Newton E.on | Visionair, humanitair, miljonair

Duurzame ontwikkeling begint met decentralisatie van kennis

Hij is BN'er, opgedoken in de Quote 500 en aanvoerder van de Winq-lijst. Toch heeft Jacob Gelt Dekker nooit de drang gehad om steeds meer geld te verdienen en daarvoor erkenning te krijgen. Hij haalt zijn voldoening uit het maken van dingen. Dankzij de zakelijke successen kan hij zich inzetten voor projecten om sociale omstandigheden van achterstandsgroepen te verbeteren. Hij is een voorbeeld voor velen en maakt vijanden als hij misstanden aan de kaak stelt.

Nieuwe invalshoeken en daadkracht helpen om grenzen te verleggen. Geen wonder dus dat Jacob Gelt Dekker werd benaderd voor de reclamecampagne Nieuwe Energie van E.ON. Een filantroop in een advertentiecampagne van een energiebedrijf dat klanten wil werven. Dat lijkt elkaar stevig te bijten. Dekker zit daar niet mee. Hij gebruikt alle kanalen om zijn boodschap over te dragen en mensen te stimuleren verantwoord bezig te zijn met de mens en zijn omgeving. Politieke correctheid is van ondergeschikt belang.

Van tandarts, topondernemer in fitness clubs tot investeerder in humanitaire projecten, Jacob Gelt Dekker mag zakenman zijn in hart en nieren, filantropie zit echt diep in de genen. Op zijn 23 e startte hij als student al een hotelschooltje op Bali. Hij was actief binnen de Giving Back Foundation actief om achterstandgroepen opleidings- en werkmogelijkheden te bieden. Dat deed hij ook in zijn bedrijven, getuige het feit dat in 1980 tussen de 60 en 70 procent van de werknemers jonger was dan 30 en van Surinaamse en Marokkaanse afkomst.

Al vroeg in zijn carriere leerde hij dat succes altijd afhangt van de openheid en communicatie met drie cruciale groepen. ‘Je verdient je boterham met je klanten. Zonder hun steun en bereidheid voor jouw diensten te betalen, ben je nergens. Jouw personeel weet precies wat er speelt, wat wel en wat niet kan. Ten derde zijn je leveranciers een belangrijke bron van informatie. Zij kennen de markt, weten wat er bij de concurrent speelt en welke vernieuwingen zinvol zijn. Luister naar ze en wees bereid hun advies te implementeren. Ik zie dat veel topmanagers het contact met de werkelijkheid verliezen. Als je president-directeur bent met een eigen kabinet van gehorige managers, mis je de aansluiting met de markt, en krijg je wel een erg bekrompen wereldbeeld.'

Topmanagers hebben het bij Dekker hard te verduren. ‘Ik ben van kinds af aan al een buitenbeetje, vaak op mezelf aangewezen. Waar anderen gingen voetballen, las ik non-fictie en observeerde ik de wereld om me heen. Ik moest doorgronden wat er in mensen omging en ik wilde een eigen invalshoek ontwikkelen. Dat doe ik nog steeds. En dus zie ik veel dingen anders en deel ik mijn opvattingen zonder terughoudendheid. Als dat hard aankomt, jammer dan. Topmanagers bijvoorbeeld ontwikkelen volgens mij een tunnelvisie naarmate ze langer aan de top zitten. In plaats van een bredere kijk op de wereld, richten ze zich steeds op hun functie. Ze verliezen het contact met de maatschappij waarvan ze goed worden afgeschermd door hun directe medewerkers. Het gaat zelfs zover dat sommige topmannen denken dat regels voor iedereen gelden behalve voor henzelf. Ik geloof heilig in het aandeelhoudersprincipe en ben daarin door pijnlijke ervaringen gesterkt. Jaren geleden verkocht ik mijn bedrijf onder de afspraak dat ik nog zou aanblijven met een management contract. Tot mijn verbijstering zag ik dat de nieuwe directieleden meteen een prive-vliegtuig kochten. Binnen no-time was het bloeiende bedrijf kapot en werden duizenden medewerkers de dupe van directieleden die de kern van de zaak niet begrepen.'

Zijn interviews en reacties zijn doorspekt met kritiek op topmanagers die consumentisme nastreven. ‘Al is er niets mis met welvaart en luxe, ik vind dat we deze houding in de globale samenleving ethisch niet langer kunnen volhouden. Het consumentisme klopt ook niet met onze joods-christelijke wortels in het rijke Westen. De tien geboden stellen dat het een zonde is het bezit van je naaste te begeren. Consumentisme is een directe consequentie van die begeerte. Vreemd. Bovendien betwijfel ik of al die weelde gelukkig maakt. Want wat is genoeg? Kijk naar onze tieners. Ondanks het zoveelste paar sneakers, de nieuwste i-Pod en het mutlifunctioneelste mobieltje zijn ze depressief. Ik geloof in sociale solidariteit en het ledigen van de nood van anderen.'

Jacob Gelt Dekker zet zijn netwerk en vermogen in met als handelsmerk een grote persoonlijke betrokkenheid. Ontwikkelingshulp in de traditionele zin is voor hem het afkopen van een collectief schuldgevoel op afstand. Gelukkig zien steeds meer mensen in dat de voldoening vele malen hoger is als je persoonlijk betrokken bent. Het credo achter zijn activiteiten is dat het onsluiten van kennis economische groei stimuleert. Zorg voor scholing, maak massamedia bereikbaar voor iedereen. Dat helpt mensen na te denken en het verhoogt hun vermogen om oplossingen te bedenken. ‘Het basisprincipe van ondernemen geldt ook hier. Luister naar je klant, hij bepaalt wat belangrijk is. Ooit dacht ik dat het anders kon. Ik zag bijvoorbeeld in Senegal verlamde polio-slachtoffers door het stof kruipen. Dus heb ik rolstoelen aangeschaft en naar Senegal verscheept. Probleem opgelost. Niet dus. Bij een volgend bezoek vroeg ik of de mensen wat hadden aan de rolstoelen. Ze hadden er fietswielen en gewone stoelen van gemaakt, omdat een bedelaar in een rolstoel geen geld ophaalt. Ooit was ik op een school in Radjastan, India. Er hing alleen een kaart van de omgeving, niet eens van India, laat staan van de wereld. Dus zorgde ik voor prachtige houten panelen met kaarten. Toen ik later op de school kwam was er geen kaart te bekennen. Tijdens de lunch pakte ik iets van de grond en zag ik mijn prachtige kaarten op de onderkant van de tafel. Logisch eigenlijk, want waarom een kaart van de wereld kennen als je niet eens een tafel hebt om van te eten?'

Stap in de belevingswereld van de klant, betalend of als ontwikkelingsproject, om te weten wat er echt toe doet. En doe er wat mee. Jacob Gelt Dekker kan niet nalaten energiebedrijven advies mee te geven. ‘De klant is veeleisender dan ooit. De vraagstukken zijn immens. Lever je niet, dan zoeken klanten gewoon een ander. En let wel, de wensen van klanten gaan verder dan goedkope energie. Wees dus actief voorvechter van de strijd tegen global warming. Geef jong en oud energie-adviezen. Juist energiebedrijven kunnen een enorme bijdrage leveren omdat ze over geld en technologie beschikken. En energie staat ook aan de basis van een duurzame economische ontwikkeling. Het EARTH programma omvat bijvoorbeeld een project in Israel waar we met goedkopen zonnepanelen van 400 dollar een huishouden volledig van elektriciteit en warm water kunnen voorzien. Zo moeilijk is het dus niet.'

Copyright © 2007-08.
All Rights Reserved.
Child Right
Child Right