De Telegraaf - Jacobs nieuwe paradijsje

24 July 2006 | Stan Huygens Journaal



Het is niet mis wat multimiljonair en weldoener Jacob Gelt Dekker voor elkaar heeft gebokst sinds hij in 1998 zijn entree maakte op Curaçao. Zijn belangrijkste bijdrage was om een bouwvallige historische wijk te renoveren tot het chique stadshotel Kura Hulanda. Hij heeft er inmiddels een tweede hotel bij: Kura Hulanda Lodge (77 suites en kamers) op het westelijkste puntje van het Nederlandse koninkrijk.

Wat een genoegen om een paar dagen te verblijven in die nieuwe Lodge, in een suite waar Grand Hotel Huis ter Duin zich niet voor zou schamen. Maar daar heb je niet als extraatje je eigen openluchtdouche! Even een trap omlaag en je staat in het warme zand van Playa Kalki, met een mooi koraalrif voor de deur. Een paradijs voor duikers en rustzoekers, want je moet veertig kilometer rijden voor een behoorlijke bar of disco.

"Nederlandse stagiaires zijn hier altijd binnen een paar dagen vertrokken”, klaagt hotelmanager Enrico Lindenhahn, die ook lokaal moeilijk personeel kan vinden. Ach, daar zal Gelt Dekker vast een oplossing voor vinden. Zoals hij ook de tegenwerking van corrupte bestuurders en de oude blanke ondernemerselite heeft overwonnen. "Mijn enige verweer was alles meteen in de publiciteit gooien, anders had ik het nooit gered”, blikt Gelt Dekker terug. Velen zagen hem ook aan voor de zoveelste louche buitenlandse investeerder met een mooie babbel. Nu is gebleken dat Gelt Dekker een 'blijvertje' is, die vooral goed wil doen, kan hij niet meer stuk onder de bevolking. Dankbaar is men op Curaçao ook voor het Slavernijmuseum dat hij heeft opgericht en de nierdialysekliniek die hij onlangs opende.

"Hij is door God gestuurd”, vindt zelfs Eric Wederfoort, de nestor van de Curaçaose duiksport en een oude duikmaat van prof. mr. Pieter van Vollenhoven.

"Maar hij is recht voor zijn raap. Daar moest iedereen heel erg aan wennen.” Zo wil Gelt Dekker best even onverbloemd zijn mening geven over de Curaçaose politiek: "Ze moeten eens ophouden met de grootheidswaanzin dat Curaçao een apart land binnen het koninkrijk is. Daar hebben ze ook niet genoeg capabele bestuurders voor.” Hij zit nog vol plannen met het honderden hectare grote terrein rond de Lodge: een orchideeëntuin, een manege en Curaçao's eerste naaktstrand. Er wordt ook de laatste hand gelegd aan een experimentele kas ter grootte van een voetbalveld. "Daar gaan we aardbeien, frambozen en andere vruchten en groenten kweken”, vertelt hij enthousiast. "Het kan een groot succes worden in Afrika en het Midden-Oosten.”

Voor zichzelf laat hij bij de Lodge een boomhut bouwen. Maar vaak zal de globetrotter er niet uitpuffen, want als hij niet op reis is voor de stichting Child Right, dan pendelt hij wel tussen zijn vier huizen. Als New York te koud wordt, dan ga ik naar Key West, en als Curaçao te warm wordt, dan ga ik naar Amsterdam.”




 

Copyright © 2007-08.
All Rights Reserved.
Child Right
Child Right