Newsletters from volunteer Sallo Polak
What will it be? 42, 43 degrees centigrade? I just played soccer with a little guy, about ten years old. Not a very good idea with these temperatures. And a nice shower is not to be had in this refugee camp at the Burmese-Thai border.

- Sallo Polak, 46 years old, Dutch.
Traveled a lot. Worked as a tour leader in Paris for quite a few years but has been active as a floor manager for Dutch television during the last 12 years.
- And now I am in Thailand . Not on a holiday, but working for a Swiss-Thai charity organization. The name of the organization is Child's Dream. Later I will tell a bit more about it. But first you may want to know how all this happened.
July 2004 I was on a holiday in Laos . To cut it short, during that trip old ideals came back to me with great force. During several periods in my live I wanted to do “something wit the Third World ”. After several serious attempts it never really happened. In Laos I came across a beautiful, strong, friendly people in a very attractive country. A country though that belongs to the poorest in the world, with all the misery that comes with extreme poverty. And here, as anywhere else in this type of countries, children are the most innocent and most vulnerable victims.
I started to look for a possibility to really do something for at least some of these children. After a long and careful search I ended up with Child's Dream. An organization that “felt good” from the start.


Chiang Mail 16
Hallo allemaal,
Als jullie eerst deze Chiang Mail hebben geopend in
verband met de tekst bij het onderwerp, dan wil ik
jullie toch aanraden de eerste vier alinea’s te lezen
uit de vorige mail. Dat is in feite een introductie voor
ook deze nieuwsbrief. Als je geen zin hebt in de
“heftige verhalen” stop dan na de zinnen:
“Hieronder eerst maar een paar “heftige” verhalen. De
namen van de studenten zijn niet hun echte namen.”
En lees hier verder:
Dan nu graag de “andere” verhalen. Moeilijk om aan deze
verhalen een classificatie te geven. Mij ontroerden ze
in ieder geval. Ook hier gebruik ik niet de echte namen
van de studenten.
Naw Htoo Phawn is de dochter van een zeer naaste
medewerker van Aung San Suu Kyi. In een boek over haar
kwam ik onlangs regelmatig zijn naam tegen. Deze man zit
al sinds 1988 allicht om politieke redenen gevangen. Hij
is tussendoor een jaar vrij geweest maar zit inmiddels
al weer jaren vast en het is volstrekt onduidelijk
wanneer hij opnieuw vrij komt. Naw Htoo Phawn wilde
eigenlijk haar moeder niet achterlaten in Birma en heeft
de hele eerste week in Bangkok elke avond gehuild. Ze is
verschrikkelijk trots op haar vader en hij op haar. Ze
studeert politicologie en heeft een geweldige
uitstraling. Toen ik opperde dat zij misschien wel eens
de nieuwe premier van een democratisch Birma zou kunnen
worden vertelde ze dat ook haar vader haar had gezegd
dat hij geloofde dat ze dat zou kunnen bereiken. En toen
kwamen ook bij haar de tranen.
Een ongelooflijk voorbeeld van de veerkracht en
vastberadenheid van veel van de jonge Birmese studentes
is Khaing Pan. Zij kwam als laatste studente op onze
lijst door het wegvallen van een ander van wie we het
spoor zijn kwijtgeraakt. We vermoeden dat ze is opgepakt
en in een Birmese cel zit.
Toen Khaing Pan nog maar twee jaar oud was werd ze naar
een klooster gebracht in de buurt van Yangon (de
hoofdstad van Birma). Later is ze door familieleden
geadopteerd. Ze weet dat ze een broer heeft, maar die
heeft ze nooit ontmoet. Ze is vreselijk klein, maar naar
ik vermoed erg “tough”. Ze heeft al een Bachelor in
Natuurkunde, leest Engelse boeken voor haar plezier en
om haar Engels te ver-beteren en zit vele uren achter de
computer om haar kennis op het gebied van IT uit te
breiden. Omdat ze zo laat begon met haar studie miste ze
een semester, maar met behulp van studiegenoten is ze
ook nog eens bezig die stof snel in te halen. Ook zij
(net als San Khee uit mijn vorige mail) is veel in
contact geweest met vluchtelingen binnen Birma zelf.
Mensen die rondtrekken tussen dorp en jungle om uit
handen van het leger te blijven. En ook Khaing Pan wil
zich als verpleegkundige wijden aan het verbeteren van
de erbarmelijke medische omstandigheden van met name de
jonge kinderen van deze vluchtelingen.
Als je je nu een vreselijk serieus, ietwat somber en
alleen maar heel hard studerend meisje voorstelt; je
kunt er niet verder naast zitten. Dit is een vrolijk
rondhuppelende jonge meid, met een aanstekelijke, bijna
permanente gulle lach. Alles straalt aan haar, je wordt
vanzelf vrolijk als je met haar praat en het is niet
moeilijk je voor te stellen dat kinderen het helemaal
geweldig zouden vinden om door haar verpleegd te worden.
Er zijn nog veel meer verhalen te vertellen over al deze
studenten, maar ik houd het hier maar even bij. Het was
voor mij een bijzonder inspirerende en motiverende week.
De veerkracht, de vastberadenheid, de intelligentie en
de warme persoonlijkheden van deze jonge Birmezen
maakten opnieuw diepe indruk op me. Wat een geweldig
voorrecht om met hen te mogen werken. En fantastisch dat
we ze een studiebeurs kunnen geven en te weten dat zij
met wat ze leren zich straks vreselijk hard in gaan
zetten voor hun mensen, hun gemeenschappen.
Als afsluiting stuur ik nog even iets moois mee; Een
gedeelte van een mailtje dat ik ontving van één van onze
studentes. Ik stuurde dat met een korte inleiding door
naar de anderen op ons kantoor
Dear all,
Just to share with you; please find below part of an
email I got from one of our new students. She started
crying almost the moment I asked her how she was.
She had not been able to contact her family in a while
and she was worried. She knew her family would probably
be alright but because of the deteriorating situation in
Burma she was afraid her parents could no longer afford
the education of her younger sister.
Dear Sallo!!
How are you? I hope you are well. I could call my home
last week.
Yeah, they all are fine and my sister is studying well.
My mom sent her to my grandparents' town and aked her to
study there. Some of my aunts and my grandparents
support her to continue her grade 10. I told my mom
about i met you and what we were talking about a week
ago. She said hello to you and thanks you so much for
helping me. She asked me to pray for you before i sleep
at night. I do it everyday as a buddish girl. I told
them about you and the japanese lady who give me the
money. They are very surprised . Yeah , they would be
surprised becuase they dont' understand much about what
we are doing and you support for us. I explained them as
much as i can. What my mom asked me is that what do i
need when i am studying.. She said she will give me
support as much as she can.
I
cheated her that i need a computer and buy for me.. You
know what was her answer.. She was saying that if i
really need it,she will sell our farm and buy a computer
for me.. I told her that is not a good idea to sell farm
and buy a computer because we will be lack of food if my
mom do that ...ahhahahahhaha I told her that " I just
joking Mom and you don't need to sell anything for me".
You see how the parents love their childrean.??
sometimes i miss her alot. Thanks you so much for
everything help us.
your student,
Nwe Phaung
Inmiddels hebben we deze IT studente een computer
gegeven. IT studeren zonder PC gaat niet echt. Maar we
moesten er wel het budget voor hebben.
De Japanse dame over wie Nwe Phaung het heeft is een
grote sponsor van Child’s Dream die voor zesentwintig
van de achtendertig studenten de beurzen betaalt
gedurende vier jaar.
Alle goeds en tot snel,
Sallo

Chiang Mail 15
Hallo allemaal,
Het is al weer bijna twee maanden geleden dat ik in
Bangkok was om “onze” Birmese studenten te bezoeken.
Elke drie maanden ga ik even naar ze toe om te kijken
hoe het met ze gaat en probeer problemen, die moeilijk
over de mail te bespreken zijn, op te lossen. We willen
heel graag nauw met ze in contact te blijven, ook om te
kijken hoe het met hun motivatie staat. We geven ze een
studiebeurs, onder andere omdat ze hebben aangegeven hun
studie te willen gebruiken om wat voor hun
gemeenschappen te gaan betekenen. Dat kan in de
vluchtelingenkampen zijn, voor migrantenorganisaties aan
de Thais-Birmese grens of vaak ook binnen Birma.
Het karakter van de gesprekken nu was heel anders dan de
vorige keren. De demonstraties van de monniken en andere
Birmezen was kort daarvoor zo verschrikkelijk wreed
neergeslagen. En dit zijn hún monniken, hún landgenoten,
het is hún strijd. Wat een bijzondere gesprekken zijn
het geworden. Wat een verhalen en heel vaak; wat een
emoties. Vele malen heb ik met tranen in mijn ogen
zitten luisteren, tegenover me de tranen in de ogen van
met name de studentes.
Ik sprak in totaal achtendertig studenten. Gesprekken
van een uur. Achtendertig bijzondere uren die ik nu op
één of andere manier aan jullie wil overbrengen.
Dat kan ik, geloof ik, het beste doen aan de hand van
een paar van de verhalen van de studenten. Ik wil
daarbij voorzichtig zijn. Een tijdje geleden schreef een
vriendin me dat ze vaak zò verdrietig werd van mijn
nieuwsbrieven dat ze het moeilijk vond ze te blijven
lezen. Ik probeer altijd wel te eindigen met een
positief geluid. We doen veel positiefs hier en dàt wil
ik met name laten zien. Ook nu zijn er naast de
vreselijke verhalen ook ontroerend mooie te vertellen.
