Jacht op het grijze geld

18 December 2004 | Erik van der Meer
Er wordt hard getrokken aan welvarende 50-plussers
die het in Nederland voor gezien houden. Zonnig Spanje
en Curaçao zien ze graag komen. Maar dat wordt wel
kiezen: Nederlandse zorg of lage belastingen.
Een plek onder de zon. Letterlijk. Jarenlang heb je
geploeterd, nu komt het Grote Genieten. Kijkend naar de
glinsterende Caribische Zee vanaf het brede terras van
Reinoud van den Berkhoff (63) of Vreek Krepel (74) denk
je aan een Zwitserlevenspotje. Het is eind oktober,
Nederland is grijs en grauw, hier in Curaçao schijnt de
zon.
Financieel gezien heeft Curaçao ook zonnige
argumenten. Zoals 10 procent inkomstenbelasting in
plaats van het 52 procent toptarief in Nederland. Samen
met de maximaal 6 procent successierechten (in Nederland
27 procent) bij vermogensoverdracht naar een volgende
generatie vormt deze lage inkomstenbelasting de kern van
de penshonadoregeling (op z'n Antilliaans gespeld)
waarmee oudere Nederlanders naar de Antillen en vooral
Curaçao worden gelokt.
Aan de Costa da Luz in Zuid-Spanje schijnt de zon ook
gemiddeld 300 dagen per jaar. Bij Frans en Dity
Schiphorst, en bij Co Hasselaar en zijn vrouw Matty,
kunnen we nog niet aanschuiven. Hun appartement of villa
in het woonzorgpark Residencia La Cigüeña (De Ooievaar)
wordt nog gebouwd. Maar het beeld hebben ze al op hun
netvlies: een 'levensloopbestendige' woonruimte, een
tropische tuin, restaurant, bibliotheek, golfbaan,
zwembaden, fitnessruimte, tennis- en jeu de boules-banen,
zee en strand op een kilometer afstand, en leuke dorpjes
in de omgeving. Plus de zekerheid van een
Nederlandstalige medische verzorging als de gezondheid
gaat kwakkelen. Want de huisarts, de fysiotherapeut en
Nederlandse verpleegsters verhuizen mee naar Spanje.
Hoeft de pensionado niet aan een Spaanse arts uit te
leggen waar de pijn zit, met de vrees dat die het
verkeerd begrijpt.
Spanje? Of Curaçao? Er wordt getrokken aan de
pensionado's die het in Nederland om diverse redenen
voor gezien houden: de regen, de drukte, de regelzucht.
En de verhardende en polariserende maatschappij. Spanje
en Curaçao hebben de zon in de aanbieding. Die is
gratis. Maar wat is er nog meer?
Woonzorgpark La Cigüeña in Zuid-Spanje, een project
van zorgorganisatie De Wielborgh in Dordrecht en
projectontwikkelaar Procapital Group in Zoetermeer,
biedt appartementen van minder dan 200.000 euro tot
villa's van ruim 400.000 euro aan. De extra dimensie is
de Nederlandstalige medische zorg, die als de nood aan
de man komt vanuit de Nederlandse particuliere
ziektekostenverzekering en de AWBZ wordt vergoed. Met
een paar woordjes Spaans een kop koffie bestellen is
geen probleem. 'Uit diverse onderzoeken is echter
gebleken dat Nederlanders in het buitenland toch angstig
zijn dat als hen iets overkomt, ze in een vreemde taal
moeten uitleggen wat er aan de hand is', zegt
woordvoerder Ronald Veldhuijzen van Zanten van
Procapital.
