DE
WAARHEID DOET PIJN. De steenrijke Jacob Gelt Dekker
streek tien jaar geleden neer op
Curaçao en investeerde er tientallen miljoenen. Maar nu
wil het eiland van hem af. Hij is persona non grata. De
zieke zakenman beledigt politici en bevriende
staatshoofden, klinkt het. De eilanden zitten in de
wurggreep van corruptie en narcotica, stelt hij. Of
zoals hij graag citeert: „Iedereen heeft zijn neus in
het witte poeder.” Onlangs brak de hel los na een speech
van de excentrieke zakenman. Hij werd fysiek aangevallen.
Jacob Go Home! Hij vertrok inderdaad, naar Key West,
Florida, waar De Telegraaf hem opzocht. „Ik ben niet
gevlucht, ik kom terug.”
JACOB GELT DEKKER blijft ondanks ’vlucht’ naar VS bij
zijn keiharde waarheid over Antillen
’Curaçao drijft op drugs’
Kleurrijke investeerder niet langer welkom op ’zijn’
eiland
„Ik laat
me niet het spreken ontnemen”
door JOHN VAN DEN HEUVEL en BERT HUISJES

KEY
WEST (Florida), zaterdag -
„Het
gekke is”, zegt Jacob Gelt Dekker, „er was juist
klaterend applaus!” In duidelijke woorden sprak hij voor
een menigte zakenlieden over de risico’s van investeren
in het Caribische gebied. Over de macht van
narcoticabazen, en gevoelige bestuurders. „Een mooi
feest volgde. Niemand was boos of vertrok. De avond was
geslaagd.” Maar de brandende lont was knetterend op weg
naar het kruitvat.
De
volgende ochtend kletsten de verfbommen tegen de muren
van Kura Hulanda, het prestigieuze hotel van de zakenman
Jacob Gelt Dekker (59). Het was oorlog. Gezaghebber Lisa
Richards kondigde op tv drastische maatregelen aan tegen
de multimiljonair.
Dekker
was ditmaal té ver gegaan, met zijn waarschuwingen voor
corrupte politici. En hoe durfde hij buurland Venezuela
te betitelen als grote ’narcostaat’, de opvolger van
Colombia? Gelt Dekker had zelfs de eilandbestuurders in
de hoek van ’narcopolitici’ geplaatst.
„Er ontstond ophef”, zegt hij. „Ze wilden me het land
uitgooien.” De consul van Venezuela eiste excuses. „Ach,
dat is zo’n domme man. Die spreekt niet eens Engels.” Op
zaterdagochtend volgde een fysieke aanval. „Een
onbekende vrouw drong mijn kantoor binnen en viel mijn
assistente aan. Ze werd door de beveiliging overmeesterd.”
„De gewone mensen daar zijn zelf ook moe van corruptie,
smeergeld geweld”
Kogels Het
werd heftig. Terwijl Gelt Dekker wel wat gewend is. De
kogels vlogen hem al eerder om de oren. „Jochies van
vijftien jaar schoten voor mijn hotel met een pistool
straatlantaarns stuk. Ik heb er een gegrepen, die als
een gangster zijn wapen vasthield. Terwijl ik hem
aframmelde, schoot hij wél zijn hele magazijn leeg… Dat
besef je pas achteraf.”
Verfbommen, bedreigingen… Die zaterdag werd het Jacob
Gelt Dekker iets te heet onder de voeten. Hij vloog naar
zijn huis in Florida. Als een gebruinde surfer ontvangt
hij ons. Met door de zon gebleekte lange haren, bruine
borstkas, wijd overhemd, korte broek en teenslippers. In
het geliefde oude hart van Key West heeft hij vier
historische woningen samengesmeed. „Gelt Dekker is het
eiland ontvlucht, zeiden ze. Ik dacht van niet”, wil hij
even rechtzetten. „Ik ben niet gevlucht. Ik kom terug.”
Hij zegt nog eens: „Ik was al van plan te vertrekken.
Wonen doe ik daar niet. Ik ben maar tweemaal per jaar op
Curaçao, de meeste tijd ben ik in mijn huizen in
Florida, New York of Amsterdam. Dus ik ben geen balling.
Ik ben nu hier en over een week vertrek ik weer naar New
York.”
Jacob
Gelt Dekker behoort tot de allerrijkste Nederlanders. En
hij heeft een zwak voor de Antillen, sinds hij tien jaar
geleden neerstreek op Curaçao. De gesjeesde tandarts,
die fortuin maakte met de opbouw én verkoop van ketens
als One Hour Photo, Budget-Rent-a-Car en Kwik Fit, stak
er vele tientallen miljoenen in de bouw van een hotel.
