Drugsbaronnen in het nauw; Zuid-Amerikaanse
kartels verleggen koers naar Afrika en Europa;
Amerikaanse en Nederlandse marine vegen Caribisch gebied
schoon

bron: De Telegraaf 16 juli 2007
De ’war
on drugs’ verloopt moeizaam. Recente rapportages wijzen
uit dat drugsbaronnen steeds vaker Europa als afzetmarkt
kiezen, waarbij West-Afrikaanse landen worden misbruikt
als doorvoerhavens. Eén lichtpuntje is er wel: het
Caribische gebied, dat jarenlang gold als dé ’hub’ voor
drugstransporten, lijkt uit de gratie bij
Zuid-Amerikaanse kartels. De Joint Interagency Task
Force South (JIATFS) heeft de drugsmaffia met behulp van
onze marine de afgelopen tijd gevoelige klappen
toegediend. Deze krant kreeg exclusief toegang tot de
geheime basis van de narcoticajagers in Key West in
Florida.
door JOHN
VAN DEN HEUVEL en BERT HUISJES
KEY WEST (Florida), zondag De Intercoastal Highway 1
voert over tientallen bruggen die de eilandjes van de
Florida Keys met elkaar verbinden, naar het meest
zuidelijke puntje van de Verenigde Staten. Op het
pittoreske Key West, slechts 90 zeemijl van Cuba, is het
US Naval Air Station een hermetisch afgesloten bastion
van drugsjagers. Waar op amper anderhalve kilometer
afstand toeristen krioelen rond het Caribische
buitenverblijf van de beroemde schrijver Ernest
Hemingway, heerst bij deze Joint Interagency Task Force
South ogenschijnlijk rust.
Maar
schijn bedriegt, zo blijkt nadat deze krant na scherpe
veiligheidscontroles de thuisbasis van de
narcoticabestrijders mag betreden. Vanuit het
commandocentrum van de JIATFS wordt de Nederlandse
oorlogsbodem Hr. Ms. Zuiderkruis net naar de kust voor
Colombia gedirigeerd. Dit naar aanleiding van actuele
informatie dat een Zuid-Amerikaans drugsschip pogingen
onderneemt om met een lading cocaïne de Caribische Zee
over te steken.
„Vanaf
Key West zorgen we ervoor dat de bemanning van de
Zuiderkruis precies weet waarop moet worden gelet”, legt
de Nederlandse marineofficier Klaasjan Schipper uit.
Luitenant ter zee der eerste klasse Schipper is liaison
oftewel schakel tussen de Nederlandse marine op de
Antillen en de Amerikaanse basis en permanent
gedetacheerd op Key West.
„De Zuiderkruis is een belangrijk wapen in de strijd
tegen de drugsdoorvoer in dit gebied”, vertelt Klaasjan
Schipper, onderwijl druk telefonerend met het schip. „Onlangs
onderschepten mijn collega’s samen met Amerikaanse
marine- en kustwachteenheden op volle zee een partij van
530 kilo harddrugs, waaronder 123 kilo heroïne. Een paar
dagen later kon nog eens duizend kilo cocaïne van een
smokkelschip worden gevist. Dat zijn de partijen waar
het om gaat. Met dit soort vangsten doe je
drugsorganisaties echt pijn.”
De JIATFS is hét paradepaardje
van de Amerikaanse drugsbestrijding. Het is een
samenwerkingsverband van alle krijgsmachtonderdelen en
federale opsporingsdiensten van de VS zoals DEA, FBI en
CIA. De task force heeft maar één missie: het elimineren
van drugsmokkel via de zuidelijke kuststaten van Amerika.
Maar omdat de drugsbendes het Caribische gebied ook
gebruiken als doorvoerhaven, werken de Amerikanen graag
samen met andere beschikbare zeestrijdkrachten in de
regio zoals die uit Brazilië, Ecuador en Colombia. Van
eveneens aanwezig oorlogsmaterieel in het gebied van
Nederland, GrootBrittannië en Frankrijk wordt ook
dankbaar gebruikgemaakt.
John Stanton is
plaatsvervangend commandant van de JIATFS. Hij roemt,
diplomatiek, de samenwerking met Nederland. „We zijn
enorm blij met de hulp van Klaasjan en zijn collega’s”,
bezweert Stanton. „Van de professionaliteit, kennis en
ervaring van de Nederlandse marine in dit gebied kunnen
veel landen nog wat leren.” De samenwerking bereikte
vorige maand een nieuwe mijlpaal vanwege het in gebruik
stellen van een nieuwe communicatielijn met het maritiem
hoofdkwartier van Nederland in Willemstad (Curaçao),
waarmee geheime informatie kan worden uitgewisseld. Aan
de hand van heimelijk genomen observatiefoto’s, kaarten
en statistieken legt Stanton uit in welke fase de war on
drugs zich bevindt.
„Na bijna twee decennia
ervaring hebben we een aardig idee van de hoeveelheden
drugs die worden geproduceerd”, vertelt Stanton. „Op
basis daarvan valt te concluderen dat we de afgelopen
jaren steeds meer hebben onderschept.”