Op Curaçao wordt al Nederlands gesproken, ook door de
Antillianen, en is de taal geen probleem. Hoewel? 'De
onderlaag van de bevolking spreekt slecht Nederlands, en
er zijn nu ook basisscholen die uitsluitend in het
Papiamento onderwijzen. Ik vind dat een verarming', zegt
Suardus Fontein, voorzitter van de Vereniging van
Penshonado's, een gezelligheidsvereniging. Voorheen
propageerde de vereniging zelf Curaçao als bestemming
voor Nederlanders in ruste, nu is dat uitbesteed aan de
door het bedrijfsleven gesponsorde Stichting Curaçao
Verwelkomt Penshonado's. De naam zegt het al. Voorzitter
daarvan is multimiljonair, ex-tandarts, ondernemer
(onder andere One Hour fotoshops, Budget Rent A Car) en
weldoener Jacob Gelt Dekker. Iedereen op het eiland kent
hem. In de wijk Otrabanda in Willemstad, voorheen een
'no go-area', restaureerde hij bouwvallige huisjes om
tot het luxueuze hoteldorp Kura Hulanda en een
slavernijmuseum.
Welkom Waarom zijn de Nederlandse penshonado's hier
zo welkom? 'Omdat ze in het eerste jaar dat ze hier
wonen gemiddeld een miljoen Antilliaanse guldens (bijna
500.000 euro) uitgeven', aldus Jacob Gelt Dekker. Dat
bedrag wordt elders bevestigd door andere instanties die
penshonado's op het eiland introduceren en begeleiden,
zoals mevrouw Myra Massar van Dos Mundos nv, die ze
opvangt en langs de bureaucratie loodst, en Peter
Bolwerk van PricewaterhouseCoopers (PwC) voor fiscale
zaken en vermogensplanning. De kwakkelende economie van
Curaçao kan deze financiële injecties goed gebruiken.
Dat miljoen gaat eerst naar de verplichte aanschaf
van een huis voor eigen bewoning van minimaal 450.000
Antilliaanse gulden ( 215.000 euro), en daarna naar een
auto, een boot, de tuin, en andere initiële
investeringen. Daarna vlakken de injecties in de
economie natuurlijk af, maar is het gemiddelde
Nederlandse penshonado-echtpaar nog steeds goed voor
200.000 euro aan uitgaven per jaar.
Er wonen rijke Nederlanders op Curaçao. Maar de
penshonadoregeling, die dankzij een belastingverdrag
tussen de Antillen en Nederland voorkomt dat betrokkenen
ook bij de bron van hun inkomen in Nederland worden
aangeslagen, is er niet slechts voor de super-welgestelden.
Want wat stelt nu die verplichte 215.000 euro voor een
eigen huis voor? In Nederland koop je daar slechts een
rijtjeshuis voor, op Curaçao een vrijstaand huis met
drie slaapkamers, twee badkamers en misschien zelfs een
zwembad. Vroeger waren de huizenprijzen in Nederland en
op Curaçao ongeveer gelijk. Maar daarna verdubbelden de
prijzen in Nederland, en stagneerden ze op Curaçao,
aldus Peter Bolwerk van PricewaterhouseCoopers. En stel:
je geniet van een pensioenuitkering van 5000 euro per
maand, niet gek, maar ook niet extreem. In Nederland
gaat daarvan ruim 2500 euro naar de belasting, op
Curaçao 500 euro. Van het verschil van 2000 euro kun je
leuke dingen doen. Zoals familiebezoek in Nederland,
vliegtickets voor de (klein)kinderen naar Curaçao, of
vakantiereizen naar Zuid-Amerika of Miami. Die
afwisseling heb je nodig, adviseren alle
gesprekspartners. Curaçao is klein, en de driehonderd
tot vijfhonderd penshonado's komen elkaar voortdurend
tegen. Wie er niet regelmatig tussenuit kan, krijgt het
benauwd.