Hij is een man van grote dromen.
Dekker transformeerde een complete krottenwijk, nu een
Unesco-monument, tot een exclusief complex. Kura Hulanda
werd een van de ’world leading hotels’, dat
internationaal verkeert in de hoogste regionen van
bijzondere slaapplaatsen. Het werd een monument voor
zichzelf. Inclusief buste op de kade, een Jacob Gelt
Dekker Institute, maar ook een slavernijmuseum.
Het
wegvegen van dealers en drugsverslaafden uit Otrabanda
en het bieden van werk, maakte de zakenman gerespecteerd.
Maar politici hebben het nu op hem gemunt. Hij werd door
oudminister Jackie Voges, voorzitter van Monumentenzorg,
enkele jaren geleden zelfs al eens „een gore flikker”
genoemd, met wie zij „niets te maken wilden hebben”.
Jacob Gelt Dekker joeg de politici een voor een tegen
zich in het harnas. „Gewoon omdat ik de waarheid zeg”,
zegt hij. „Die is voor hen te pijnlijk om te horen.”
Onder
de palmbomen in zijn tuin tovert hij rapporten op tafel,
foto’s, artikelen en een cdrom met zijn toespraak. „Ik
zeg duidelijk wat er speelt.” Blikje cola erbij: „Het
zijn natuurlijk hele simpele mensen. Op Curaçao word je
al minister als je hebt lesgegeven aan de eerste klas
lagere school. Er is een enorm gebrek aan
bestuurskwaliteit. Terwijl het eiland in de frontlinie
van de drugssmokkel ligt.”
In een
reactie op de ophef over zijn jongste ruzie met de
regering in mei, schreef hij een column, op het weblog
GeenStijl. Het was nog meer olie op het vuur. Als hij
als persona non grata zou worden benoemd, had híj ook
nog wel wat te zeggen. De gezaghebber Lisa Richards, die
meende dat Dekker de perken van het recht van vrije
meningsuiting had overtreden, betitelde hij neerbuigend
als ’Lieve Liesje’. ’Lieve Liesje, geloof me, ik ben
nooit van plan me te laten leiden, zeker niet door jou
en jouw gespuis’, schreef Dekker. En: ’Leg eens uit
kindje, waarom verdedig je corruptie en de misdaad zo
heftig. Heb je er misschien direct belang bij?’
„Kijk”,
zegt Dekker, even later in zijn oase in Key West, „er
zitten twee veróórdeelde criminelen in de regering.
Anthony Godett bijvoorbeeld, die ook nog zijn zus
binnenhaalde.” Het kan volgens Dekker niet los worden
gezien van de greep die de drugskartels op Curaçao
hebben. „Een fors deel van de economie van de Antillen
is niet te verklaren”, zegt hij. „Een flink deel van al
het geld komt uit het niets.”
„Het
is allemaal drugsgeld. Iedereen heeft er hier mee te
maken. De bouwmarkten en ondernemers varen er wel bij,
zij spruiten op Curaçao uit de grond. Jongeren willen
niet eens werken, ze gaan liever voor easy money.”
Dekker
schreef vorig jaar een column over
vliegtuigmaatschappijen op de Antillen, die volgens hem
alle vlogen op drugsgeld. In het geval van Air Holland
werd dat in een schokkende rechtszaak ook nog eens
bevestigd. De opvolger van dat bedrijf, Air Excel, van
de twee omstreden zakenlieden Erik de Vlieger en Niek
Sandmann, viel al snel uiteen door het enorme
drugsschandaal.
„Bestuurders voelen de belangen van narcostaat
Venezuela”
Raar
Maar zelfs een van de laatste lijnen, met Bonaire,
vliegt sinds kort ook op Valencia in Spanje.
„Dat is toch raar”, zegt Gelt Dekker, „zou dat te maken
hebben met de controles op Schiphol?” Nederland mag dan
de stroom van bolletjesslikkers naar Schiphol trefzeker
hebben drooggelegd, de cocaïne blijft stromen, zegt hij.
„Voorheen vloog er dagelijks met moeite een vliegtuig op
Venezuela, meestal gevuld met een handvol aan passagiers.
Het was een kwijnende lijn. Nu gaan er dagelijks drie
vluchten, die tot de nok toe vol zitten. De koeriers
nemen andere routes.”
Het buurland, dat op mooie dagen met het blote oog is
te zien, heeft zich in hoog tempo ontwikkeld tot een
narcoticastaat. „Dat zeg ik niet alleen, dat schrijft de
VN in zijn rapporten. Door de oorlog tegen drugs in
Colombia is de narcotica verschoven naar Bolivia en
Venezuela. De leider van Venezuela, Hugo Chavez, weet
dat. Bolivia heeft het verbouwen van cocaïne voor
duizenden boeren gelegaliseerd, zogenaamd voor de
medicijnenmarkt. Chavez stuurt het de wereld in.”
