Volkskrant - Nog steeds op zoek naar het gevecht

23 November 2006 | Volkskrant


Jacob Gelt Dekker (58) werd schatrijk met Budget Rent a Car, Kwik-Fit en One Hour Photo Service. Na de verkop van die bedrijven trok de extravagante entrepreneur zich terug op Curaçao, waar hij door zijn investeringen een invloedrijk man werd. Maar zijn uitgesproken mening maakte hem ook bijna persona non grata.

Natuurlijk gaat hij zijn excuses niet aanbieden voor zijn column – ben je gek zeg. ‘Ik heb mijzelf niets te verwijten. Er was al zo veel geluld, zácht geluld. En je weet: zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Op een gegeven moment moet je gewoon heel droog opschrijven hoe het werkelijk zit.'

Dus u staat nog steeds achter uw opstel?
‘Volledig. En ik ben zeer vereerd dat zo veel mensen het hebben gelezen. De opzet van mijn column was: discussie losmaken. Dat is goed gelukt.'

Politici op Curaçao willen u het liefst persona non grata verklaren.
‘Dat zie ik als een eer. Net zoals Jan Pronk persona non grata is geworden in Soedan, omdat hij de moed had om te zeggen: je moet je houden aan het Darfur-akkoord. Er zijn maar weinig mensen die zoiets overkomt – fantastisch toch? Solzjenitsin werd ook persona non grata in Rusland.'

Jacob Gelt Dekker als de moderne Solzjenitsin?
‘Precies.'

Dat weerspreekt u niet?
‘Dat weerspreek ik niet. Dat is ijdelheid. IJdelheid, ijdelheid, alles is ijdelheid!'
 

De Landrover jakkert over de hobbelige eenbaansweg die van Willemstad naar Westpunt op Curaçao voert. Jacob Gelt Dekker, de gesel van de Curaçaose politieke elite, zit met opgetrokken knieën op de achterbank. Jongensachtig, studentikoos bijna. In de verste verte niet de vermogende investeerder die hij is. Spijkerbroek, teenslippers, flodderige katoenen blouse en woeste blonde lokken die naar alle kanten springen omdat de warme wind door de open ramen naar binnen giert.

Voor het eerst sinds zijn omstreden column over Curaçao in augustus verscheen, is de Alkmaarder terug op het eiland. ‘De criminele leiders van de Curaçaose samenleving hebben aan de bevolking laten zien hoe het moet; de bevolking volgt gedwee in hun misdadige voetsporen', schreef hij deze zomer op de website Luchtvaartnieuws.nl. En: ‘Corruptie is diepgeworteld als deel van de cultuur. De bevolking is slecht opgeleid en wenst daar zelf niets aan te doen door bijscholing. Arbeidsethiek gaat bij velen niet verder dan luiheid, domheid en diefstal van alles wat los en vast zit.'

Voor Curaçaose politici is de maat vol. ‘Een trap tegen de waardigheid van de Curaçaose bevolking', oordeelden de politieke partijen in het eilandbestuur over de column. Die extravagante entrepreneur uit Nederland mag dan grote investeringen op Curaçao hebben gedaan, dat geeft hem geen vrijbrief vrijuit om zich heen te meppen.

Zij lieten een ontmoeting met de Nederlandse minister Nicolaï, die stond gepland in het vijfsterrenresort van Gelt Dekker in Willemstad, naar een ander hotel verplaatsen. De poging hem tot ongewenst vreemdeling te verklaren bleek juridisch onhaalbaar, maar de boycot tegen zijn beide hotels is nog altijd van kracht.

Hij kan er niet wakker van liggen, zegt Gelt Dekker op weg naar Resort & Beach Club Kurá Hulanda, op het westelijkste puntje van Curaçao. ‘Ik had wel op zo'n reactie gerekend. Je moet niet vergeten: 20 tot 30 procent van het bruto nationaal product op Curaçao, komt uit de misdaad. Dus een heel groot deel van de samenleving leeft ervan. Als je dan zegt: jongens, we moeten van die misdaad af, dan kom je natuurlijk aan het inkomen van die mensen. Dus die beginnen te gillen.'