Ik stuur nu dan ook twee nieuwsbrieven. Eentje voor de
mensen met een wat sterkere maag en een ander met met
name die verhalen die me ontroerden. Het gaat niet
allemaal rechtstreeks over de recente gebeurtenissen.
Vaak zijn het hun eigen verhalen, dingen die zij hebben
meegemaakt.
Hieronder eerst maar een paar “heftige” verhalen. De
namen van de studenten zijn niet hun echte namen.
Han Win Htun is één van onze oudste studenten. In 1998
was hij 23 en nam toen deel aan vreedzame
studentendemonstraties tegen de junta. Hij werd opgepakt
door de militairen en onmiddellijk achtenveertig uur
lang verhoord. Die volle achtenveertig uur was hij
geblinddoekt en had hij geen idee waar hij was en wat er
om hem heen gebeurde. Hij zag dan ook de vele klappen
die hij kreeg nooit aankomen. Ook moest hij de eerste
vierentwintig uur blijven staan. Daarna “mocht” hij, nog
steeds geblinddoekt, de volgende vierentwintig uur
zitten op een wiebelende kruk die het hem niet mogelijk
maakte rustig te blijven zitten. Vervolgens kon hij, nog
steeds geblinddoekt, een paar uur slapen. Daarna nog
eens drie uur lang verhoord en een paar dagen later
kreeg hij te horen dat hij voor zeven jaar de cel in
ging. Uiteindelijk zijn het er vier geworden. Hij was 23
en zijn enige “misdaad” was dat hij deelnam aan een
demonstratie. Na zijn vrijlating heeft hij Aung San Suu
Kyi ontmoet. Zij spoorde hem aan zijn studie weer op te
pakken. Hij wil straks in Birma, eventueel ondergronds,
gaan werken aan een beter, kritischer onderwijs dan het
regime toestaat. Het was moeilijk achter zijn glimlach
te ontdekken wat de ellende van vier jaar gevangenschap
in een smerige cel, met soms zeer wrede bewakers, met
hem gedaan heeft. Maar een vastberadenheid om te blijven
strijden waar je stil van wordt.
San Khee moest als heel jong meisje halsoverkop vluchten
voor regeringsoldaten die haar dorp aanvielen, alles
platbrandden en in het wilde weg op de dorpelingen
schoten. Dat gebeurde nog een paar keer toen ook de
vluchtelingenkampen waar ze later in terecht was gekomen
werden aangevallen. Ze heeft nu nog steeds nachtmerries
en als ze luide knallen hoort is haar eerste reactie om
hard weg te rennen omdat ze denkt dat het geweervuur is.
Terwijl ze dit vertelde huilde ze. San Khee studeert
verpleegkunde en wil zich inzetten voor Internally
Displaced People, mensen die binnen Birma continu op de
vlucht zijn voor het leger. Op het moment dat hun dorpen
worden aangevallen vluchten ze de jungle in en overleven
ze op wat ze uit hun huizen nog net mee konden nemen.
San Khee is veel van deze mensen tegengekomen en heeft
gezien onder wat voor erbarmelijke omstandigheden zij
leven.
Sai Mrat Zin gaf in Birma Engelse les aan bevriende
journalisten voordat hij van Child’s Dream een beurs
kreeg om in Thailand te kunnen studeren. Een bewogen,
geëmotioneerde jonge vent, die sinds de recente
gebeurtenissen in zijn land zich nauwelijks kan
bedwingen om terug te gaan en mee te strijden voor
democratie. Hij is ook heel persoonlijk betrokken. Eén
van zijn vrienden, een journalist, was foto’s aan het
nemen tijdens het neerslaan van de demonstraties. Hij
werd neergeschoten en overleed ter plekke.
Een andere vriend stuurde hem een lijst met namen van
personen die waren opgepakt en onvoorstelbaar
afgrijselijke foto’s van afgeslachte monniken. Ik heb
een paar van die foto’s gezien. Ik schrok me wezenloos
en heb een paar weken met die beelden mijn hoofd
rondgelopen. Dit zijn foto's die je gelukkig niet op het
journaal ziet of in de Nederlandse kranten. Toch kwam
bij mij de vraag op wat er gebeurt als je dit soort
foto's zou laten zien aan de olympische sporters die
straks naar het met de junta bevriende China gaan. Een
land dat in feite ook het zelfde uithaalt en haalde met
o.a. de Tibetanen en hun monnikken. China zou beter dan
enig ander land het Birmese regime onder druk kunnen
zetten, maar weigert dat vanwege met name economische
belangen. Wat zou er gebeuren in de hoofden van de
sporters als ze de foto's zien waar ik het over heb.
Waarschijnlijk te weinig. Zij hebben hun leven ingesteld
op het meedoen aan de olympische spelen en als mogelijk
het behalen van een plak. Moeilijk te rijmen, maar begrijpen
doen we het allemaal eigenlijk ook weer wel. Maar die
foto's.........
Het is zo frustrerend dat de aandacht in de media voor
Birma weer zo goed als verdwenen is. Geen beelden
betekent geen nieuws. Lang nadat de nieuws- en
actualiteiten programma’s niet meer met Birma openden
werden mensen daar nog steeds 's nachts uit hun bed
gesleurd. Naar wat er met hen in de gevangenissen nu
gebeurt kun je alleen maar raden. Maar er zijn geen
“fraaie” beelden meer van roodgemantelde demonstrerende
monnikken en dus is er geen nieuws...
Er zijn meer “heftige” verhalen over de studenten te
vertellen. Ik laat het hier maar even bij, maar lees ook
de volgende nieuwsbrief. Daarin de “mooie” verhalen.
Ik sluit daar ook wel af.
Tot zo,
Sallo

Chiang
Mail 14
Hallo allemaal,
Dit keer geen verhaal van
mij. Ik stuur graag een artikel mee geschreven door een
Amerikaanse schrijfster/professor die ik ruim een jaar
geleden hier in Chiang Mai ontmoette. Ze schrijft over
de situatie in Birma. Onder andere ook over een bezoek
van haar aan dit land in 1988. Over hoe warm en
vriendelijk ze de bevolking vond. Ik was voor het eerst
in Birma in 1987 en had exact die zelfde ervaring. Ik
herinner me hoe onvoorstelbaar ik het vond dat dat
zachte vredelievende volk een jaar later met de
afschuwelijke wreedheden van haar junta geconfronteerd
werd. Dat beeld klopte gewoon niet. Nu klopt geweld
natuurlijk nooit, maar als ik me ergens geen geweld kon
voorstellen dan was het in Birma.
En ook nu gebeurt het weer
en de junta komt er mee weg. Dit schreef ik op 26
september aan een vriend van me die aan het begin van de
demonstraties vroeg of wellicht nu spoedig de
vluchtelingenkampen gesloten konden worden:
"...dat gaat helaas niet
gebeuren. De demonstraties worden bloedig neergeslagen,
de media aandacht verdwijnt weer en de kopstukken van de
opstand worden vermoord of gemarteld en onmenselijk
opgesloten in gevangenissen die erger zijn dan "Bangkok
Hilton" (de verschrikkelijke gevangenis in Bangkok). Ik
ben niet erg optimistisch...."
Zo lijkt het dus ook echt
te gebeuren, maar veel vreselijker nog, het zijn
absoluut niet alleen de kopstukken die vermoord worden.
En opnieuw kijkt de wereld
toe. De wereldleiders hebben braaf hun zorg en deels hun
veroordelingen uitgesproken, maar tot actie komt het
niet, de economische belangen zijn te groot of niet
groot genoeg. Op het nieuws verdwijnt Birma
langzamerhand naar de achtergrond en kijken we nu naar
de leiders van de twee Korea's en de reddingsoperatie in
de mijn in Zuid-Afrika. In Birma rijden intussen
luidsprekerwagens van het leger rond die aan de panische
bevolking laten weten: "We hebben jullie foto's, we
komen jullie halen". En dat gebeurt. Mensen worden uit
hun huizen gesleept en verdwijnen. Ik zou nog even door
kunnen gaan, maar wie geïnteresseerd is weet de weg naar
meer informatie wel te vinden. Ik geef nog graag wel een
link door naar veel nieuws over Birma:
http://www.irrawaddy.org/
Morgen vertrek ik naar
Bangkok voor onze driemaandelijkse gesprekken met de
Birmese studenten. Ik ontmoet er daar zesendertig. Twee,
die in Chiang Mai studeren heb ik al gesproken. "How are
you?'' vroeg ik aan een van hen. " So sad" antwoordde ze
en een halve minuut nadat ze binnen was gekomen
biggelden de tranen over haar wangen. Ik verwacht een
heel emotionele week in Bangkok.
Het verhaal van Elayne
Clift nu. In het Engels ben ik bang.
Tot gauw,
Sallo
MY HEART IS BREAKING FOR
BURMA
After Somerset Maugham
first glimpsed the Shwedagon Pagoda in Burma's capital
city of Rangoon, he wrote this description: "All about,
shrines and pagodas were jumbled pell-mell with the
confusion with which trees grow in the jungle. They had
been built without design or symmetry, but in the
darkness, their gold and marble faintly gleaming, they
had a fantastic richness. And then emerging from among
them like a great ship surrounded by lighters, rose dim,
severe, and splendid, the Shwedagon."