Thuiszorg Zonnige Nederlandse enclaves in Spanje
kunnen niet bogen op een buitengewoon voordelig
belastingregime. Daar staan in La Cigüeña niet alleen
het Nederlandse medische apparaat en de eventuele
Nederlandse vergoedingen tegenover, zegt Ronald
Veldhuijzen van Zanten van Procapital. Ook de vliegreis
via Faro (Portugal) of Sevilla (Spanje) is veel korter
en dus comfortabeler dan de negen tot elf uur vliegen
naar Curaçao. Frans (69) en Dity (64) Schiphorst hebben
voor La Cigüeña gekozen. Hun motief ligt zowel in
Nederland als in Spanje. 'We zijn Nederland een beetje
beu. Dat veilige gevoel van vroeger, toen je in een
vertrouwde gemeenschap leefde, is verdwenen', aldus Dity
Schiphorst. Aan de Costa da Luz, 'waar het nog heerlijk
rustig is en waar er nog natuur is', lokt niet zozeer de
zon, maar vooral de warmte. Doorslaggevend was echter
dat het woonzorgpark ter plekke Nederlandse thuiszorg
garandeert. Haar moeder kreeg, toen ze in Spanje woonde,
drie keer een hersenbloeding. Haar overkomst naar
Nederland, liggend in een vliegtuig onder medische
begeleiding, 'was een ramp'. Zoiets wil ze haar kinderen
niet aandoen.
Het 24 uur-alarmsysteem voor medische klachten, het
onderhoud, de lokale belastingen en onder andere de
managementkosten vergen van de komende bewoners van La
Cigüeña maandelijks 650 euro aan servicekosten. Ook Co
Hasselaar, directeur-eigenaar van een onderneming, heeft
vooral voor die medische verzorging gekozen. Je hebt in
Nederland hetzelfde recht op verzorging, maar of je die
te zijner tijd ook krijgt, zie de bezuinigingen en
tekorten in de zorg, is voor hem nog maar de vraag. In
La Cigüeña komt er één huisarts op circa vijfhonderd
bewoners. 'Waar vind je dat tegenwoordig nog?' Na een
val van de trap, waarbij ze haar pols brak, heeft zijn
vrouw posttraumatische dystrofie. Bij koud en vochtig
weer in Nederland heeft ze constant pijn, onder de warme
zuidelijke zon leeft ze helemaal op.
Nederlanders op Curaçao klagen niet over de
gezondheidszorg daar. Het Elisabeth-ziekenhuis en de
twee privé-klinieken zijn van een behoorlijk niveau.
Maar Myra Massar van Dos Mundos heeft wel een
waarschuwing. Curaçao is nog een onderdeel van het
koninkrijk, maar valt buiten de Europese Unie. Dat
betekent dat Nederlanders die naar Spanje verkassen wel,
maar die naar Curaçao niet de polis van hun
ziektekostenverzekering kunnen meenemen. Tenzij daarin
een dure werelddekking was opgenomen. Dus moeten ze zich
op Curaçao opnieuw verzekeren. Voor penshonado's van 60
jaar of ouder is dat bijna onmogelijk. En voor
50-plussers geldt dat als ze een ziekte meenemen, die in
de nieuwe polis wordt uitgesloten.
Korte broek Maar goed, daartegenover biedt Curaçao
dus dat zonnige belastingklimaat. Jaren geleden was de
penshonadoregeling nog gunstiger. Toen gold nog dat de
inkomstenbelasting slechts 5 procent bedroeg, het
verplichte eigen huis de helft goedkoper mocht zijn, en
dat er geen minimumleeftijd was. Nu is dat vijftig jaar,
en dekt de term penshonado daadwerkelijk de lading. Maar
toen kwam voormalig staatssecretaris Willem Vermeend van
Financiën langs. Veel betrokkenen op Curaçao raken nog
steeds geïrriteerd als ze daaraan terugdenken (en niet
alleen omdat Vermeend, zo wordt verteld, volstrekt
ongepast in zijn korte broek langskwam). Mede onder druk
van de EU kwam hij, zo ervoeren ze dat op het eiland,
het zogenaamde Antilliaanse belastingparadijs uitkleden.
Den Haag had en heeft echter geen oog voor de weldadige
bijwerking van de penshonadoregeling. Oké, de penshonado
betaalt weinig belasting en successie. Maar anderzijds
steken penshonado's geld, kennis en ervaring in Curaçao.