Gilt u niet zelf ook een beetje? U noemde het plan om u tot persona non grata te verklaren fascistisch en racistisch...
‘Is het ook.'

...en u vergeleek het met nazipraktijken uit de Tweede Wereldoorlog.
‘De rechten van de mens zijn helder en duidelijk: men heeft recht op vrije meningsuiting en je kunt mensen niet weren uit de gemeenschap omdat ze een mening hebben.'

De nazi's deden toch iets meer dan dat.
‘De nazi's stopten je in het kamp, als je het niet met ze eens was.'

Is dat hier aan de hand?
‘Nou, dat wilden ze natuurlijk wel. Ze wilden me verbannen. Dat heb ik meer dan eens gehoord. En dat is puur fascisme.'

Wie je het op Curaçao ook vraagt, iedereen heeft een mening over Jacob Gelt Dekker.
De morsige man in zijn versleten rolstoel aan de haven van Willemstad: ‘Gelt Dekker is een goeie man, maar hij praat graag slecht over Curaçaoënaars.'

De taxichauffeur bij het vliegveld: ‘Jacob is een moeilijke man. Hij heeft goede dingen gedaan voor Curaçao, maar het is jammer dat hij zo'n grote mond heeft.'

De kassadame in de Havana-bar, die perfect zicht biedt op de gele, roze en blauwe oud-Hollandse gevels aan de overkant van de St.-Annabaai: ‘Hij is zakelijk en dat is prima. Je kunt hier nooit eens gewoon zeggen waar het op staat.'

Gelt Dekker zegt juist met groot plezier waar het volgens hem op staat – bij zijn goede kennis Jacques in diens programma op de radio, of 's avonds op televisie tijdens de inbeluitzending van Dialogo. Hij heeft ook de middelen om vrijuit te kunnen spreken; in de laatste Quote 500 van rijkste Nederlanders staat Gelt Dekker op plaats 90 met 250 miljoen euro.

Begonnen als tandarts, vergaarde hij zijn vermogen hoofdzakelijk via drie bedrijven: One Hour Photo Service, Budget Rent a Car en Kwik-Fit. Samen met zijn zakenpartner John Padget bouwde hij de bedrijven uit van simpele winkeltjes tot lucratieve ketens die met veel winst van de hand gingen. ‘Budget is in 1996 verkocht voor 600 miljoen gulden', zegt Gelt Dekker om even een idee te geven, ‘terwijl ik die aandelen in 1981 had gekocht voor 200 duizend gulden. Dat was dus gewoon winst, en daar kwamen al die andere dingen nog bij.'

Op Curaçao had hij met andere woorden de ‘financiële muscle power' om zijn wensen te verwezenlijken. Die wensen baarden opzien. Hij ging wonen in de Willemstadse wijk Otrobanda, precies in het deel waar je liever weg bleef als je geen drugsdealer of

-gebruiker was. Rondom zijn huis stonden tientallen verpauperde, koloniale pandjes die waren voorgedragen voor de werelderfgoedlijst van Unesco. Hij kocht de meeste gebouwen op, en de bewoners uit, en begon te renoveren – de rondhangende verslaafden betaalde hij om mee te helpen.

Een van de panden richtte hij in als slavernijmuseum, een ander doet sinds kort dienst als dialysecentrum. De overige huizen en straatjes smeedde hij samen tot het luxe hotelcomplex Kurá Hulanda – Papiaments voor Hollands Hofje – met drie restaurants, twee zwembaden, een conferentiezaal en een fitnesscentrum.

Gelt Dekker stak er naar eigen zeggen 60 miljoen euro in, inclusief de kosten voor de dependance aan het strand in Westpunt. En zo'n investering, verkondigt hij graag, heeft weinig meer te maken met klassieke ondernemingslust. Kurá Hulanda is volgens hem veel meer dan een zakelijk privéproject; Kurá Hulanda is een modern soort ontwikkelingsproject dat heel Otrobanda er weer bovenop heeft geholpen – ofschoon critici zeggen dat het hotelcomplex voor de gemiddelde Curaçaoënaar nog steeds een no-go-area is, maar nu vanwege de vijfsterrenprijzen die voor een drankje worden gevraagd.