I have been to the
Shwedagon. I've seen the monks and nuns, the pilgrims,
the random visitors circling its majestic golden stupa
at daybreak. I know the peaceful power of that place,
and that country's people. And my heart is breaking for
them. I went to Burma, now Myanmar, in 1988 for my work.
At that time, I was engaged in public health education,
and so I met a woman, a doctor, called Daw Kin Tar Tar
and we became friends. It was she who took me to the
Shwedagon at break of day. She also took me to Syriam
via a ferry on the Irawaddy River, and later saw me off
when my work was finished and I left her country. "Next
time," she said, "I will take you to Mandalay and
Pagan!" But I knew soon enough that there would probably
not be a next time, for only a few days later, a
military coup took place and the leader of Burma's armed
forces seized control of government. I think of Daw Kin
Tar Tar and her two daughters a lot now. And of the
people – my Burmese colleague's family -- who took me to
their home for dinner and to the Saturday market while I
was there. I recall the pleasant chaos of that market
day, the streets jammed with pedestrians, vendors, carts
and kids. I remember the women in their native
sarong-skirts and Asian blouses, their black hair pinned
neatly at the nape of their necks, swaying gently up and
down the road. I see the teenagers, arm-in-arm, and once
again, I can sense the pervasive serenity of a country
whose history is full of brutal repression. And I think
of Dr. Cynthia Maung whom I met when I visited her
public health clinic for Burmese refugees in northern
Thailand only a little more than a year ago. How clearly
I see her and the faces of the multitudes she serves!
How deep their pain must be as they await news of
family, friends and country! I remember the women I met
from the Burmese Women's Union and the Shan Women's
Network. The stories they told me still break my heart,
and now this. Sometimes, when you haven't been to a
place, haven't met its people, shared its customs,
laughed with its children, it's hard to imagine that
place as real and palpating with daily life. But Burma
is very real and its recent history is chilling --
including the long house arrest of 1991 Nobel Peace
Laureate Aung San Suu Kyi, the face of hope in Burma.
Two years ago, in a mysterious and secretive move, the
military junta moved the government headquarters from
Rangoon (now Yangon) to a remote mountain enclave,
perhaps because they feared the rising democracy
movement. In September the junta released a draft
constitution ensuring that the military would continue
to have absolute control. In a stunning show of
defiance, widespread and peaceful pro-democracy protests
began, growing over a period of several weeks. Buddhist
monks began to get involved when government troops used
force to disperse demonstrators. On September 26th,
government troops began cracking down on protesters,
firing into crowds, raiding pagodas, and arresting
monks. A Japanese journalist was among those killed.
Petitions have been circulating on the Internet in
support of the Burmese people. They range from messages
of support directed at the U.N. Security Council to
attempts to influence the Chinese government, slated to
host the 2008 Olympics and therefore worried about
boycotts, to apply pressure to its trading partner.
But here is a message many
people may not have seen as they surf the web. It came
to me from a friend in Chiang Mai, Thailand and was
circulated by a friend of hers on October 1: "We just
got a phone call from our sister in Yangon. BBC says
that 200 monks were arrested. The true picture is far
worse! A troop of mercenary riot police protected by
military trucks raided a monastery in Yangon today. They
systematically ordered all monks to line up and banged
and crushed their heads against a brick wall. One by
one, the peaceful, non-resistant monks fell to the
ground screaming in pain. Then they tore off the red
robes and threw them all in the military trucks like
rice bags and took the bodies away. The head monk was
tied up in the middle of the monastery, tortured and
bludgeoned. He died the same day. Tens of thousands of
people gathered outside the monastery, warded off by
troops with bayoneted rifles, unable to help their
helpless monks being slaughtered inside. When it was all
over, only 10 out of 200 remained alive, hiding in the
monastery. Please tell the full extent of the fate of
monks, please! 'Arrested' is not enough expression. They
have been bludgeoned to death!" Like I said, my heart is
breaking for Burma. Dare we hope that the tens of
thousands of brave people there who demonstrated may
have started a groundswell on their long and lonely road
to self-determination? # # # Elayne Clift is a writer
and adjunct professor who writes from Saxtons River, Vt.
USA.

Chiang
Mail 13
Hallo allemaal,
Zondagochtend half elf in
Chiang Mai. Ik heb al even wat administratieve dingen
afgehandeld en nu zit ik, als enige klant, in een
gloednieuw café op 50 meter van ons kantoor vandaan.
Lekkere koffie die al niet duur is en ook nog eens
gratis draadloos internet. En heel vriendelijke mensen,
ook hier weer.
Het is de tweede keer dat
ik hier ben. Gisteren schreef ik op deze plek mijn
vorige nieuwsbrief over de scholen in Laos. Het
dochtertje van de bazin, ik schat zeven jaar oud,
begroette me net als gisteren door haar platte neusje
nog platter te drukken. Haar moeder legde me uit dat ze
onder de indruk was van de maat van mijn reukorgaan en
dat zo tot uitdrukking bracht. Hier in Thailand steekt
mijn neus er inderdaad nog even wat meer uit dan in mijn
"natuurlijke" omgeving. Inmiddels is het al een running
gag geworden. Telkens als we elkaar zien drukken we
allebei onze neus even plat en hebben dan beiden enorm
veel plezier. Een kinderneus is gauw gevuld.
De foto's die jullie bij
deze Chiang Mail aantreffen hebben niets te maken met
het onderwerp daarvan; ons studiebeursprogramma voor
Birmese studenten. Ik kan, mag en wil geen foto's van de
studenten plaatsen. Het zal in deze nieuwsbrief
duidelijk worden waarom niet.
De plaatjes heb ik gemaakt
in Laos en horen dus eigenlijk nog bij mijn vorig
schrijven.
Maar deze brief gaat over
de...
Birmese studenten (hoop voor de toekomst)
Maanden
geleden hebben we negenendertig nieuwe studenten
geselecteerd. Negenendertig
Birmese jongeren die een universitaire opleiding, om
redenen waar ik zo verder op inga, in Birma zelf wel
kunnen vergeten. Zij krijgen van ons een studiebeurs om
aan universiteiten in Thailand te studeren.
Het dictatoriale militaire
regime in Birma heeft
het wetenschappelijk onderwijs in dit land, dat nu
officieel Myanmar heet, heel bewust grondig om zeep
geholpen. Een volk dat je dom houdt valt beter onder de
duim te houden, dat is de redenatie van de junta.
Slechts een paar "ongevaarlijke" studierichtingen worden
op de universiteiten nog onderwezen en dat ook nog eens
op een zeer laag academisch niveau. En zelfs die studies
zijn voor de meeste studenten waar wij mee te maken
hebben, niet toegankelijk. Etnische minderheden en
politiek "verdachte" jongeren hebben, op zijn zachtst
uitgedrukt, simpelweg geen schijn van kans.
Met ons
studiebeursprogramma hopen we te helpen met het creëren
van een groep goed opgeleide jonge volwassenen. Zij
zouden dan misschien ooit de nieuwe leiders van Birma
kunnen worden als het regime uiteindelijk toch verdwijnt.
Maar ook kunnen zij zich op vele andere manieren gaan
inzetten voor hun gemeenschappen. Binnen Birma zelf of
in de vluchtelingenkampen en de achtergestelde
migrantengemeenschappen in Thailand.
De selectie van de
studenten was verschrikkelijk moeilijk. Uit een
"shortlist" van een kleine tachtig aanvragen moesten we
een keuze maken. We deden dat met zijn tweeën, Manuela
Bianchi, directeur van Child's
Dream en ik. We letten daarbij op academische
kwaliteiten en de motivatie voor de studierichting en
wat zij na hun studie met de verworven kennis wilden
gaan doen. De aanvragen bestonden uit o.a. de volgende
onderdelen: een biografie, een essay over de situatie in
Birma en een motivatie voor hun studiekeuze.
Zodra
je deze aanvragen gaat lezen zit je in een andere wereld.
De wereld van kinderen afkomstig uit dorpen die onder hun ogen
werden platgebrand, die met hun ouders moesten vluchten
voor het Birmese leger. Kinderen die dagen- en
nachtenlang met gewonde mededorpelingen probeerden de
Thaise grens te bereiken en in voortdurende angst
leefden in handen van het leger te vallen. Kinderen die
door militairen ondervraagd werden over de
verblijfplaats van hun politiek actieve vaders.
Aanvragen waarin de woorden "vluchten", "verkrachting",
"marteling", "doodsangst", "platbranden", "geweervuur",
"moord", "slavenarbeid" en "landmijnen" heel normaal
zijn. En dat in aan- vragen voor een studiebeurs!
Stuk voor stuk zijn al deze
studenten ongelooflijk gemotiveerd om te gaan studeren
en zich vervolgens in te zetten voor hun gemeenschappen.
Velen zijn of waren al politiek actief en sommigen
hebben al in Birmese gevangenis- sen gezeten.
Heel triest is het verhaal
van één van de studenten die we geselecteerd had- den.
