
Door ROB SCHOOF in
2004
Jonge meisjes uit Nepal zijn gewilde handelswaar voor
Indiase bordelen. Op hulp hoeven ze niet te rekenen; als
ze terugkomen zijn ze ten dode opgeschreven.
KATHMANDU, 8 DEC. - Minnie was negen toen ze kon gaan
werken in een circus in India. Haar ouders uit een
plattelandsdorpje in het zuiden van Nepal waren trots en
blij, want ze konden het geld dat hun dochter zou gaan
verdienen tien tot twintig gulden per maand - goed
gebruiken. Maar het geld kwam nooit aan in het dorp, en
Minnie nooit in het circus. Toen zij en de 'bemiddelaar'
het dorp eenmaal uit waren, ging het rechtstreeks naar
het station van Gorakhpur voor de sneltrein naar Bombay.
Vijf jaar later kwam ze terug in Nepal. Haar jeugd was
ze kwijt geraakt; de enige souvenirs uit India waren
tuberculose en het HIV-virus, opgelopen in een bordeel
in Kamatipura, de hoerenwijk van Bombay. Elk jaar worden
naar schatting zes- tot zevenduizend meisjes van het
Nepalese platteland gehaald en naar India gesmokkeld om
als slavinnen te gaan werken in de bordelen van
metropolen als Delhi, Bombay en Calcutta. De meesten
zijn nog geen tien jaar oud als ze onder valse
voorwendselen bij hun familie worden weggelokt, zegt
Armina Lama, een medewerkster van het opvangtehuis Maiti
Nepal in een buitenwijk van Kathmandu. Van de meisjes
die worden gered is een groot deel ten dode opgeschreven.
"Veel mannen in India denken dat ze van het HIV-virus en
van andere ziektes afkomen als ze seks hebben met een
maagd hoe jonger hoe beter", zegt Lama. Minnie bleef tot
binnen de muren van het bordeel in Bombay in de waan dat
ze op bezoek ging bij een onbekend familielid, totdat ze
aan het werk werd gezet. Geld kreeg ze niet, alleen eten.
Ze kreeg hormoneninjecties om haar borsten te laten
groeien. Af en toe, als haar eigenaren tevreden waren
over haar werk, kreeg ze een cadeautje of mocht ze
Indiase films kijken. "Als ik niet wilde werken omdat ik
ziek was, werd ik geslagen", zegt ze in Kathmandu, waar
ze een jaar geleden, na haar bevrijding door de Indiase
politie, heen werd gebracht. De vraag naar meisjes uit
Nepal met een lichte huid en Oosterse gelaatstrekken is
groot in Indiase bordelen. De smokkel van meisjes over
de vrijwel open grens met India bijna drieduizend
kilometer lang is uitgegroeid tot een industrie waarin
handelaren, politiemensen, politici, mafiabazen en
bordeelhouders tientallen miljoenen dollars verdienen.
Op het
platteland aan de voet van de Himalaya's werken ouders
regelmatig mee aan de verkoop van hun dochter, gedwongen
door armoede, zegt Armina Lama van Maiti Nepal. De
organisatie begeleidt tientallen meisjes en waarschuwt
ouders in de armste regio's van het land tegen de
praktijken van meisjeshandelaren. "De meeste mensen op
het platteland zijn analfabeet", zegt Lama. "Veel ouders
weten van niets, hebben geen geld en geen werk en kunnen
de verleiding van een paar snel verdiende rupees niet
weerstaan. De handelaren hebben talloze manieren om een
jong meisje mee te nemen en geven de ouders alvast een
bedrag van duizend rupees (dertig gulden) als smeergeld
een flinke som voor een Nepalese familie. Soms komt er
een jongeman die een meisje ten huwelijk vraagt, zonder
dat hij een bruidsschat eist van de ouders." Die zijn
meestal al blij dat zij zijn verlost van die dure plicht
die arme, hindoeïstische families vaak diep in de
schulden drukt. Anderen beloven een baan in een
tapijtfabriek of in een hotel. Sommige ouders halen hun
kinderen zelfs van school omdat ze denken dat er een
schip met geld terugkomt als ze in India gaan werken. "Leraren
en onderwijzers krijgen vaak een grote mond als ze de
ouders waarschuwen dat hun kinderen geen leven van
glamour en dollars te wachten staat", zegt Lama. De
circussen blijken rondreizende bordelen, of de markt
waarop de meisjes worden verhandeld. Uiteindelijk komen
de meisjes vrijwel allemaal in achterbuurten van de
Indiase steden terecht.
Maiti
('moederhuis') Nepal slaagt erin, in samenwerking met
informanten en de Indiase politie, zo'n tien meisjes per
maand te bevrijden uit de bordelen. "We hebben in Bombay
iemand die voor ons de bordelen afgaat om te zoeken naar
Nepalese meisjes, met gevaar voor eigen leven. Als hij
ze vindt, licht hij de politie in, die soms bereid is
een bordeel binnen te vallen", zegt Lama. Maar ook de
meisjes die na jarenlange slavernij terugkomen in Nepal
wacht een hard leven. Besmet met het HIV-virus kunnen ze
vrijwel nergens terecht. "In een ziekenhuis kan ik niet
komen", zegt Shanta, een zestienjarig meisje dat zes
jaar in verschillende Indiase bordelen werkte. "De
artsen behandelen geen HIV- patiënten uit angst zelf te
worden besmet." Shanta werd op haar tiende
uitgehuwelijkt aan een jongen die ze nooit ontmoette.
"Ik werd verliefd op een jongen die zei dat hij uit
Delhi kwam. Hij hield van me." De man verkocht haar kort
na hun vertrek uit een dorp in het zuidelijke district
Chitwan met vier andere Nepalese meisjes aan een
bordeelhouder in Bombay, voor zeshonderd gulden per
stuk. Anuradha Koirala, de oprichtster van Maiti Nepal,
moet zelfs leugens verzinnen om overleden patiënten te
laten cremeren in Kathmandu. "Als wij vertellen dat het
meisje aan aids is overleden, weigert het crematorium
haar te cremeren. Als wij vertellen dat ze aan
tuberculose is overleden, betalen wij nog tien keer
zoveel voor een crematie als anderen." Ook de Nepalese
bevolking kijkt de zes jaar oude organisatie met de nek
aan. "De mensen denken bij ons alleen aan aids", zegt
Lama. "We zijn onaanraakbaar in Kathmandu en dit is nog
een grote stad." Maiti Nepal kocht daarom op een
afgelegen plek in het oosten van Nepal een stuk land
voor de bouw van een ziekenhuisje om patiënten in de
terminale fase een paar rustige laatste jaren te kunnen
geven.
Ook de
Nepalese regering wil niet meewerken aan bestrijding van
de meisjeshandel. De overheid ontkent dat het probleem
bestaat en weigert zelfs Nepalese meisjes terug te
nemen. "Ze vinden dat organisaties als de onze bijdragen
aan de negatieve HIV-statistieken in Nepal", zegt
Koirala
|