‘Ik heb geprobeerd een ommekeer in de samenleving te bewerkstelligen', zegt Gelt Dekker. ‘Er was een enorme neerwaartse spiraal. Het barstte van de drugsverslaafden. De economie kromp ieder jaar weer 5, 6, 7 procent. Dat is nu anders. De economie groeit weer, en ik denk dat ik daarin een rol heb gespeeld.'

Had u dat idee al van tevoren?
‘Ja. Ik zag heel duidelijk dat ik niet alleen bezig was met de restauratie van huizen, maar ook met de restauratie van mensen.'

Overdrijft u niet een beetje?
‘De mensen leefden hier letterlijk in een króttenwijk, en waren verslááfd. Ze waren smerig en vies. Ze hadden geen water, niks. En toen heb ik het vuilnis opgeruimd, letterlijk, tientallen vrachtwagens met vuilnis opgeruimd en schoongemaakt en hersteld. Op een gegeven moment zegt Leo, de uitvoerend architect, tegen mij: ‘Goh, de kindertjes zijn in bad geweest.' Plotseling waren de kleren schoon. Plotseling hadden ze weer zelfrespect. Dat is een enorme omwenteling.'

Onalledaags is nog de neutraalste term die je voor hem kunt bedenken. Gelt Dekker heeft een hekel aan valse bescheidenheid en lak aan sociale regels en verwachtingspatronen. Hij heeft huizen in Amsterdam, Florida en bij het hotel op Curaçao, waar zijn gebeeldhouwde hoofd pontificaal op het centrale pleintje staat. Het koffiehuis aan hetzelfde plein heet doodleuk Jacob's Bar en het aanpalende ‘onderzoeksinstituut' voor culturele studies heet het Jacob Gelt Dekker Institute – vernoemd naar de man die een aantal jaren geleden besloot voortaan ook zijn tweede doopnaam ‘Gelt' te gaan gebruiken.

Ja, hij is een ijdeltuit, zegt hij, ‘zoals iedereen'. Maar hij is vooral ongrijpbaar. Dekker is de man met twee gezichten. Enerzijds reist hij in maatkostuum de wereld af als ere-voorzitter van ChildRight, een organisatie die met steun van Nobelprijswinnaars als Nelson Mandela en Michail Gorbatsjov strijdt tegen misbruik en uitbuiting van kinderen. Anderzijds heet hij koningin Beatrix in sjofele korte broek en op blote voeten welkom als zij onaangekondigd zijn slavernijmuseum komt bekijken.

Enerzijds toont hij zich een bevlogen activist tegen moderne vormen van slavernij. Anderzijds is hij meermaals gesignaleerd op de kade in Willemstad, paraderend in het beladen uniform van een 18de-eeuwse Hollandse kolonist. Enerzijds is hij de hartelijke gastheer die aan iedereen aandacht schenkt. Anderzijds is hij de spelbreker die tijdens een geanimeerde avond zomaar opstaat en verdwijnt, alsof hij ineens schoon genoeg heeft van alles en iedereen.

En dan is er nog het mysterie rond zijn gezondheid. Enerzijds is hij de opgewonden jeugdigheid zelve. Anderzijds wordt hij naar eigen zeggen sinds de jaren zeventig geteisterd door alle mogelijke vormen van kanker – van been tot dikke darm, dunne darm, schildklier en alvleesklier.

In de terreinwagen richting Westpunt, waar hij voor zichzelf een boomhut van 230 vierkante meter heeft laten bouwen, trekt Gelt Dekker plotseling zijn witte blouse omhoog en duwt hij met zijn andere hand zijn spijkerbroek tot aan zijn schaamhaar omlaag. Vanaf zijn middenrif loopt een fors, roze litteken richting kruis. ‘Deze is van drie weken geleden', zegt hij. ‘Vlak voordat ik voor ChildRight naar Kenia ging. Ik heb net de hechtingen eruit laten halen.' Achterin buigt zijn pr-medewerker zich naar voren: ‘Wil je soms even voelen?'