We hadden al contact met haar gehad. Ze had alleen nog
wat referenties nodig om aan een universiteit toegelaten
te worden. Waarschijnlijk heeft ze die bij de verkeerde
mensen gevraagd want op een bepaald moment hoorden we
helemaal niets meer van haar. Ze heeft, vanwege
politieke activiteiten, al een gevangenisstraf achter de
rug en andere studenten die haar persoonlijk ken- nen
vermoeden dat ze weer is opgepakt. Haar beurs hebben we
aan een ander moeten geven en nog steeds weten we niet
wat er echt met haar ge- beurd is. Zo'n verdwijning laat
misschien nog wel het duidelijkst zien hoe reëel de
gevaren voor deze studenten zijn en wat voor regime er
aan de macht is in Birma.
Des te dankbaarder is het
studiebeurzen te kunnen geven aan deze jongeren die er
alles aan willen doen om op allerlei manieren de
situatie in hun land of in de kampen te verbeteren.
Vier keer per jaar bezoek
ik "onze" studenten en spreek dan ongeveer
een uur met elk van hen. Ook met de acht die we vorig
jaar al een beurs hebben gegeven en nu vaak tot de beste
studenten van hun jaar behoren. Het zijn stuk voor stuk
bijzonder enthousiaste en zeer gemotiveerde jonge
volwassenen (tussen de 21 en de 27 jaar oud). Sterke,
moedige persoonlijkheden die een heel duidelijk doel
voor ogen hebben.
San Aye Awar*) is 23 en studeert
verpleegkunde. Zij wil met steun van internationale
organisaties in Birma gezondheidscentra opzetten. Daar
wil zij haar op de universiteit verworven kennis
gebruiken en doorgeven aan lokale gezond- heidswerkers
die dan onder andere weer medische voorlichting aan
dorpgemeen- schappen kunnen geven.
Het spreekt vanzelf dat dit
zeer motiverende ontmoetingen zijn. Ik kom daar altijd
heel blij vandaan. Volgend jaar kunnen we hopelijk weer
een nieuwe groep studenten een beurs geven.
Meer over het
studiebeursprogramma onder deze link. Om begrijpelijke
redenen hebben we het verhaal hier niet politiek gemaakt.
http://www.childsdream.org/en/projects.asp?typeID=6
Reacties en vragen zijn,
zoals altijd, welkom.
Een warme groet vanuit
Chiang Mai,
Sallo
*) Ik heb niet de echte
namen van de studenten gebruikt. Sowieso leven de
meesten van hen al onder een schuilnaam.

Chiang Mail 12
Hallo allemaal,
Anders dan beloofd gaat deze nieuwe Chiang Mail niet
over het studiebeursprogramma voor de Birmese studenten.
Ik ben namelijk net terug uit Laos en wilde daar eerst
wat over schrijven. Ik heb ook weer wat foto's gemaakt
en een paar daarvan wil ik jullie graag meteen laten
zien.
Laos, een bijzonder land met een bijzondere klank voor
mij. Bijzonder arm ook, daar kom ik straks op terug. In
2004 was ik er op vakantie. En dat is toen nogal een
bijzondere reis geworden. Om meer dan één reden. Velen
van jullie kennen mijn verhaal over hoe ik daar even
helemaal de weg kwijt was door wat ik maar voor het
gemak "externe factoren" zal noemen. Als je het verhaal
niet kent en je bent nieuwsgierig, laat maar weten. Ik
heb het allemaal opgeschreven en ik kan het je zo
toesturen. Een zeldzame en angstwekkende ervaring.
Los daarvan, hoewel sommige vrienden toch ergens een
connectie vermoeden, is het ook tijdens deze vakantie in
2004 geweest dat ik besloot mijn leven "enigszins"om te
gooien. De armoede die ik ook hier weer tegenkwam en de
gevolgen van die armoede voor de Laotiaanse kinderen
heeft uiteindelijk de doorslag gegeven.
Vorige week was ik weer even terug. Het veld in. Negen
van onze projecten bezocht. Negen scholen. Drie daarvan
met een heel duidelijk Nederlands stempel. Geweldig om
te zien dat we juist hier nu ook zo actief zijn. Het is
zo ontzettend nodig. Laos is werkelijk verschrikkelijk
arm. En het zuiden van het land spant wat dat betreft de
kroon. Juist daar bouwen we de scholen. De regering doet
dat niet, heeft er het geld niet voor. Die betaalt
slechts de schamele salarissen van de leerkrachten en
een pakje schoolkrijt per jaar per klas!
De schooltjes die er staan, opgetrokken uit hout en
bamboe, zijn vaak al veertig, vijftig jaar oud en staan
op instorten. In de meest afgelegen dorpen, vaak alleen
bereikbaar over vreselijk slechte wegen of per bootje,
bouwt Child's Dream scholen. Zo afgelegen, dat wij voor
de kinderen die we hier tegenkwamen vaak de eerste
westerlingen waren die ze zagen. Goed te merken aan hun
reacties.
Ontsnappen aan de armoede is voor deze kinderen niet mogelijk zonder
onderwijs. Dat is de basis. Aan die basis werken we,
samen met de gemeenschappen ter plekke. En het is
echt een samenwerking. Er wordt overlegd met de
dorpen; wat is er nodig? Wat kunnen jullie zelf doen? (Hout
en andere materialen en arbeidskracht leveren). En zo
worden de scholen een deel van de gemeenschap, geen
eilandjes neergezet door een anonieme organisatie die
voor veel geld een fraai gebouw neerzet. Geen "Fremdkörper",
maar iets waar men trots op is, in stand wil houden en
koestert. Men heeft er zelf aan meegewerkt, meebepaald
hoe het er uit moet zien. Bij één van de scholen zagen
we hoe ouders van de kinderen meehelpen om het bouwafval
op het schoolplein op te ruimen.
Ik blijf onverminderd enthousiast over de "Child's Dream
methode". Over de inzet van de leiding en de
medewerkers, hun professionaliteit en de keuze van de
projecten en de manier waarop alles verwezenlijkt wordt.
En dat allemaal op een financieel uitermate verantwoorde
wijze. Zeer lage overheadkosten. Iets meer dan 5% nu.
Onvoorstelbaar laag in deze "sector".
Nog even iets over het Nederlandse stempel waar ik het
net over had. Één van de scholen die we bezochten is
voor een groot deel bekostigd door de stichting "Jade"
van Jacob Gelt Dekker, de ex-erevoorzitter van
ChildRight. Hij heeft de misstanden binnen deze laatste
organisatie naar buiten gebracht en heeft onlangs zijn
functie daar neergelegd. Hij reisde met ons mee naar
drie van de negen scholen. "Zijn" school, in Sa Ming,
werd feestelijk geopend en daar wilde hij allicht bij
zijn. Verder overweegt hij de kosten voor één van de
andere scholen in aanbouw voor zijn ("Jade's") rekening
te nemen. De derde "Nederlandse" school wordt
gefinancierd door de Nederlandse ambassade in Bangkok.
Het feit dat beide contacten, de ambassade en Jacob Gelt
Dekker via mijn tv-verleden tot stand zijn gekomen,
maakt me extra blij. Het geeft het fijne gevoel dat ik
ook op deze manier iets kan bijdragen.
Voor meer informatie over de scholen in Laos, klik op
deze link:
www.childsdream.org/en/projects.asp?typeID=3
Reacties op en vragen en opmerkingen over deze
nieuwsbrief zijn weer van harte welkom, evenals
verzoeken voor volgende "edities". En als je hem niet
meer wilt ontvangen, meld dat dan ook even.
Graag wil ik ook nog even wijzen op het nieuwste nummer
van de "Catherine" dat volgende week uit komt. Daar
staat onder andere een artikel in over de
sieradenontwerpster Femke de Kruyf. Een dame die ik
totaal niet kende maar die van mijn werk voor Child's
Dream hoorde en een bijzonder initiatief startte. Kijk
maar even op haar site:
www.fdk-jewel.nl/fdk.htm
Een fijn weekend nog iedereen en graag tot snel.
Sallo

Chiang Mail
11
Hallo allemaal,
Opnieuw duurde het
weer even wat langer voordat het me lukte deze Chiang
Mail te schrijven. Het blijft druk in Chiang Mai.
Afgelopen vrijdag
was ik net op tijd klaar met het lezen van de aanvragen
voor een studiebeurs van Burmese studenten. Aanstaande
dinsdag moeten de definitieve beslissingen vallen,
vrijdag bespraken we een voorlopige selectie.
Zevenzeventig, vaak zeer uitgebreide, meest emotionele,
soms heel moeilijk leesbare verhalen. Vijfendertig
studenten kunnen we een beurs geven. Heel fijn is dat.
Maar als je de verhalen leest zou je ze zo graag
allemaal willen helpen. Ook hier zit een Chiang Mail in.
Waarschijnlijk wordt dat ook de volgende.
Nu eerst wat
anders:
Tomato Village
(Ellende komt soms heel dichtbij)
Eén van de
projecten van Child’s Dream heet “Tomato Village”.
Niemand schijnt te weten waar die naam vandaan komt. Er
groeit in het hele dorp waar dit project naar genoemd is
niets wat op een tomaat lijkt. Ook de originele Thaise
naam heeft niets met tomaten te maken.
Tomato Village is
een schooltje waar Burmese migrantenkinderen na
schooltijd gratis Engelse les kunnen volgen. Dat
vergroot hun kans op de Thaise arbeidsmarkt enorm daar
de Thai zelf heel slecht Engels spreken. Zonder dat
Engels maken de Burmese migrantenkinderen nauwelijks
kans op een (fatsoenlijke) baan. Ook hier wordt
gediscrimineerd.