Afgelopen jaren wees Gelt Dekker er meermalen op dat
Curaçao zomaar eens middelpunt zou kunnen worden van een
variant op de Falkland-oorlog, aangezien Chavez het
gebied claimt als historisch grondgebied.
„Dat land is nu een van de belangrijkste narcostaten ter
wereld. Chavez gebruikt de raffinage-industrie op het
eiland al om zijn olie te verwerken. Hij heeft grote
belangen. De bestuurders voelen die belangen ook, veel
mensen hebben belang bij de drugsindustrie.
En Curaçao is maar een klein eiland… Een agent pakt zijn
eigen familie echt niet op. Er groeien nog net geen
bananen.”
Jacob Gelt Dekker laat zich gewoon niet het zwijgen
opleggen, zegt hij. Hoewel hij weet hoe heftig de
reacties zijn. Bij de invoering van de extra controles
werden de controleurs en hun familie met de dood
bedreigd. De druk is hevig, de grens voor het gebruik
van geweld ligt laag. „Maar ik laat me niet het spreken
ontnemen, hoewel ook ik me wel eens zorgen maak.”
De enorme rijkdom is vandaag in Key West niet aan Gelt
Dekker af te zien. In een ruim zestien jaar oude Jeep
rijdt hij door de pittoreske straatjes van het eiland
voor de kust van Florida, zijn slippers op de pedalen.
Gebronsd gelaat, nauwelijks als een bijna 60jarige te
beschrijven. Wat hem evenmin is aan te zien: hij is al
jaren ongeneeslijk ziek.
Hij
lijdt al jaren aan kanker, werd al veertien maal
geopereerd. „Uiteindelijk komen ze vanzelf van mij af”,
zegt hij, een tikje grimmig. „Ik heb een kwaadaardige
vorm van melanoom. Elke keer als er weer uitzaaiingen
zijn, gaat het mes erin. Soms zijn er wat meer
kankercellen, soms is het wat minder. Maar ze moeten
blijven weghalen. Zo lang het goed gaat, laat ik mijn
leven niet bederven.”
Waarom dan toch al die conflicten over Curaçao? Zijn
stellingen zijn zó hard. Ministers die hij oliedom noemt,
het herhaaldelijk hameren op de inteelt op het eiland,
zowel letterlijk als figuurlijk. Het geruzie, met als
gevolg een aanhoudend gekrakeel, waardoor ze hem het
liefst voorgoed kwijt zijn.
Als het aan de politici ligt, ziet Jacob Gelt Dekker
zijn buste, zijn instituut en mooie hotel nooit meer
terug en wordt hij officieel persona non grata. Wellicht
dat er zelfs een kleine beeldenstorm in het verschiet
ligt.
„Ik hou van dat eiland”, zegt hij. „Op de lange termijn
ben ik niet pessimistisch. Sinds ik vorige maand het
eiland verliet, zijn er drie grote stakingen geweest. Er
werd onder meer betoogd tegen de regeringsbenoeming van
een vriendje tot directeur. Dat bestuur ziet dat niet
eens als corruptie. Nepotisme, vriendjespolitiek, dat is
toch niet erg? Maar ditmaal kwamen de arbeiders in
opstand.”
Even is er de zoete wraak: „En weet je wat ze meedroegen?
Spandoeken! Met teksten: ’Gelt Dekker heeft gelijk’. Er
kwam zelfs een bord langs de weg: ’Jacob Gelt Dekker:
Held des Waarheid’. De gewone mensen zijn er zelf ook
moe van, van corruptie, smeergeld en geweld. Zij willen
gewoon leven volgens normen en waarden. Kijk, dat is
mijn gelijk.”
Hij loopt vanuit zijn tuin zijn werkkamer in. Op tafel
legt hij de afdrukken van de betogingen. „Zie je, het is
echt waar. Dat doet me zoveel goed.” Curaçao is nog niet
van de excentrieke zakenman af. „Binnenkort spreek ik
weer voor een grote groep Antilianen in Rotterdam. En
eind dit jaar ga ik gewoon weer terug naar het eiland.”
Niet eerder? Voor het eerst moet hij even denken en dan
kiest hij zijn woorden zorgvuldig. „Laat het maar een
beetje betijen.” Maar hij is toch ongewenst? Schamper: „Als
ze nu de misdaad aanpakken… Maar nee, ík moet weg. Één
van de grootste investeerders. Laat me niet lachen, dat
is allemaal loos gebabbel. Het volk staat achter me.”
|