Een normaal mens was met al die ziektes al lang dood geweest.
‘Ach, dat weet ik niet. Ziekte zit voor een groot deel tussen je oren, hoor. We hebben allemaal een natuurlijk afweersysteem, ook tegen kanker. Als je dat activeert en je er niet al te druk over maakt, gaat het best goed.'

Meent u dat?
‘Tuurlijk. Men overdrijft vaak. Bij ziekte ligt een bepaald scenario klaar waaraan je je moet houden. Er is een rol in een soap voor je geschreven, en die moet je spelen. En dat dóén een hoop mensen! Daarom gaan al die mensen dood als ze ziek worden. Ze weten precies hoe ze zich moeten gedragen, hoe zielig het is, met mensen om je bedje en al die flauwekul. Het is gedrag.'

Dus kankerpatiënten spelen een rol?
‘Ja natuurlijk.'

U zegt nog ja ook.
‘Denk er eens over na. Vergeet niet: een man aan een kruis, dat is het summum geworden van onze cultuur. Lijden is verheven tot een goddelijke inspiratie. Dus als je daar dan zit op zo'n bed, als een pasja op zijn troon, met familieleden die geschenken brengen, dan is dat het hoogste wat een voor een hoop mensen kan bestaan.'

En u vindt: weg ermee.
‘Ik zeg: wat een onzin.'

Dus u staat het uzelf niet toe te lijden?
‘Nee, natuurlijk niet.'

Hoe doe je dat?
‘Gewoon emoties erbuiten laten. Gewoon: knopje om, patsboem, afgelopen.'


Het gaat hem makkelijk af, zo'n emotieloos leven, zegt Gelt Dekker in zijn 19de-eeuwse huis in Willemstad. Hij schenkt vruchtensap in een koffiemok en zet de ramen wijd open, in de hoop een uitweg te bieden aan een verdwaalde vleermuis die door de woonkamer fladdert.

Liefde, zegt hij, is hem onbekend. ‘Dat was er bij ons thuis gewoon niet.' Zijn vader werd door de familie van zijn moeder gezien als een grote oplichter; hij zat in de oorlog als vrijgezelle jongeman bij hen ondergedoken en had zijn kostgeld uit geldgebrek betaald met valse hypotheken. Jacob, die dezelfde naam droeg als zijn vader, was in de ogen van zijn moeder slechts de zoon van een fraudeur.

‘Mijn moeder had nog een zoon, volgens mij van een andere man, maar dat heb ik nooit geweten. Als wij mee uit wandelen gingen en we kwamen een buurvrouw tegen, dan sprak mijn moeder altijd over die andere jongen als haar voorlijke zoon die er zo prachtig uitziet, en dan wees ze naar mij en zei: ‘Hij is een bleekneus, hij gaat toch dood.' Vlak na de oorlog gingen veel kinderen dood aan tuberculose of polio. Dat heb ik van jongs af aan gehoord: hij gaat toch dood.'

Wanneer kwam u erachter: dit klopt niet?
‘Ik heb lang gedacht dat het nou eenmaal zo was. Op de lagere school gaf de schoolarts me een keer een kaartje mee met een stempel: hoog tuberculoserisico, of iets dergelijks. Het was in elk geval een rode stempel, en die betekende dat er iets niet goed zat. Dat ik ingeënt moest worden. Ik was er bijna trots op. Mamma had toch gezegd dat ik doodging? Nou, nu heb ik het papiertje! Je kijkt vanuit het perspectief van het kind naar de realiteit en daar leg je je bij neer, want je weet als kind niet beter.'

Dat neigt naar misbruik.
‘Ja maar de haat van dat mens zat zo diep. Achteraf zeg je: het is ziekelijk. En ze was natuurlijk manisch depressief en al die toestanden. Haar hele familie heeft zich gesuïcideerd. Ze had vijf broers: allemaal suïcide. Ik herinner me nog wel dat ik als teenager weer eens hoorde dat ze een poging had gedaan. En dan zei ik: god, jammer dat het niet gelukt is. Het was natuurlijk een vreselijk wijf. Dat mens was gek.'