Het project werd en
wordt volledig betaald door Child’s Dream maar is
bedacht en opgezet door Benjamin. Benjamin Aung Aung is
een uiterst charmante Burmese vluchteling die al heel
lang in Thailand woont. Jarenlang was hij hier
reisleider, totdat de Thaise overheid bepaalde dat dat
een beroep was dat alleen nog maar door Thai mag worden
beoefend.
Benjamin besloot
toen wat te gaan doen voor de kinderen uit zijn
migranten gemeenschap.
Hij realiseerde
zich dat deze kinderen een goede toekomst in Thailand
konden vergeten als ze niet iets extra’s te bieden
hadden. Tomato Village was het resultaat.
Benjamin geeft zelf
les, er is een assistent lerares, ook Burmees en vrijwel
het hele jaar door zijn er één à twee buitenlandse
vrijwilligers, geplaatst door Child’s Dream, die les
geven aan de hoogste klas.
Anderhalve maand
geleden kreeg ik een aanvraag van een Engels meisje dat
in Azië aan het rondreizen was en graag een tijdje les
wilde geven op Tomato Village. Op dat moment was daar
even niemand en ik stuurde dan ook een mailtje met de
gegevens van het meisje naar Benjamin.
Het duurt soms een
week voordat er antwoord van hem komt omdat er in het
dorp geen internet is en Benjamin naar de
dichtstbijzijnde stad (Mae Hong Son) moet om zijn mail
te checken. Dat doet hij één keer in de week. Bellen
gaat ook niet. Hij heeft in zijn school geen bereik. Nù
kreeg ik pas na anderhalve week een telefoontje van hem.
Hij had een onthutsend verhaal. Eigenlijk zou ik niet zo
geschrokken moeten zijn. Ik weet inmiddels wat hier
allemaal aan de hand is. Child’s Dream zit hier niet
voor niets. Toch is elk verhaal weer bijzonder
confronterend en het kwam nu ook weer eens heel
dichtbij.
In de omgeving van
Tomato Village waren in twee weken tijd drie kinderen
ontvoerd en waren sindsdien spoorloos. Waar je hier dan
meteen aan denkt is kinderprostitutie of
kinderslavernij. In ieder geval werd Benjamin aangeraden
de school tijdelijk te sluiten.
Een paar weken
later had ik opnieuw contact met hem. Er waren meer
verhalen van ontvoeringen en er was nu dag en nacht
bewaking bij de toegangswegen van het dorp. In een ander
dorp had een als monnik verkleedde man geprobeerd een
kind mee te nemen. Dit was verijdeld, de man was wel
ontkomen. Weer wat later hoorde ik het vreselijke nieuws
dat de lichamen van een paar kinderen waren
teruggevonden. Nieren en lever en misschien ook ogen
waren verwijderd. Er was ook sprake van dat in de
lichamen geld was gevonden, als “betaling”. Het zijn
allemaal onbevestigde berichten. Ik kan over het
waarheidsgehalte niets met zekerheid zeggen. Ik ben wel
op het internet gaan zoeken en kwam erachter dat het
zeker geen nieuw verschijnsel is in Thailand. Ook in
andere gebieden zijn kinderen en ook volwassen ontvoerd
voor hun organen die dan gebruikt worden voor
transplantaties bij mensen die daar (veel) geld voor
over hebben. Misschien weten zij niet waar de organen
vandaan komen.
Inmiddels is de
school weer open, vrijwilligers zijn opnieuw welkom,
Benjamin en zijn assistente geven weer les in het
lieflijke dorp in de bergen. Back to normal. Maar hoe
zitten de kinderen in de klas? Hoe lang blijven ze nog
nadenken over waarom de school een tijdje dicht was?
Meer algemene
informatie over Tomato Village via deze link:
http://www.childsdream.org/en/projects.asp?typeID=1¤tPage=6&#project9
Tot snel,
Sallo.

Chiang Mail 10
Een school voor de Karen
(Weesp in Huay Pu)
Om vijf uur werd ik wakker. Gebeurt wel vaker. Nu was er
één nieuw mailtje en die heb ik gelijk maar even
beantwoord. Mooi opgeruimd gevoel zo vroeg in de ochtend.
Zo’n vijf uur later zat ik, met Jasmijn achterop, op een
echte motor, zo’n hoge crossmotor, waar stoere jongens,
half zo oud als ik doorgaans op zitten of mannen van
mijn leeftijd in een midlife crisis. Voor mij was het de
enige mogelijkheid om, samen met Daniel en Watt op hun
eigen 250 cc crossmonster een project te bezoeken waar
verder alleen maar four wheel drives en stevige trucks
kunnen komen.
Gelukkig wist ik op dat moment nog niet wat het voor een
dag zou worden.
Alles bij elkaar zouden we tien uur rijden. Tien uur op
een stugge, hoge, zware motorfiets, met een verre van
comfortabel zadel. Eerst langs fraaie goed geasfalteerde
bergwegen om erin te komen. Na anderhalf uur wel steeds
meer haarspeldbochten waar het al oppassen was omdat
sommige bochten echt heel scherp en stijl waren. Dus gas
terug en terugschakelen. Maar het ergst kwam aan het
eind. Onverharde, zanderige, rotsachtige paden met ook
veel haarspeldbochten en losliggende stenen. Vereiste
grote concentratie. En ik had nog nooit op zo’n ding
gezeten. Wel op een zware motor ooit eens een paar weken
in India. Maar niet dit werk.
Er was een reden waarom ik speciaal dit project wilde
bezoeken. Het gaat om de school in Huay Pu, een zeer
afgelegen bergdorp, ongeveer 120 km van Chiang Mai.
Kinderen uit heel arme gezinnen uit de omgeving gaan
hier naar school. Ze behoren tot de bergstam van de
“Karen”.
Etnische minderheden, meest bergvolken zoals de “Karen”,
delen niet echt mee in de economische groei van
Thailand. De kansen van hun kinderen op de arbeidsmarkt
en dus op een redelijk bestaan zijn vele malen kleiner
dan die van de “laagland Thai”. De enige mogelijkheid om
hun kansen te vergroten ligt in een behoorlijke
schoolopleiding. Als vaker gezegd, die vergroting van
hun kansen houdt in dat ze minder gevaar lopen in de
kinderhandel, de seksindustrie, of de drugssmokkel
terecht te komen of zelf drugsverslaafd te worden.
Ik heb moeite om dit zo op te schrijven zonder daarbij
te bedenken dat dit niet alleen maar zinnen zijn. Zinnen
waar je vlot even overheen leest als je niet oppast
omdat je ze al zo vaak gelezen hebt. Maar als je toch
even stilstaat bij wat de realiteit achter die woorden
is; kinderhandel, kinderprostitutie, drugssmokkel,
kindermisbruik, kindslaven....
Er was al een school in dit dorp. Voor kindertjes tot 12
jaar oud. Daarna was het afgelopen, geen mogelijkheid
voor verder onderwijs. En dus...?
Nu wordt er een school bijgebouwd, spiksplinternieuw, in
een gezamenlijke inspanning van de dorpsgemeenschap, die
arbeid, hout, zand en stenen verzorgt, een groep
enthousiaste studenten uit Bangkok die voor cement en
meer arbeidskracht had gezorgd en Child’s Dream die het
grootste deel van het budget voor zijn rekening neemt en
zorgt dat er een professionele voorman en bouwlieden bij
komen. Maar, en daar komt het, het dak van de school is
betaald door het Vechtstede College in Weesp! Rozemarijn
Westerink, 16 jarige dochter van goeie vrienden van mij,
had er voor gezorgd dat de opbrengst van een open podium
avond van haar school ten goede kwam aan dit project.
Zij kreeg het zeer welwillende en enthousiaste
lerarenteam van de school hier warm voor. En zo zorgt
het Vechtstede College letterlijk voor een dak boven het
hoofd van de schoolkinderen uit Huay Pu.
Onderweg stopten we nog even bij een school in een ander
dorp. Er was daar ook al eens contact mee geweest. Hier
zegden we o.a. toe dat we een paar uit stalen golfplaten
opgetrokken slaaphokken, zouden vervangen. Daarin slapen
kinderen die te ver weg wonen om ’s avonds terug naar
huis te gaan. Je kunt je niet voorstellen hoe heet het
onder al dat staal in de brandende zon wordt.
Huay Pu bereikten we rond een uur of drie. Gastvrije
ontvangst door jonge leerkrachten. Verhaal apart dat nog.
Als beginnend leraar word je naar dit soort afgelegen
scholen gestuurd, ver weg van je familie en je vrouw of
man. De school was al “uit”, maar alle kinderen liepen
nog rond, voetbalden, knikkerden of zaten te lezen,
wachtend op het eind-appèl. Rond de honderd kinderen
voor wie het niet vanzelfsprekend was geweest dat ze
naar school konden gaan.
Voor het begin van het nieuwe schooljaar moet het gebouw
klaar zijn en de twaalfjarigen kunnen dan, onder het
nieuwe “Vechtstede dak”, gaan werken aan hun weg uit de
armoede.
Na een dik uur waren de afspraken gemaakt over hoe de
bouw verder ging en waar de verantwoordelijkheden lagen.
Terug op de “fiets”. Blij van wat we hadden gezien en
tot stand aan het brengen waren, zwaaide ik, aan het
eind van het dorp, vriendelijk naar een ouder,
traditioneel gekleed “Karen” echtpaar. Ik vergat daarbij
dat ik niet op mijn eigen motortje zat en kneep
vervolgens in plaats van de handrem, de koppeling in, op
een oneffen zandpad...naar beneden gaand...in een bocht.
