En
dan hoeft het niet eens als dierenarts te zijn, als ik
maar mee kan werken aan de wederopbouw.
Caresse Mercalina (24);
Vijfdejaars onderwijskunde, verliet in
1996 Curacao: "Ik was moe van het eiland"
Toen ik van Curacao vertrok, wilde ik ook
echt weg. Ik was moe van het eiland. Ik ben wat ze
noemen een echte zwarte makamba, een zwarte Nederlander.
Wel op het eiland geboren, maar van mijn derde tot mijn
negende in Nederland gewoond en aan veel dingen hier
gewend.
"Ik miste de vrijheid van dit land. Op de
Antillen deugt het openbaar vervoer niet en de fiets pak
je evenmin, dan onderteken je je eigen doodvonnis. Dus
ben je altijd afhankelijk van een lift van ouders of
kennissen. Waar ik ook genoeg van had was die
dorpscultuur. Je kunt Curacao vergelijken met een
Nederlands dorp: iedereen kent iedereen en roddelen is
er de nationale sport. Dat gaat op den duur benauwen.
"Mijn ouders komen geregeld deze kant op,
ik heb dus niet zon last van heimwee. En mijn broer is
al afgestudeerd en woont hier in Utrecht bij mij in de
straat. Hij werkt in de IT. Toen hij net klaar was met
zijn studie, heeft hij wel gekeken naar vacatures op
Curacao, maar er was absoluut geen werk. Dus bouwt hij
nu eerst hier een carrire op. En hij is niet de enige,
die het zo doet.
"Er is een vreselijke leegloop aan de
gang. Als ik in de bus Antilliaanse mensen tegenkom die
tegelijk met mij begonnen met studeren, heb ik
tegenwoordig twee standaardvragen: ben je bijna klaar
met je studie en ga je nog terug? Bijna niemand
beantwoordt de tweede vraag met ja.
Familie
"Ik heb geen vrienden meer daar, die
zitten allemaal hier voor studie of werk. Alleen mijn
ouders en grootouders van vaders kant zijn er nog.
Vooral over mijn grootouders maak ik me zorgen. Ze
hebben het niet breed, net zoals de meeste ouderen. Het
is een heel groot gezin van veertien kinderen, waarvan
de helft nog thuis woont. Zon familie onderhouden wordt
steeds moeilijker. En op de Antillen zorg je nog voor je
familie. Dat gaat heel ver: zolang je nog weet hoe de
bloedband in elkaar zit, is het familie.
"Als het slecht zou gaan met mijn ouders
en ik zou het geld hebben, zou ik zeker wat die kant op
sturen. Gelukkig gaat het goed met ze. Ze zijn allebei
ambtenaar, zoals zovelen. Of ze niet bang zijn hun baan
te verliezen als de regering gaat snijden in het
ambtenarenapparaat? Mijn vader gaat in oktober met
pensioen, dus hij ontspringt de dans. En mijn moeder
heeft net een nieuwe baan, ze zet het examenbureau voor
de politieopleiding op. Haar kunnen ze niet missen. Maar
ik schrok toch wel, toen mijn moeder laatst een keer zei
het zal mij benieuwen of we deze maand het salaris
krijgen uitbetaald.
Criminaliteit
"Ondanks alles zie ik het eiland nog
steeds als een klein paradijsje. De stranden, de
barretjes, een nieuwe bioscoop; er zijn ook hele mooie
dingen op Curacao. Pas als je er woont, word je echt met
je neus op de feiten gedrukt. Zoals de criminaliteit. Er
is steeds meer diefstal, bijna elk huis heeft al
hekwerken voor de ramen en waakhonden in de tuin. Maar
bij mijn vader zijn zelfs die waakhonden laatst gestolen.
"Maar het blijft mijn eiland en ik ga ook
zeker terug. Wanneer precies, dat weet ik niet. Ik wil
het bedrijfsleven in, iets gaan doen met
volwasseneneducatie. Ik weet dat er werk voor mij zou
zijn op de Antillen, maar ik zie mijzelf nu nog niet
terugkeren. Ik kan nog veel leren in Nederland, en als
je eenmaal op dat kleine eiland zit, heb je alles snel
gezien. Maar ooit zal ik er weer gaan wonen.
Verschenen op 28-09-2000 in
U-blad 5 (32).
|