Heeft u dat tegen haar gezegd?
‘Oh jawel. Ze is vrij vroeg overleden, ergens in de jaren zeventig. Maar ik kan me herinneren dat ze zei: wat ik jou heb aangedaan, is nooit meer goed te maken. Daaruit blijkt dat ze het zich wel realiseerde.'

Hoe voelde dat?
‘Goed, want je denkt als kind altijd: het ligt aan mij. En dat gevoel blijft bij je. Op latere leeftijd ga je het rationaliseren. Denk je: dat zal ik wel vanuit mijn kinderlijke perspectief verkeerd hebben gezien. Dat gold ook voor veel andere dingen. Want er was natuurlijk ook seksueel misbruik en al die toestanden. Door een onderwijzer uit de vierde klas lagere school. Ik heb vaak gedacht: is het nou echt gebeurd of is het in de loop van de jaren in mijn kop gegroeid? Dat heb ik een keer verteld in een televisieuitzending van Rik Felderhof. En na de uitzending kreeg ik brieven van mensen die destijds bij mij in de klas hadden gezeten, en die wisten het. Dat is na veertig of vijftig jaar een openbaring: het was niet een fantasie in mijn kop, het is gebeurd.'

Als je dit zo allemaal achter elkaar hoort, denk je inderdaad: dit kan niet waar zijn.
‘Ja, dat dacht ik dus zelf ook. Maar goed, zo groeide ik dus op, in die sfeer van angst. Je hebt heel weinig emotionele band. En dat was het grote voordeel van mijn jeugd. Ik was niet ingekapseld. Daarom kon ik als ondernemer heel makkelijk alles doen. Kijk naar wat ik heb gedaan in het bedrijfsleven. En ik zoek nog steeds het gevecht op. Ik zoek nog steeds de confrontatie op.'

U ziet die jeugd nu als voordeel?
‘Ja natuurlijk. Ik heb nooit een geestelijke verplichting gevoeld om aan allerlei sociale conventies en verplichtingen te voldoen. Ik heb ook nooit iemand uitgenodigd voor een eindexamen of een feestje of een beëdiging. Nooit.'

Dat is toch geen voordeel? Dat is eerder dramatisch.
‘Maar het is wel vrijheid. Als student ben ik heel snel gaan reizen. Ik was aan niemand verantwoording schuldig. Er was toch nooit iemand die ernaar vroeg. Gelukkig is het niet fout gegaan. Ik had er net zo goed uit kunnen komen als een psychopatische misdadiger. Want ik had nergens emoties bij.'

Speelt dat u nu nog weleens parten?
‘Ik denk vaak: waar maken die mensen zich toch allemaal druk over? Want ik kan me zelf bijna nooit ergens druk over maken.'

U mist de connectie met de samenleving.
‘Ja. Ik zal nooit vergeten: de eerste keer dat ik kanker kreeg, in 1976 of zo, kwamen er mensen langs om te kijken hoe het ermee ging, in de Boerhaave-kliniek. Buren, kennissen en mensen van de universiteit. Ik vond dat altijd maar ergerlijk, lastig en vervelend. Dus ik heb toen mijn spullen gepakt en ben naar de Scripps Clinic in Californië gegaan. Daar kwam niemand. Veel makkelijker.'

Ze irriteerden u.
‘Ik wist niet hoe ik ermee om moest gaan. Lastig.'

En dat heeft u nog steeds?
‘Nog steeds. Denk ik: waar bemoeien ze zich mee? Ha ha. Gezeur. Er is een cultus ontstaan van sociale controle. En als je daarbuiten opgroeit, is het heel lastig en vervelend.'

U begrijpt gewoon niet wat er om u heen gebeurt.
‘Je leert dat rationeel te begrijpen. Maar je voelt er niets bij. Kijk, jij kwam in het hotel aan en je belde meteen jouw Marietje op en zei: schat, ik ben veilig aangekomen, dáhag, hoe is het met kind Mientje? Dat zei je, niet waar? Dat is voor mij zó'n wereldvreemde ervaring. Zo bizar.'