Zo’n motor is zwaar als die op je been terecht komt zeg!
Jasmijn, die mij op de heenreis nog gecomplimenteerd had
over mijn rijstijl, vond mij nu een “beetje dom”. En dat
vond ze vrij heftig! Het vriendelijke Karen echtpaar
bleef vriendelijk toekijken, er lekte wat benzine uit de
tank en Watt kwam aangerend. Inmiddels had ik me echter
met hulp van Jasmijn al bevrijd en riep stoer lachend
dat alles ok was. En dat was ook wel zo. Een flinke
schaafwond op mijn been daargelaten. Maar dat wist
alleen ik. Jasmijn had gelukkig alleen een blauwe plek
op haar knie.
Ik groette verder helemaal niemand meer die dag en reed
zeer geconcentreerd bergje op bergje af. Voorbeeldig. Na
een uur of anderhalf, het was al een tijdje aan het
schemeren, begon de motor te sputteren. Hoewel je dan
wel weet wat er aan de hand is besloot ik die wetenschap
te negeren. Maar ja, als het ding dan echt stopt is het
heel moeilijk erop te blijven zitten en te doen alsof je
nog hard vooruit gaat. Ik herinnerde mij dat er benzine
gelekt was toen de motor op zijn kant lag. Nu zou er
echt geen druppel meer kunnen lekken. Daniel en Watt
waren al tijden geleden uit het zicht verdwenen. Daniel
is een ervaren motorrijder, ik weet net dat je het ding
met twee keer een “o” spelt.
Het was een heel stille weg, het was koud en donker aan
het worden, er was zo goed als geen verkeer en onze
gsm’s hadden geen bereik. Maar ja, het zou niet lang
duren of Watt en Daniel zouden toch wel merken dat we
niet meer achter hen zaten. Drie kwartier later, het was
inmiddels echt donker, dachten we dat nog steeds... Om
in ieder geval wat te doen, besloten we toen maar de
motor bergop te duwen, in de goeie richting, dat wel. We
hoopten boven aangekomen een tijd naar beneden te kunnen
rollen en misschien iets tegen te komen waar benzine uit
te halen was. Na 300 meter waren we warm, bekaf en
buiten adem, maar stopte er ook een pick-up truck,
daartoe aangemoedigd door wat wilde handgebaren van ons.
We konden aan de twee jonge inzittenden duidelijk maken
dat dit geen hobby van ons was en voor we het wisten
hadden we de motor achterop gezet en werd het gevaarte
stevig vastgebonden. Op dat moment verschenen Daniel en
Watt met wel een hele liter benzine. De motor was net zo
snel weer van de wagen af.
De rest van de tocht verliep, hoewel in het pikkedonker
en flink koud, voorspoedig. Om acht uur was er in het
dorp Samoeng nog één eetgelegenheid open. Bremzoute soep
met tal van totaal ondefinieerbare stukken dood beest,
vaak geribbeld of heel erg grijs, was wat er op het menu
stond. Om half elf waren we terug in Chiang Mai.
Een mooie dag. Met eigen ogen gezien hoe voor slechts
6000 euro een school gebouwd wordt die voor honderd
kinderen nu en hun opvolgers daarna een onvoorstelbaar
verschil betekent. Met veel dank aan het Vechtstede
College.
Sallo
Voor meer info over de school en nog wat foto’s:http://www.childsdream.org/en/projects.asp?typeID=1

Chiang Mail 7
Hallo allemaal,
"Je dagelijks leven, je werk, kan je daar niet iets meer over vertellen?" Deze vraag stond vaak in de reacties op eerdere nieuwsbrieven. Nu dan ook: Van negen tot zes. En daarna. (Leven en werk in Chiang Mai) Kamer 405 van Baan Napat is nu al weer bijna tien maanden mijn thuis. Ik heb het al eerder beschreven. Vijfentwintig vierkante meter. Een bed, wat eenvoudig meubilair, alles wat ik nodig heb. Het is ok. Eén raam, met een nu al vertrouwd
uitzicht; groene bergen en Wat Doi Suthep, een fraaie tempel, de belangrijkste van Noord Thailand. Mooie luchten. Mijn uitzicht . Buiten ligt de treurig vieze huishond. Verderop tientallen "illegale" Burmezen die hurkend wachten tot ze misschien worden opgepikt om een dagje te mogen werken voor een hongerloontje. Het is één van de andere gezichten van Thailand. Een tochtje van ongeveer 30 seconden op mijn motor (sommigen noemen het ding minachtend "brommer") brengt me naar mijn werk. Op dat stukje kom ik ongeveer 200 mensen tegen, het merendeel studenten in het uniform van de Rajabath universiteit hier vlakbij. Ook allemaal op de "brommer". Het is inmiddels een knap druk kantoor geworden. In januari zaten we er nog met zijn vieren. Nu zijn het er al elf. Twee man directie, vijf Thaise werknemers en vier vrijwilligers. Drie van die vier gaan straks weer weg. Ik blijf. Hopelijk nog heel lang. Over het werk van Child's Dream ben ik namelijk onverminderd enthousiast. Er wordt verschrikkelijk goed werk verricht. De levens van duizenden kinderen worden gered. Dit gebeurt letterlijk, via medische programma's maar ook door het mogelijk te maken dat kinderen, die anders geen kans op onderwijs hebben, toch naar school kunnen. Zonder dat onderwijs zouden deze kinderen in het "beste" geval later geen kansen hebben op de arbeidsmarkt en blijven ze net zo arm als hun ouders. Maar nog veel afschuwelijker zijn de gevaren van kinderprostitutie, drugssmokkel en kinderarbeid.
Geruïneerde levens. Soms denk ik wel eens... moet ik niet meer met m'n poten in de modder... heel direct werken met de kinderen in de vluchtelingenkampen? Het allemaal direct zelf ervaren? Zelf zien dat de kinderen niet doodgaan en door onze steun gered worden? Maar dan realiseer ik me dat ik hier op kantoor vanachter m'n bureau ontzettend veel meer kan doen. Wat doe ik dan allemaal achter dat bureau? Ik regel de planning en coördinatie van de vrijwilligers die op de diverse projecten worden ingezet en heb het, dit jaar gestarte, studiebeursprogramma voor Burmese studenten onder mijn hoede. Voor dit laatste zit ik vier keer per jaar een paar dagen in Bangkok. Daar praat ik met deze eerste en daarom belangrijke groep studenten. We bespreken hun vorderingen, problemen, financiën en toekomstplannen. Het is geweldig om te praten met deze jonge, enthousiaste Burmezen. Ze zijn allen afkomstig uit verschillende onderdrukte en vervolgde etnische minderheden en zijn enorm gemotiveerd om hun kennis straks in te zetten voor hun gemeenschappen. Verder ben ik een vliegende kiep die voor veel verschillende dingen wordt ingezet. Van het in kaart brengen van de gevolgen van de strengere
visbepalingen en het begeleiden van een paar
fondsenwervingprojecten tot het beoordelen van subsidieaanvragen en het schrijven van "lastige" brieven.
Binnenkort moet ik een Thai gaan aannemen en opleiden om een deel van mijn taken over te nemen. Ik kan me dan weer met andere dingen gaan bezighouden. Mijn werk en positie hebben zich de afgelopen maanden flink ontwikkeld. Ik ben een deel van de organisatie, een vaste waarde geworden. Inmiddels heb ik voldoende kennis over de dagelijkse gang van zaken om het voor de twee directeuren mogelijk te maken er af en toe even tussenuit te gaan. Onlangs waren ze twee weken op vakantie naar een plek zonder internet- en telefoonverbinding. Zoiets was hiervoor eigenlijk nooit echt mogelijk. Al deze dingen helpen ook enorm om me hier behoorlijk nuttig te voelen. Terug naar mijn dagindeling. Geluncht wordt er in een klein, kaal maar lekker eettentje in de buurt. Voor 20 - 30 Baht, 45- 65 eurocent, eten we "Thais buiten de deur". Voor dat zelfde bedrag eet ik vaak ook 's avonds in een zo mogelijk nog kaler eettentje vlak bij Baan Napat. Veel avonden en ook regelmatig grote delen van de weekenden zit ik achter de computer op mijn kamer of in een Thaise versie van Starbucks en beantwoord mailtjes. Er is ook al behoorlijk wat bezoek uit Nederland langs geweest. Dan wordt er wat uitgebreider gegeten en ben ik weer even reisleider. Reisleider in een stad die ik misschien minder goed ken dan sommige van mijn bezoekers inmiddels. Eigenlijk best een sober leven en dat past hier ook wel.
Het is een ander leven geworden. Een leven met wat beperkingen maar wel één waar ik heel blij van word. Kijk maar op www.childsdream.org . Dan snap je het misschien nog beter.
Veel liefs en tot gauw,
Sallo.

Chiang Mail 6
Hallo allemaal,
Allereerst heel hartelijk
dank voor alle bezorgde reacties naar aanleiding van de
politieke gebeurtenissen hier. Heb ik heel fijn gevonden.
Het bleek uiteindelijk een werkelijk fluwelen
staatsgreep, niet meer dan een rimpeling in de vijver.
En dat is eigenlijk al te sterk is uitgedrukt, althans
voor wat betreft de invloed op het dagelijkse leven hier.