Liaison Schipper vult aan: „Drie
jaar geleden kwam het nog regelmatig voor dat er
partijen van 1000 kilo of meer aan boord van
smokkelschepen werden gevonden. Dat is niet meer aan de
orde. De hoeveelheden die in het Caribische gebied
worden onderschept, zijn gedaald van 10.000 kilo in 2003
tot amper 7000 in het afgelopen jaar.”
Op een groot scherm vertoont
Stanton spectaculaire beelden van een drugslevering op
Haïti, waar nota bene in politie-uniformen gestoken
mannen balen cocaïne uit een klein vliegtuigje tillen.
John Stanton zwijgt veelbetekenend op de vraag of de
politie op Haïti betrokken is bij drugssmokkel. „We
hebben deze beelden ook laten zien aan
regeringsvertegenwoordigers van Haïti. Het enige wat er
gebeurde, was dat de politie-uniformen bij een volgende
dropping van drugs waren vervangen door zwarte
overalls.”
Stanton spreekt optimistisch over de ontwikkelingen in
’zijn’ gebied omdat hij de verhoogde pakkans (dankzij
nieuwe radarsystemen en verbeterde samenwerking) koppelt
aan de afname van drugsvangsten. Maar zijn drugsbendes
niet gewoon slimmer geworden? „Ook dat is een
mogelijkheid”, geeft Stanton toe. „Smokkelmethodes
worden ook steeds aangepast en verbeterd. We treffen
soms zelfs geavanceerde onderzeeboten aan waarmee
cocaïne wordt vervoerd. Maar het kost die bendes wel
steeds meer geld en inspanningen om de drugs te krijgen
op de plekken waar de meeste vraag is.”
Ronduit zorgelijk kijken de
Amerikanen naar de situatie in Venezuela, waar
drugsbendes de laatste tijd vrij spel hebben. De huidige
president Chavez is, vriendelijk gezegd, niet zo
gecharmeerd van de VS-bemoeienis in Zuid-Amerika en
lijkt een verbond met de drugsmaffia te hebben gesloten.
De
samenwerking tussen de VS en de Venezolaanse marine is
behoorlijk bekoeld. Zo is de vacante plek van de
liaisonofficier uit Venezuela bij de JIATFS tot verdriet
van de Amerikanen niet opgevuld. „Dat is inderdaad
jammer”, zegt Stanton. „Venezuela is voor ons qua
informatie een zwart gat geworden. We hebben sterk de
indruk dat de productie en de distributie van coke in
belangrijke mate van Colombia, Bolivia en Peru naar dit
land zijn verplaatst.”
Dat beeld wordt bevestigd door
een onlangs verschenen rapport van de Wereldbank en de
Verenigde Naties, waarin een apart hoofdstuk is
opgenomen over de Nederlandse Antillen. Volgens de
rapportage zouden de eilanden zelfs het middelpunt zijn
van de wereldwijde cocainehandel en horen ze bij de
Caribische landen die het meest door de drugshandel
worden geteisterd. Vooral Aruba, Bonaire en Curaçao zijn,
aldus het rapport, ’uniek in hun geografische
kwetsbaarheid door hun ligging pal voor de kust van
Venezuela, op dit moment hét doorvoerland voor drugs
vanuit Colombia’.
„En dat heeft ook weer
consequenties voor de drugsbestrijding rond onze boven-
en benedenwindse eilanden”, aldus Schipper aan. „Vooral
Curaçao ligt wat dat betreft in de frontlinie. Hoewel
het op de Antillen zelf beter gaat, is het van groot
belang waakzaam te blijven. Iedere verslapping wordt
opgemerkt door drugsbendes, die direct weer gebruikmaken
van eventuele leemtes in de controles.”
Nu de
pakkans rond ZuidAmerika en in het Caribische gebied
toeneemt, laten drugsbaronnen hun oog steeds vaker
vallen op Europa om hun smokkelwaar te slijten.
WestAfrikaanse landen als Nigeria, Ivoorkust en Ghana
zijn belangrijke doorvoerhavens. De hoeveelheid drugs
richting het noordelijk halfrond neemt in ieder geval
toe.
Om die reden heeft een klein
groepje Europese landen een ’zusje’ van de JIATFS
opgericht. Sinds 1 april is in
Lissabon het Maritime Analysis and Operations Centre
Narcotics (MAOCN) actief. Naast het Verenigd
Koninkrijk maken ook Spanje, Portugal en Italië er deel
van uit. Ierland, Frankrijk en Nederland volgen
waarschijnlijk binnenkort.
Drugsjager John Stanton is
blij met het initiatief. „We zullen zeker niet met deze
task force concurreren. Het is alleen maar gunstig als
zowel in Europa als in de VS steunpunten actief zijn om
drugsbendes een halt toe te roepen. Wij zitten dicht bij
de bronlanden, maar wat in de richting van Afrika gaat,
verliezen wij uit het oog. Dat kan door onze collega’s
in Lissabon worden opgepakt. Internationale samenwerking
is het sleutelwoord in de oorlog tegen verdovende
middelen. Zolang we ons dat realiseren en uitvoeren, is
deze oorlog nog lang niet verloren.”
|