U heeft nog nooit een relatie gehad?
‘Nee. Het heeft mij nooit aangetrokken. Ik heb het altijd als een sociale verplichtingslast ervaren. Moest ik met een meisje naar een schoolfeestje, dan verstopte ik mij. Dat vond ik vreselijk.'

Terwijl de liefde zo lekker is.
‘Ik ben nooit verliefd geweest. Ever. Ik heb het altijd als een bedreiging gezien. Constant iemand in je omgeving te hebben, vrijages en toestanden, brrr. Dat klinkt misschien een beetje gek, maar zo is het. Kijk, een kind leert vrijen bij zijn moeder. Als het 3, 4, 5 jaar oud is, dan moet het geknuffeld worden, weet ik veel, kusjes geven, allemaal heel fysieke dingen. Maar als je dat niet meemaakt, dan leer je dat dus nooit.'

Wel geprobeerd?
‘Ja natuurlijk. Nooit actief; ik ben nooit veroveraar geweest. Maar er kwamen altijd vrouwen, mannen ook trouwens, die dachten: hij is een aardige partij. En dan worden ze verliefd op je. Dat is altijd een groot drama geworden. Je bent te beleefd om mensen weg te sturen, je denkt: nou ja, laat ze maar komen eten, maar ik wil verder niks van ze. Maar die mensen willen toch alles van jou.'

Dus als iemand tegen u zegt: ik hou van je, of: ik ben verliefd…
‘Oh god, help!'

Dan weet u niet hoe u moet reageren?
‘Dan probeer je zo iemand de deur uit te werken. Maar ja, je weet hoe het is met verliefde mensen: die laten zich niet de deur uit werken. Dat is verschrikkelijk. Krijg je stalking, achtervolgingen.'

U heeft wel ervaring met seks?
‘Oh jawel. Niet zo bar veel. Seks was vrij snel afgelopen. Ik raakte een zaadbal kwijt toen ik 29 was. Vanwege een tumor. Het is dan net als in een disco wanneer tegen sluitingstijd het licht aangaat. De betovering, de seksuele intoxicatie is weg. En ik vond het altijd al gezeur, dus dat hele gedoe was weg.'

Nooit de aanvechting gevoeld om de liefde alsnog te ontdekken?
Welnee. Ik ga weleens een borreltje drinken. Maar ik lig altijd om 8 uur in bed. Met een boek. Ik ben niet zo'n uitgaansmens.'

Het klinkt allemaal zo ongelooflijk. Alsof u om welke reden dan ook de zaken net iets heftiger, dramatischer, mooier of slechter voorstelt dan ze zijn.
‘Dan leg je een maatstaf aan. Dan heb je de arrogantie om te denken dat jij die maatstaf kunt vaststellen. Maar het hangt allemaal af van het perspectief van waaruit je naar de dingen kijkt. De realiteit is niet absoluut. Voor de een klink ik misschien overdreven, voor de ander juist te bescheiden.'

Heeft u weleens gedacht: ik lijk op mijn moeder?
‘Daar ken ik haar te weinig voor. Het enige dat ik duidelijk heb geërfd van mijn moeder, voor zover je dat kunt erven, is haar depressie. Tien, vijftien jaar geleden zag ik de symptomen. Ik merkte dat ik erin verloren ging. Soms verbleef ik in een hotel, werd ik als het ware uit die depressie wakker en vroeg ik aan de portier: hoe lang ben ik hier? Oh meneer, u bent hier al twee weken. Was ik helemaal weg geweest. Kamer niet uit geweest. Helemaal weg.

‘Er zijn heel veel goede antidepressiva op de markt. Dus ik heb medicatie genomen – en daar houd ik nooit meer mee op. Dat risico ga ik niet lopen. Ik weet wat de gevolgen zijn. Ik weet hoe dat gaat. Het leidt altijd tot suïcide. Die depressies zijn echt vreselijk. Je voelt je zo rot. Zonder dat je weet waar het aan ligt.'

En helpt het?
‘Het is fantastisch. Ik ben nooit meer depressief geweest.'


Copyright © 2007-08.
All Rights Reserved.
Child Right
Child Right