Inmiddels heb ik al jullie mail weer beantwoord tot en
met de 12e oktober. Hebben jullie nog geen antwoord
ontvangen, dan is er dus iets mis gegaan. Laat me dat
dan alsjeblieft even weten. Deze Chiang Mail gaat over:
De Koning, de staatsgreep
en het volk. (The colour yellow)
De reactie van de Thai op
de staatsgreep was heel kalm, heel gelaten. Westerlingen
die al een tijd hier zijn verbazen zich niet. Ze hebben
het dan over een algeheel gebrek aan belangstelling voor
de politiek. De Thai zijn erg van het “Sanuk”, van het
prettige, aangename leven zonder al te veel na te willen
denken over problemen. Ook speelt koning Bumiphol
hierbij een heel belangrijke rol. Als de machtsovername
tegen zijn wil zou hebben plaatsgevonden of erger nog,
tegen hem persoonlijk, dan was de situatie volstrekt
anders geweest. De koning is zo’n beetje heilig hier. Is
hij akkoord, dan vindt men het hier al lang best. En er
was al lang veel kritiek op “prime minister Thaksin”.
Maar de koning is dus
waanzinnig geliefd. Ook wel terecht naar het schijnt;
heeft heel veel goeds voor zijn volk gedaan en doet dat
nog steeds. Toch zijn er ook andere verhalen, maar die
hoor je alleen van niet-Thai. Zo zou hij een oudere
broer hebben gehad die eigenlijk koning had moeten
worden.....
De verering van de koning
is in het dagelijks leven goed zichtbaar. Werkelijk
overal kom je levensgrote portretten tegen. In de
bioscopen worden voor de hoofdfilm begint mierzoete
beelden van de vorst vertoond waarin deze bezig is met
“goede daden” en hij omringd wordt door devote
onderdanen. Iedereen staat ook op bij die beelden en
luistert naar het officiële “koningslied”. Om acht uur
’s ochtends en zes uur ’s avonds wordt op vele publieke
plekken, zoals in parken en markten en zelfs in sommige
straten, het openbare leven even stilgelegd. Dan wordt
het volkslied gespeeld. Al het verkeer staat stil,
motorrijders stappen af, telefoongesprekken worden
onderbroken, er wordt even niks verkocht of
schoongemaakt en iedereen luistert kalm tot de laatste
tonen zijn weggestorven. Werkelijk niemand die gewoon
doorgaat.
Dit jaar werd gevierd dat
de koning zestig jaar geleden de troon besteeg. De
regering heeft toen aan iedereen verzocht voortaan op
maandag gele shirts te dragen. Geel is de kleur van de
koning. En op vrijdag blauw, de kleur van de koningin.
Geen verplichting, slechts een verzoek. Maar vrijwel
iedereen, draagt hier dus geel op maandag! Jong, oud,
arbeider of universiteitsdocent. En nogmaals; het is
geen verplichting, niemand die je er op aankijkt als je
het niet doet en het maakt ook niets uit voor je
carrière. Ook hier het verschijnsel van “Sanuk” dat zich
in dit geval vertaalt als; “iedereen moet gewoon lekker
doen waar die zin in heeft”. En blijkbaar heeft dus
bijna iedereen zin in geel voor de koning op maandag. Ik
schrijf dat zo makkelijk op, maar als je er over nadenkt,
het even tot je door laat dringen.... Een klein
voorbeeldje van een enorm cultuurverschil. Ondenkbaar in
Nederland. Net zo ondenkbaar als dat de studenten van,
zeg de Universiteit van Amsterdam, schooluniformen
zouden dragen. Hier gebeurt dat dus. Ik woon om de hoek
van de Rajabath Universiteit. Overal om me heen
studenten in hagelwit shirt en zwarte broek of rok. Tot
aan hun Bachelor’s degree dragen ze dat. Trouwens ook op
maandag.
Er zijn veel meer
cultuurverschillen dan je zo op het eerste gezicht zou
vermoeden. Ik geniet in ieder geval enorm van de
vriendelijkheid van de Thai en, om maar eens een
ouderwets woord te gebruiken, van hun wellevendheid. Het
is fijn, zoveel hoffelijkheid. Ik zie de uitdaging en de
positieve kanten van de veel minder uniforme samenleving
van Nederland allicht ook. Wat een heerlijke stad is
Amsterdam bijvoorbeeld wat dat betreft. Zo veel
gezichten, zoveel gekte, zo weinig geel op maandag. Maar
het beeld dat je op straat krijgt van hoe men met elkaar
omgaat, kijk naar de mensen in de tram, naar hoe je
bediend wordt in winkels, op terrasjes, naar het gedrag
in het verkeer. Hoe anders is dat hier. In winkeltjes,
eettentjes, bij de kassa in de supermarkt, bioscoop, het
immigratie kantoor, tankstation, noem maar op; overal
lijkt het of ze oprecht blij zijn je te zien of weer
terug te zien. Het klinkt misschien wat soft, maar denk
daar even aan als je morgen afrekent bij het tankstation
of de supermarkt of wanneer je een drankje bestelt in
een café. En dan weet ik dat er mensen in Nederland
zullen zijn die sceptisch staan tegenover die
vriendelijkheid hier; dat kan nooit oprecht zijn, er zal
wel een economisch belang achter die glimlach schuilen.
Maar dan denk ik dat dat een poging is de wereld te
begrijpen met vertrouwde westerse ideeën. Dat gaat hier
niet; hier draagt men geel op maandag, hier behandelt
een tandarts je drie uur lang gratis omdat hij het
probleem, gecreëerd door een ander, de vorige dag niet
heeft kunnen oplossen en hier is men heel erg
vriendelijk.
Natuurlijk zijn dit wat
oppervlakkige indrukken en zijn er ook heel andere
verhalen te vertellen. In volgende mailtjes zal ik dat
ook zeker doen. O.a. het verhaal van Tai, dat er aan zit
te komen. Maar zo in het leven van alledag vind ik dit
een heel prettige samenleving.

Chiang Mail 5
Hallo allemaal,
Het heeft weer even wat langer geduurd dan de bedoeling was. Het blijft toch gewoon erg druk. Ik heb veel reacties gekregen op mijn vorige 3 nieuwsbrieven. Inmiddels heb ik ook weer iedereen geantwoord die gereageerd heeft. Heb je niets van mij gehoord terwijl je mij wel een mailtje gestuurd hebt dan is die mail dus niet bij mij aangekomen. Probeer het dan graag opnieuw.
Dit keer geen nare verhalen. Mijn leven hier bestaat niet alleen uit confrontaties met ellende. Ik werk bijvoorbeeld ook gewoon op een kantoor met leuke collega's. Één van die collega's is wel heel grappig. Mag ik U voorstellen:
Wanneer je voor het eerst langskomt op ons kantoor in Chiang Mai, is de kans groot dat je onmiddellijk begroet wordt door onze nieuwe
Office-manager. Ze steekt haar hand naar je uit en zegt met een enorme en vanzelfsprekende vastberadenheid: “My name U” (spreek uit oe). Daarbij kijkt ze je vanaf haar 1 meter 45 indringend aan en je bent vanaf dat moment meteen
verkocht. Waarschijnlijk besluit je ter plekke je eerste of je volgende dochter ook U te noemen.
Met pijn in mijn hart heb ik haar geprobeerd uit te leggen, dat het correcter is “My name is U” te zeggen, maar snel
daar achteraan duidelijk makend dat “My name U” honderd keer “cuter” is.
Gelukkig heeft U een niet al te best geheugen en zo hoor ik godzijdank nog regelmatig de
acutere versie. Helemaal leuk is het, als ze vervolgens meteen daarop bedenkt dat ze “is” vergat, dan even aanstekelijk mijn kant uitgiechelt en zich vervolgens voor de inmiddels volledig vertederde gast verbetert met het veel zakelijker “My name ìs U!” Dat u het maar weet.
Zat er ook, het absoluut bij haar aanwezige, gevoel voor humor bij, toen ze een naam voor haar dochter bedacht? Haar dochter heet “I”. (Spreek uit zoals het Engelse I.)
We hebben trouwens nog een Thai op kantoor die “Watt” heet en een Thaise met de naam “Tai”, het Thais voor Konijn”
U weegt 35 kilo en is op dieet! Laatst stonden hier wat straten blank, ik waadde door water dat tot aan mij knieën stond. U had naar kantoor kunnen zwemmen.
De verhaaltjes rondom U zijn talrijk, terwijl ze nog maar net bij ons is:
Voor de deur van ons kantoor staan, tussen alle andere schoenen, mijn slippers. Regelmatig loop ik die te zoeken. Het zijn nl de favoriete schoenen van U geworden. Als ze even naar buiten moet gaan haar voeten, maatje 31, in mijn slippers maat 45. Zet je die rechtop, dan komen ze tot aan haar knieën geloof ik.
Soms staat ze me achter de deur op te wachten en op het moment dat ik binnenkom springt ze te voorschijn en roept “Boe!”. Als ik dan schrik heeft ze niet alleen die kindermaat, maar ook de daarbij behorende kinderlijke pret. Vrolijk verkondigt ze dan “I win”. En ze bedoelt dan niet haar dochter. U is trouwens 27.