De norm onder penshonado's is dat je maatschappelijk
betrokken bent, zegt Suardus Fontein. Waarbij Jacob Gelt
Dekker een voorbeeld geeft. Bij een wervelstorm werden
vissersboten beschadigd. Die zijn op kosten van 'een
Nederlander' hersteld. De pensionado besteedt volgens
hem langs efficiënte korte lijnen het geld dat anders
via de belasting zou zijn afgeroomd en in het
overheidsapparaat zou blijven steken.
Lenie Beckers (60) en Reinoud van den Berkhoff (63),
die momenteel een jaar lang op proef op Curaçao wonen,
tonen zich inderdaad maatschappelijk betrokken. Zij is
actief in een stichting voor armoedebestrijding, hij
geeft managementcursussen. Ze volgen de lokale politiek:
'Boeiend, veel plannen maar de daadkracht moet nog komen.'
Van den Berkhoff werd in Indonesië geboren, heeft lang
in Suriname gewoond, en heeft als oud-marineofficier een
aantal keren rond Curaçao 'op station gelegen'. Tien
jaar geleden ging hij met functioneel leeftijdsontslag,
en na 25 jaar tropenervaring is Nederland erg koud
geworden. Lenie Beckers werkte in de kinderopvang en
geniet van een soort vut-uitkering. Pas bij hun
pensionering zouden ze zich definitief als penshonado op
Curaçao kunnen vestigen. Nu kijken ze alvast de kat uit
de boom. Het leven in de buitenlucht is heerlijk, straks
gaan ze weer duiken, het klimaat bevordert ook de
contacten met de vriendelijke Antillianen, voor wie
Lenie Beckers grote bewondering heeft: hoe die zich met
weinig geld toch zo gedistingeerd door het leven slaan.
Natuurlijk, niet alles is 100%. Van den Berkhoff wijst
naar een plek aan zee. Daar werd onlangs nog 1000 kilo
cocaïne onderschept. Er is dus die drugssmokkel en
criminaliteit, en er zijn slechte buurten. Maar ze
krijgen kromme tenen van slechte imago van Curaçao.
Papiamento Vreek Krepel (74) en zijn vrouw wonen nu
acht jaar op het eiland. Met hun verhuizing volgden ze
een oude droom. Dertig jaar geleden moest Krepel als
medisch specialist een maand lang waarnemen in het
Elisabeth-ziekenhuis op Curaçao. Daarna hebben ze altijd
terug gewild, een soort heimwee. In juni acht jaar
geleden kwamen ze controleren of de droom nog klopte, in
september waren ze reeds verhuisd. Ach, als je vroeger
emigreerde had je het idee dat je Nederland nooit meer
terugzag. Nu vlieg je gewoon regelmatig op en neer. Het
belastingvoordeel is mooi meegenomen, maar daar zijn ze
niet voor gekomen. Net als Van den Berkhoff hebben ze
hun huis in Nederland als vakantiehuis aangehouden (wat
Bolwerk van PwC en Massar van Dos Mundos niet aanraden:
het kan de Nederlandse fiscus doen twijfelen of je wel
echt domicilie houdt op Curaçao).
Het cultuurverschil tussen Nederlanders en
Antillianen vinden ze tamelijk groot. Veel penshonado's
nemen zich volgens Krepel voor om goed te integreren.
Maar dat is moeilijk. Voor de contacten zou het goed
zijn Papiamento te spreken. Maar om op zijn leeftijd nog
een nieuwe taal te leren, vindt Krepel heel lastig. Hij
betaalt 10 procent belasting. Een Antilliaan met een
goed inkomen betaalt het hoogste tarief van circa 60
procent, geeft dat geen scheve ogen? Nee, denkt Krepel,
'die indruk krijgen we niet'. Wanneer we dezelfde vraag
elders stellen, worden we telkens verbaasd aangekeken.
Typisch Nederlandse vraag. Curaçao is gewoon anders.
Copyright (c) 2007 Het Financieele Dagblad
|