< Back to in the Magazine


Happinez: Geloof, Hoop en Liefde

6 September 2006 | By Tessa Koop

Jacob Gelt Dekker (58) behoort tot de rijkste mannen van Nederland. Hij maakte fortuyn met onder andere Budget Rent a Car en One hour Super Photoshops. Als weldoener reist hij de hele wereld over, maar op dit moment vooral als voorzitter van Childright International: “De mens is God, dus de wederopstanding ben ik zelf.”

Waar geloof je in? “Wat is de definitie van geloven? Geloven is iets wat je niet zeker weet. Ik ben opgegroeid in de jaren vijftig. Nederland was toen een heel christelijk land. Ik ging altijd naar een christelijke school. Ik kan me nog heel goed herinneren, dat onze klas een spreekbeurt moest houden over het hiernamaals. Ieder kind mocht iets uitkiezen wat daarmee te maken had en dat opzoeken in de bijbel. Zo moest ik opzoeken of er in de hemel kleding was. En ja hoor, er staat op allerlei plekken dat de mensen niet naakt maar gekleed zijn. Dan zei ik: ‘Nou dan moet er ook een kleermaker zijn.' Vervolgens rezen er weer vragen als: ‘Wie mag er linnen en wie mag er wol dragen? Waar zijn de schapen dan?', enzovoort, enzovoort. Zo reeg ik dat aan elkaar. Op een gegeven moment liep ik vast en toen kwam ik tot de conclusie dat wat daar stond pure onzin was. Ik zei: ‘Het kan alleen maar zo zijn dat de hemel niet echt een plaats is, maar een gedachteplaats.' Dat had ik een keer ergens gelezen en dat sprak me meer aan. Ik kreeg natuurlijk een 1 voor mijn spreekbeurt, want het was niet wat ze wilden horen. Nog steeds heb ik geen geloof. Het aardige van het boeddhisme vind ik, dat de mens en God niet uit elkaar zijn getrokken. De mens is God. De wederopstanding ben ik zelf. Gorter zei het zo prachtig: ‘Ik ben God tot in het diepste van mijn gedachten.' De goddelijkheid in jezelf ontdekken, dat is voor mij het ultieme.”

Ben jij daar voor je gevoel in geslaagd? Ja, maar dat heeft wel even geduurd. Als kind was ik al ziekelijk. (Jacob is in zijn leven vaak ernstig ziek geweest. Nu wordt hij behandeld aan darmkanker – TK). Zo was ik op mijn elfde een jaar lang niet op school. Ik was heel alleen. Mijn ouders keken niet naar mij om. Die totale eenzaamheid in mijn jeugd was erg moeilijk. Als onbeschermd kind word je natuurlijk al heel snel slachtoffer van seksuele mishandeling. Dat begon al toen ik zeven jaar was. Je leeft in constante angst. Het enige waar ik mijn plezier uithaalde was mijn schoolwerk en mijn boeken. Daar kon ik mij helemaal in verliezen. Ze zijn ook mijn redding geweest. Zo las ik op mijn dertiende de boeken van de Duitse schrijver Hermann Hesse. Dat heeft me een leidraad gegeven, en Slauerhoff natuurlijk en Marsman. Ik heb nooit steun gehad. Ik moest het allemaal alleen doen. Als ik niets deed, gebeurde er niets. Mezelf slachtoffer voelen had dus ook geen zin. Ik zie de mens als een computer. Vanaf je geboorte zitten er heel veel mogelijkheden in, maar je moet er wel software instoppen en daarmee aan het werk gaan, anders komt er niets uit. Alleen maar poep! Je moet het zelf doen! Je bent een fantastische machine; een pot met goud, maar je kunt alleen maar via jouw regenboog bij jouw pot met goud komen. Het staat nergens anders dan in jou zelf. Dat is wat ik letterlijk heb ontdekt (lachend).”

Je bent ontzettend rijk. Wat betekent geld voor jou? “Geld en persoonlijk bezit zeggen mij niets. Ik heb geen auto, geen boot, geen privé-vliegtuig. Ik zou niet weten wat ik ermee zou moeten doen. Ik heb geen verlangens. Daar heb ik me in de loop der jaren steeds meer van losgemaakt. Dan zie je ook heel makkelijk dat het onzin is. Mijn materiele verzadigingsgraad is snel bereikt. Ik kan maar één broek tegelijk aantrekken en niet meer eten tot ik vol zit. Vrijheid heb ik niet gekocht, maar altijd al gehad. Er is wel wat meer ruimte gekomen. Maar je moet niet vergeten dat ik 100 miljoen euro in charity heb gestopt. Ik heb wat nodig om van te leven. De enige luxe die ik misschien heb, is dat ik veel reis. Nu vooral voor Childright International. Laat dat nou een heel groot bedrag zijn, zeg 100.000 euro per jaar. Ik betaal de kosten van al mijn reizen zelf en vaak neem ik twee of drie mensen mee.”

Geld interesseert je dus weinig, hoe zit dat met de liefde? “Mijn vader heeft heel wat vrouwen gehad in zijn leven en vlak voordat hij stierf zei hij: ‘Genegenheid is niet genoeg. Je moet er verliefd op zijn en als je de liefde niet voelt, begin er dan nooit aan.' Daar heb ik vaak aan teruggedacht. Die man heeft gelijk. Heel veel huwelijken zijn schijn. De genegenheid is er wel, maar dat is niet genoeg. Of ik de ware wel eens heb ontmoet? Nee. Geen man en geen vrouw. Ik heb het wel eens geprobeerd en uiteindelijk dacht ik: ‘Ik houd mezelf voor de gek. Ik doe net alsof, zoals iedereen.' Ik mis de liefde ook niet, want ik heb het nooit gekend. Ik denk dat je liefhebben leert in een gezin, van je moeder, van je vader. Als je dat niet hebt gehad, dan weet je nooit wat je moet doen. Ook wat dat betreft ben ik dus onthecht. Ik heb er nooit een seconde van wakker gelegen. Je hebt ook veel mensen die met elkaar naar bed gaan voor de seks. Ook dat interesseert me geen bal, die seksdrive heb ik nooit gehad. Als ik al die jongens en meisjes zie in de stad, dan denk ik: ‘Nacht aan nacht in al die disco's… Wat een ellende! Het scheelt mij een hoop onrust en tijd, wat ik anders kan besteden.”

Waar hoop je nog op in dit leven? “Ik ben iedere dag, de hele dag bezig, zonder enige verwachting. Ik was eens ergens in Azië, toen zei een man tegen me: ‘Jullie hebben zo een rare uitdrukking in het Westen. Dat jullie met verwachting de toekomst tegemoet zien.' Hij zei: ‘Hoe kan dat nou? Je kunt toch nooit naar de toekomst kijken? Je kunt alleen naar het verleden kijken. Het verleden ligt achter je.' Hij vond het heel raar, ik kon het hem ook niet uitleggen. Dus die toekomstgedachte…. Het enige wat je zeker weet, is dat je doodgaat. Ik heb me ontworsteld aan die hele neerslachtigheid over het denken over de dood. Niemand zeurt toch ook over de tijd voordat je geboren wordt? Dus wat wil je nog in het leven? Ik hoop van harte dat de gedachtegang waar ik mee geleefd heb, bij mij blijft tot ik doodga. Dat ik niet teveel slachtoffer word van morfinepillen en andere toestanden. Ik zie wel eens een mens die dement wordt. Je leeft in afgrijselijke angsten. Ik hoop dat me dat bespaard blijft.”
 

Copyright © 2007-08.
All Rights Reserved.
Child Right