Ik heb haar in het begin het één en ander proberen uit te leggen over de boekhouding (ja lach maar). Als ze dan vervolgens iets fout deed en dat doorhad keek ze strak en ietwat geschrokken naar het beeldscherm en zei “Nooo” (Uitgerekte, stijgende toon met een komische verontwaardiging in haar stem). Ongeduldig kun je met zoiets naast je absoluut niet worden en dan legde ik bijvoorbeeld nog maar eens uit dat 2,5% van 100 toch echt 2,5 is. “Thank you Sallo” is dan mijn beloning voor zoveel kennis. Een “thank you”van een kaliber waardoor je hoopt dat ze nog veel meer fouten maakt die ik dan mag verbeteren.
Eén keer heb ik haar dronken meegemaakt. Deels mijn fout. Tijdens een “bedrijfsetentje” met de hele kantoorstaf van 9 man sterk, werd er een drinkspelletje gedaan. Ik drink echter alleen maar af en toe een wijntje en absoluut niet meer. Toen ik dan ook een klein glas whisky achterover moest slaan weigerde ik beleefd. Ja ja, ik weet het; loser! Vervolgens werd de inhoud van het glas verdubbeld en het volgende spel verloor U. Zij was sportiever dan ik en het resultaat van een glas whisky op 35 kilo Thai is verbluffend. Ineens sprak ze vloeiend Engels, maakte althans hele zinnen, terwijl er meestal niet meer uitkwam dan “My name U”. Ineens wist ze ook “I love you” te zeggen en deed dat ook subiet tegen iedereen die in haar gezichtsveld kwam. Het werd een heel gezellige avond. Het was daarna niet meer vertrouwd haar op haar motor (jawel!) naar huis te laten gaan en ze bleef slapen bij de nieuwe Zwitserse vrijwilligster. Die had een heel onrustige nacht. Thai kijken graag TV, zeker als ze 's avonds iets te veel op hebben voor hun gewicht. De volgende ochtend sprak U gelukkig weer heel gebrekkig Engels.
Haar man woont en werkt in Chiang Rai. Hij woont met I bij U's moeder. Chiang Rai is ongeveer twee en half uur rijden. U woont bij háár schoonmoeder in Chiang Mai. Ze slaapt ook met die schoonmoeder in één bed. U durft namelijk niet alleen te slapen. Ze is en daar komt ze ook probleemloos voor uit, als de dood voor geesten. Ze heeft er 10 jaar geleden eens eentje gezien en sindsdien slaapt ze nooit alleen.
U is ook ijdel, ze is dus op dieet en draagt bijvoorbeeld ook een trui met lange mouwen om niet te bruin te worden, al is het tegen de 40 graden.
Een paar dagen terug zag ik haar druk in de weer op een bureaustoel, met haar volle gewicht probeerde ze op en neer springend, de stoel lager af te stellen. Het lukte haar niet. Ik hielp haar: “Thank you Sallo”. Regelmatig staat haar stoel nu weer te hoog afgesteld.
Nog eentje en dan ga ik me weer met wat serieuzer zaken bezig houden. Laatst gaf ze me een compliment, ik weet niet meer waarvoor. Ik helemaal blij en terwijl ze me nog ziet glunderen zegt ze vervolgens met een stalen gezicht: “Now you give me 50 Baht!”
We hebben het leuk op kantoor. Toen het er afgelopen vrijdag dan ook even naar uitzag dat door strengere visa bepalingen, met vele andere buitenlanders ook ik vroegtijdig het land zou moeten verlaten, keek ze oprecht geschrokken en verdrietig. Ik denk dat ik later in het bejaardentehuis nog af en toe met een glimlach terug zal denken aan “My name U!”

Chiang Mail 4
By now I have seen three; three warehouses. That's what they are being called. Human warehouses. The first impression is that of nice picturesque villages. Houses made out of bamboo and big leaves tied together to form the roofs. No, these are not the “tent camps” of Darfur . These are villages, with paths and dirt roads, with squares, schools, sporting grounds, little shops, offices of the different aid organizations. On the surface there is nothing really wrong with these villages.
Everyone knows the name of Aung Sang Suu Kyi. Well, many people know her name. Nobel Peace Prize Winner (1991) from Burma who has been placed under house arrest without charge or trial for I don't know how many years already. And there is an ill reputed military government. That is more or less the extend of our knowledge about Burma , for most of us at least.
Ta Won Mrat is one of the Burmese students who get a scholarship through Child's Dream. Last week he stopped by at our office. A clearly somewhat nervous guy of 24. He attentively listened to what we had to say and signed our documents. He even had a few questions. But it was obvious that part of his attention was not with us. His eyes often wandered away to somewhere in the distance. After the official part of our meeting I sat down and had a chat with him. Ta Won Mrat comes from a very remote mountain village. That village was attacked by government troops a bit over a month ago. There are no modern means of communication in that area. He had not heard anything about the situation since the news of the attack. I have seen pictures of people killed by government troops, lying uncovered by the side of the road. Ta Won Mrat must have seen so many of these pictures, of so many victims, in so many villages of ethnic minorities. This time it is his village, his family, his friends. Maybe they are killed, maybe they escaped and are hiding in the jungle. Or maybe they are on their way to one of those “picturesque villages.”
The last camp I visited (to attend the opening ceremony of a school financed by Child's Dream) was Mae La. Fifty thousand people live here. This camp, like most others, has been there for the last 20 years. Very many people live in these camps for already twenty years as well. They cannot leave the camps. They obviously can't go back to Burma ; the reasons why they fled still exist. But they can't enter Thailand either. They will not get a residence permit. The Thai authorities do next to nothing for them. To help these refugees would endanger the relationship with Burma and with that the huge economic interests. Humanitarian help comes from international organizations.
In Mae La, recently, there was an outbreak of cholera, many victims. How many, the person who told me was not allowed to say. I therefore suspect there were very many. Clean drinking water is a huge problem in this camp.
Twenty years in such a refugee camp. Without having a clue for how much longer. Children who are born here now may still live here in twenty years time, others will have been there for forty years by then. Nobody knows. And by far the fast majority of the people absolutely have nothing to do. In the two other refugee camps I visited there were hardly any shops. Officially they are not allowed. People are forced to do nothing. Absolutely nothing, and without any perspective.
Child's Dream has built a number of schools in the camps and supplied school uniforms and stationery to several thousand children. Maybe one day the situation in Burma will change. These children will then have been to school, “just like” other children. And Ta Won Mrat, with his Academic Studies, will be able to do lot of good for his community.
It is a week later now. Yesterday I got an e-mail from Ta Won Mrat. His village has been totally burnt down. Luckily his family is unharmed. Probably they are on their way to one of the refugee camps. People arrive there every day.

Chiang Mail 3
So much has happened since my first newsletter of five months ago. I tend to start telling you right away about Child's Dream. My work for this organization is of course the reason why I am here. But by now you must have received their official newsletter as well. And I guess that, after such a long “radio silence” from my side, you may want to know a little bit more about how I am doing over here.
I am doing fine! So let's talk about Child's Dream now! No, no, I know I won't get away that easily. So here are some words on what I've been doing these past five months.
For a while the work in the office was quite dull. The four of us sitting on our own isolated little islands, working very hard. With our backs pointing towards each other there was hardly any communication and therefore no humour either. It was a soundless office and to be honest rather without any real atmosphere. My work wasn't very exciting either. I was entering a lot of data into a computer program, did quite a bit of accountancy and registered people who joined us through our website. Not the kind of work I would want to do for any commercial company. But Child's Dream is not a commercial company and I was happy to be a part of the whole operation in this way. This work has to be done as well. And of course there were the field trips. But I will talk about these in next newsletters.
For a very long time I made a living out of “chattering”. First as a tour- leader and guide and also as a floor manager about 80 – 90% of what you do is communicating with other people. Literally with hundreds of people weekly. Consequently, the transition to this work was tremendous. Luckily Marc, one of the two founders of Child's Dream, suspected greater communication than accountancy skills in me. Or maybe he just wanted to protect the book-keeping against me? In any case, by now I am happily communicating at will. As the coordinator of all our volunteers and as the contact person for the Burmese students who get scholarships through us. And I take part in the training of our new Thai office manager. Her name is U (pronounce oo, as in look, with a rising tone). She is quite a story, maybe later. Just for now: She is 1 meter 45, weighs 35 kilos and she is tU funny. You can find a picture of her, made by me, on our website. She also "featured" in our newsletter.
These new tasks keep me quite busy, definitely so until now. I am setting up a lot of things myself and professionalize some existing methods. This may not sound very exciting either, but it is far better already. To be able to assist the Burmese students is very special indeed. Their stories are inconceivable and infuriating. I will certainly get into this later.
I do not have a very interesting social live yet. I have been too busy so far. I work a lot, correspond with quite a few people, there were my Thai language lessons of course and I had quite a few visitors from Holland already. I do have a nice connection with Tai, our Thai project manager. She too has an improbable and maddening story. You will certainly read about this in one of my Chiang Mails.
Tai and I went out for dinner several times and went to see a movie. The cultural differences remain huge, although less with her than with many others. She has been working with westerners for a while already. It is amazing to see that there is such a different way of thinking and acting in creatures that in many ways look so much like us, westerners. The humour is different (although we do "meet"), the concept of privacy, family ties, their interaction with one another or maybe better; their code of behaviour. It is great to be able to discover all this in this way. And I continue to find the Thai very agreeable. Friendly, cheerful, self assured. I become friendly, cheerful and self assured myself too, because of all this. Obviously there ìs an other side…..
|